De sociaaldemocraten stomen recht af op een verkiezingsnederlaag [tegenover de door scheidend premier Fredrik Reinfeldt geleide centrumrechtse coalitie]. In 2006 incasseerden zij een nederlaag met 35% van de stemmen en het resultaat van zondag zal de dertig procent ongetwijfeld niet overschrijden. Voer voor sardonische artikelen waarin geconstateerd wordt dat de sociaaldemocratie zijn greep op het land heeft verloren.

De partij zal zonder twijfel dezelfde conclusie trekken als in 2006: de Zweden waarderen ons beleid oprecht, maar we zijn slechte communicatiespecialisten.

De socioloog Stefan Svallfort, nestor van het onderzoek naar de welvaartsstaat, het ‘grote project’ van de sociaaldemocratie, deelt deze conclusie. Sinds 1986 vroeg hij de Zweden regelmatig wat zij vonden van het sociale systeem en de staat. "Uit niets blijkt dat de Zweden er klaar voor zijn om het concept van herverdeling van rijkdommen, collectieve financiering en de overheidsorganisatie los te laten," verzekert hij.

Gebrekkige communicatie

Anders gezegd, het beleid van de sociaaldemocraten is wel goed, maar de communicatie zou gebrekkig zijn. Is die verklaring afdoende? Zou een verandering niet door de bevolking zijn teweeggebracht? Laten we eenvoudigweg het voorbeeld van het geld eens nemen. Zweden is op dit moment het land met het grootste aantal aandeelhouders ter wereld volgens consultancybureau Sparekonomen. Bijna 25 procent van de Zweden heeft aandelen. Als we hierbij overige fondsen en de pensioenfondsen optellen, stijgt dit getal naar tachtig procent. De Zweden zijn tegenwoordig rijk. Zou deze ontwikkeling er niet toe hebben geleid dat de Zweden ernaar neigen vooral aan hun persoonlijke financiën te denken in plaats van aan de sociale tweedeling wanneer ze in het stemhokje staan?

Om de wortels van de Zweedse volksaard te begrijpen moeten we het boek "Zijn Zweden mensen?" van Henrik Berggren en Lars Trädgårdh lezen. De twee auteurs komen tot de conclusie dat de Zweed helemaal niet van het collectivisme hield. Integendeel, zeggen ze, het politieke project van Zweden en de sociaaldemocratie was gebaseerd op een sterk en solitair individu waarbij men zich beriep op een ideaal van gelijkheid en rechtvaardigheid om zo een sterke staat te rechtvaardigen. Het doel is geen hechte gemeenschap waarin iedereen in een kring zit en elkaar omarmt. Het gaat er eerder om dat iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid neemt en iets van zichzelf geeft. Het feit dat hun persoonlijke financiën het zo goed doen heeft de Zweden misschien niet gieriger gemaakt maar heeft wel een smeulend vuurtje in hen aangewakkerd waarop de sociaaldemocraten niet wisten in te spelen.

Solidair zijn zonder de staat te omarmen

Het onderzoek van professor Svallfors naar de solidariteit van zijn landgenoten is niet vlekkeloos. Er wordt vooral gemeten hoe sterk de Zweden ertoe geneigd zijn hun belasting te betalen en men kan best solidair zijn zonder de staat te omarmen of te denken dat het "cool" is zijn inkomsten aan te geven. Het onderzoek is daarnaast al een paar jaar oud. Maar al sinds 2006 dalen de uitkeringen, werden de apotheken geprivatiseerd, is het ziekenfonds lang niet meer zo vrijgevig en vonden er op diverse terreinen belastingverlagingen plaats zoals de vermogensbelasting en onroerend goedbelasting. Hebben deze hervormingen de Zweden niet veranderd? Het werkgelegenheidsbeleid van de regering krijgt niet meer dezelfde steun als voorheen. Tegenwoordig zijn er minder Zweden die vinden dat de staat moet investeren in werkloosheidsbestrijding. "Of de mensen geloven niet in de effectiviteit van de overheidsmaatregelen op het gebied van werkgelegenheid, of ze beginnen werkloosheid te zien als een probleem dat alleen werklozen aangaat", analyseert Stavan Svallfors.

Zou het dat zijn dat de sociaaldemocraten dat niet hebben begrepen? Dat de Zweden vinden dat werklozen zichzelf maar moeten redden? Als we kijken naar de analyse van Henrik Berggren en Lars Trädgårdh lijkt dat niet zo'n vreemde gedachte. Deze redenering is altijd latent aanwezig geweest, klaar om de kop weer op te steken. In beginsel gaat men ervan uit dat iedereen zichzelf moet kunnen redden, werk moet aannemen dat hem wordt aangeboden en 's ochtends moet opstaan, zelfs als men daar geen zin in heeft.

Waren deze verkiezingen, en de nederlaag van de sociaaldemocraten, niet vooral gebaseerd op werknemersethiek? Het concept waar de modelwerknemers van de arbeidersbeweging zo van smult? Als we een aantal opiniepeilingen moeten geloven verdenkt de Zweed zijn buurman van uitkeringsfraude. Iets waarvan hij gruwt. Hij wil niet meer staatssteun. Zou het concept van arbeidsethiek zijn ingehaald door dat van de solidaire gelijkheid?