Het is traditie geworden: de Europese staatshoofden en regeringsleiders komen bij elkaar voor een eerste top vol meningsverschillen die op een mislukking uitdraait. Tijdens een tweede bijeenkomst kan dan gewoonlijk het noodzakelijke compromis worden gevonden om weer door te pakken. Zo zal het waarschijnlijk ook gaan bij de Europese Raad van 7 en 8 februari, waar na de mislukte top van afgelopen herfst de EU-begroting voor de periode 2014-2020 moet worden aangenomen.

Doorpakken? Dat is misschien teveel gezegd. Deze ontwerpbegroting is een relikwie uit het verleden. Hij heeft een opzet die al twintig jaar oud is en vertegenwoordigt minder dan 1 procent van de rijkdom van de Europese Unie. Het leeuwendeel ervan wordt opgeslokt door de landbouwsubsidies en de steun aan de regio´s, terwijl toekomstprojecten het onderspit delven. Zij fungeren enkel als sluitpost.

Toekomstinvesteringen worden geofferd

Hoe kan zo´n exercitie nu enthousiasme opwekken? De Fransen beweren stellig dat de landbouwuitgaven een investering zijn voor de toekomst, maar ze leveren hier geen bewijs voor. De Franse agrarische export ligt tegenwoordig namelijk lager dan die van Duitsland en Nederland. De landen in Zuid- en Oost-Europa maken zich hard voor regionale steun, maar ook deze steun is niet echt doeltreffend gebleken om de eurocrisis te weerstaan. De échte toekomstinvesteringen worden echter geofferd: de Europeanen zijn niet in staat om wezenlijke onderzoeksprogramma's te starten en hun infrastructuurprojecten zijn slechts een slap aftreksel van de grote projecten die Jacques Delors al in 1994 voorstelde.

Wij mogen met recht veel meer verwachten. Europa maakt de ergste economische en maatschappelijke crisis door sinds de Tweede Wereldoorlog. De eenheidsmunt ging bijna kopje onder. Toch komt Europa niet verder dan het doorvoeren van marginale aanpassingen. Voorstanders van een ruimere begroting pleiten weliswaar terecht voor het behoud van het EU-uitwisselingsprogramma Erasmus, maar zijn zelf amper overtuigd van de toegevoegde waarde van deze begroting.

Dit gemarchandeer is Europa onwaardig

Dit alles leidt er onvermijdelijk toe dat ieder land zijn eigen bijdrage probeert te verlagen. David Cameron heeft de Britse korting al weten te redden. De Duitsers, Zweden, Nederlanders en Oostenrijkers doen hun best om dit ook te bereiken. Er komt veel kunst- en vliegwerk aan te pas: men goochelt met het verschil tussen toegezegde en reële betalingen om nettobetalers en netto-ontvangers met elkaar te verzoenen.

Dit gemarchandeer is Europa onwaardig. De begroting moet opnieuw uitgedacht worden, zodat hij de weg kan banen voor de toekomst. Daarbij is federale solidariteit nodig met de regio's die lijden onder massale werkloosheid. Tijdens het bezoek van François Hollande aan het Europees Parlement in Straatsburg waarschuwden de Europarlementariërs dat zij deze begroting in zijn huidige vorm zouden verwerpen. Zij hebben geen ongelijk. Europa zou dan niet zonder financiële middelen komen te zitten, omdat het EU-budget dan per jaar zou worden verlengd.

De Europeanen moeten de verkiezingen van 2014 aangrijpen om hun ambities voor de gezamenlijke begroting opnieuw te definiëren. Daarmee krijgen het nieuwe Parlement en de nieuwe Commissie een echt mandaat om de toekomst voor te bereiden. Eindelijk.