De kersverse Europese ontwerpbegroting getuigt van, laten we het maar hardop zeggen, armoede. Deze tekst bekrachtigt het ontbreken van ambitie en een economische visie bij de 27 EU-landen, terwijl wij in een hevige concurrentiestrijd met landen als de Verenigde Staten, China en India zijn verwikkeld. Zij streven naar topprestaties in bepaalde sectoren, schuiven hun succesvolle ondernemingen naar voren en steunen op de enorme uitvalsbasis van hun interne markt om de wereld te veroveren.

De Europese ontwerpbegroting bewerkstelligt precies het tegenovergestelde: de toekomstplannen die een bijdrage aan een Europese industriële strategie zouden kunnen leveren, zijn grotendeels van tafel geveegd. Zij vormen slechts een fractie van de rechtstreekse steun aan de landbouw en amper meer dan een tiende van het totale budget.

Inspireren tot gewaagde sprong voorwaarts

Wij zetten het beleid uit het verleden vrijwel ongewijzigd voort zonder ons af te vragen of zulk beleid nog wel zin heeft. Zo geven we de komende zeven jaar nog steeds ruim een derde van de begroting uit aan regionale steun voor Oost- en Zuid-Europese landen. Maar heeft Griekenland werkelijk meer geld nodig om wegen en rotondes aan te leggen? De spanningen binnen de eurozone hebben laten zien dat een dergelijke subsidiepolitiek tot mislukken gedoemd is zolang vorderingen op het gebied van bestuur, transparantie en mededinging niet verifieerbaar zijn en niet daadwerkelijk worden gecontroleerd.

De crisis, de versnelde transformatie van de economie wereldwijd en de buitengewone ontwikkeling van de mondiale machtsverhoudingen hadden Europa tot een gedurfde sprong voorwaarts moeten inspireren: een unie die zich opstelt tegenover Amerika dat bezig is op te krabbelen, en tegenover China dat op veroveringstocht is, een unie in een wereld waar kapitaal en talenten mobieler zijn dan voorheen.

Volslagen ambitieloos

De crisis en de gigantische uitdagingen van de jaren dertig hebben het federale Amerika gevormd; de begroting van het land steeg destijds van 3,4 procent van het bbp in 1930 tot 10 procent aan het eind van het decennium. In de geschiedenisboeken zal worden opgetekend dat Europa tijdens de crisis de omgekeerde weg heeft bewandeld: ons werelddeel gaat zijn budget verlagen tot 1 procent van het bbp. We staan voor immense uitdagingen, maar Europa is volslagen ambitieloos.

We moeten politieke lessen uit deze janboel trekken. De discussie over de begroting is door één land gegijzeld, namelijk het Verenigd Koninkrijk, dat wellicht in de nabije toekomst de Unie vaarwel zegt. David Cameron kwam naar de top om het algemene Europese belang te saboteren en dat is hem gelukt. Waarvan akte.

Maar als dat zo is, laten we dan even flink doorpakken: de club van 27 is machteloos en daarom kunnen we ons beter binnen de eurozone op onze strategie bezinnen. Daarvoor moeten we eerst wel de betrekkingen met Duitsland herstellen. Want dat is de andere les van het Brusselse drama: de as Parijs-Berlijn werkt niet meer. Laten we ons nu voor één keer de vraag stellen: is de onmacht van Europa vanuit Peking of Washington bezien, werkelijk zo'n slecht nieuws?