Het beste en belangrijkste instrument voor de bescherming van het klimaat, zo drastisch mag je het wel stellen, dreigt te versagen. Al maandenlang verliezen de certificaten voor de CO2-uitstoot hun waarde; het wordt steeds goedkoper de atmosfeer met broeikasgassen schade toe te brengen. Want het principe van de emissierechtenhandel is in haar tegendeel omgeslagen: waar oorspronkelijk een kunstmatige schaarste de uitstoot van klimaatbedervende gassen duurder moest maken, heerst nu overvloed. Als er niets gebeurt, dan kan de emissiehandel jarenlang zijn werking verliezen of zelfs volledig betekenisloos worden.

Prijsdaling als logica van het systeem

Oppervlakkig gezien lijkt de prijsdaling een gevolg van de logica van het systeem. De kern daarvan is een voor heel Europa geldende bovengrens voor de CO2-emissies, die op alle energiecentrales en fabrieken van toepassing is. Als er te weinig van dergelijke certificaten zijn, stijgt de prijs. Bijgevolg loont het ook om in efficiëntere installaties te investeren. Wie daarentegen niet moderniseert, wordt met steeds hogere kosten geconfronteerd.

Feitelijk is dit een geniaal principe. De prijzen dalen als de economie 
het zwaar heeft, want dan lopen de emissies terug. De huidige trend weerspiegelt beide processen: de recessie in grote delen van Europa, maar ook de omschakeling van de elektriciteitsproductie op schonere energiebronnen. Hoe meer 'groene' stroom het net op gaat, des te minder certificaten er nodig zijn. Toch is dit slechts een deel van de verklaring voor de jongste prijsdaling.

De ware problemen van de Europese emissiehandel liggen verder terug, ze zijn niet in de laatste plaats het gevolg van de enorm succesvolle lobby van de Europese industrie. Want van het begin af aan werden de ondernemingen rijkelijk bedeeld met emissierechten. Waar toch nog het een en ander ontbrak, konden ze die goedkoop in het buitenland aanschaffen. En wat de ondernemingen niet nodig hadden, spaarden ze gewoon op voor later.

Nu al een overschot voor de periode tot 2020

Gevolg: zelfs de derde handelsperiode, die vorige maand is begonnen en tot 2020 zal doorlopen, kent nu al een overschot van naar schatting bijna twee miljard certificaten. Daarmee zou de Duitse industrie meer dan vier jaar lang in haar behoeften kunnen voorzien. De prijs schommelt nu rond de vijf euro. Daarom is het niet meer dan een noodoplossing, wat de milieucommissie van het Europese Parlement dinsdag heeft voorgesteld. Er zouden de komende jaren eenmalig 900 miljoen certificaten aan de markt onttrokken moeten worden, om de prijs te stabiliseren. Zulke interventies achteraf zijn niet wat je graag wil in een op de markt gebaseerd systeem. Maar gezien de stand van zaken bieden zij de enige kans de emissiehandel niet tot een lachnummer te laten verworden.

Dit komt vooral doordat de Europeanen het niet eens kunnen worden over de enige consequente stap voorwaarts: de verscherping van hun klimaatdoelstellingen. Vier jaar geleden spraken de lidstaten van de Europese Unie af tot 2020 twintig procent minder broeikasgassen uit te stoten, op basis van de emissies van 1990. Overigens is dit doel al zo goed als gehaald. Het logische gevolg is dus een overschot – en dat misschien al in 2013 en niet pas in 2019. Een verscherping van de klimaatdoelstellingen naar dertig procent minder uitstoot had allang moeten plaatsvinden, niet in de laatste plaats als signaal naar andere industrielanden.

Berlijn kijkt passief toe

Alleen: Duitsland slaat bij dit alles geen goed figuur. De bondsregering, die zich voorheen zo graag liet voorstaan op haar klimaatbewustzijn, zou de hervormingen in Brussel aan een doorbraak kunnen helpen. Maar zij doet er het zwijgen toe.

Dat is in meerdere opzichten kortzichtig. Enerzijds raken door de lage CO2-prijs gascentrales steeds meer in het nadeel ten opzichte van klimaatbedervende kolencentrales – en gascentrales zijn juist de flexibele installaties die zo dringend nodig zijn als reserve voor de wisselvallige stroomvoorziening uit wind- en zonne-energie. Anderzijds krimpt op deze wijze het klimaatfonds, waarmee de Bondsregering de zogenoemde 'Energiewende' wilde ondersteunen – alleen al in 2013 zou het om een verlies kunnen gaan van 1,4 miljard euro. Dit is allemaal makkelijk te verhelpen.

Maar in plaats daarvan kijkt Berlijn passief toe hoe de Europese emissiehandel zijn betekenis verliest – het enige instrument ter wereld dat gebruik maakt van de markt om het klimaat te beschermen. En het enige dat mondiaal kan worden ingezet, want andere staten kunnen moeiteloos aanschuiven: Noorwegen heeft dat al gedaan, en Australië en Zwitserland onderhandelen erover met de Europese Unie. China, Zuid-Korea en Californië sleutelen aan eigen handelssystemen. Het zou een ramp zijn als Europa dit instrument verloren zou laten gaan.