Niemand kan de toekomstige regering ervan beschuldigen haar beloften aan de Italiaanse jeugd niet te zijn nagekomen: er zijn immers niet eens beloften gedaan. De nieuwe kiezers zijn, in elk geval tot nu toe, de grote buitenstaanders van deze verkiezingscampagne. Alsof de politiek een discotheek is en de spierbundels aan de deur hen niet binnen willen laten. Jullie zijn te beschaafd, jongens, dit is geen plek voor jullie.

De vijf concurrerende allianties lijken hun inspiratie te vinden in Gangnam Style: ze bewegen druk, gesticuleren, kronkelen en dringen om in de schijnwerpers te staan. De Italiaanse jongeren kijken toe via het televisiescherm en leveren bitter commentaar via social networks. Velen hebben geen zin om te gaan stemmen, maar daar doen ze niet goed aan: dat is precies wat de uitsmijters van de politiek verwachten, zodat ze het spel gemakkelijk kunnen controleren.

Geen ontdekkingsdrift, maar regelrecht diaspora

De traditionele sociale netwerken – die tot nu toe de broze rust op straat bewaarden – vertonen steeds meer scheuren. Het geduld van de gezinnen is op, net als het geld: dat blijkt wel uit de goudwinkels, de vastgoedmarkt en de consumptie van duurzame goederen. De jeugdwerkloosheid onder 15- tot 24-jarigen bedraagt 37 procent, het hoogste peil sinds 1992. En dat is het nationale gemiddelde, stel je eens voor hoe het er in Zuid-Italië voorstaat. Het percentage afgestudeerde Italianen die hun geluk in het buitenland gaan zoeken is in tien jaar tijd gestegen van 11 naar 28 procent. Dat is geen gezonde ontdekkingsdrift meer, maar een regelrechte diaspora, betaald door de overheid.

Met fenomenen van een dergelijke omvang zou je vijf weken voor de verkiezingen verwachten dat de politiek nadenkt, knopen doorhakt, duidelijke voorstellen en concrete maatregelen op tafel legt: een land kan toch geen hele generatie verspelen. Maar dit gebeurt niet. De kandidaten debatteren vurig over belastingen en pensioenen. Kortom, ze hebben het over wie werk heeft of heeft gehad. Wie het risico loopt geen werk te vinden telt niet mee, zo lijkt wel.

Frustratie zou in woede kunnen veranderen

Italianen onder de dertig zijn bezig een doorzichtige generatie te worden. We kijken recht door hen heen, ook al zeggen we dat we ze belangrijk vinden. Een gevaarlijke houding: frustratie zou in woede kunnen veranderen en dramatische gevolgen kunnen hebben. De voorbodes zijn er al. De relschoppers hebben geen bondgenoten gevonden. Nog niet. Maar ze zijn altijd op zoek en de situatie zou kunnen omslaan.

De camerageilheid van de belegen kopstukken – Silvio Berlusconi 63 uur, Mario Monti 62 uur, Pier Luigi Bersani 28 uur (tussen 2 december en 14 januari) – dreigt provocerend te worden. Antonio Ingroia komt op televisie en begint meteen te schelden; Beppe Grillo gaat al tekeer zonder op televisie te komen. Altijd weer dezelfde vertoning. Altijd weer dezelfde betogen. Politiek Italië anno 2013 lijkt wel op het stadje uit de film Groundhog Day. De hoofdpersoon, Bill Murray, wordt elke ochtend wakker op dezelfde dag.

De jeugdmaatregelen die de regering Monti aankondigt zijn beperkt tot de herinvoering van de stageperiode en een moeilijk te gebruiken digitale agenda. De Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo stelt een ‘gegarandeerde werkloosheidsuitkering’ voor, maar legt niet uit waar dit geld vandaan moet komen.

Rechts heeft het niet over jongeren en stelt ze niet kandidaat, om plaats te maken voor de ‘lijfwachten’ van de baas. Zelfs links, dat weliswaar enkele nieuwe gezichten presenteert, heeft geen radicale voorstellen voor de Italiaanse jeugd. Ook de door politica Anna Finocchiaro voorgestelde lening voor studenten en startende ondernemers is slechts een druppel op de gloeiende plaat. Wat nodig is, zijn flexibiliteit op de arbeidsmarkt, vereenvoudiging van de wetgeving, fiscale voordelen en lagere premies.

Iemand aannemen is een heldendaad

Iemand aannemen is vandaag de dag een heldendaad; dit moet voor iedereen gunstiger worden. Als daarvoor in de overheidsuitgaven moet worden gesnoeid, dan is dat zo. Als maar duidelijk is waar, hoe en wanneer. En niet in het onderwijs, dat de Italiaanse staat evenveel kost als de rente over de staatsschuld, namelijk 4,5 procent van het bnp. Met dit verschil: de rente over de staatsschuld dient om de gaten uit het verleden te dichten, het onderwijs is de motor om de toekomst mee op te bouwen.

Als we nieuwe en krachtige handen aan het Italiaanse stuur willen, laten we dan de bestuurders van morgen niet beledigen: anders laten ze ons straks aan de kant van de weg staan, en terecht. En laten we vooral niet roepen dat we ze willen helpen als we niet bereid zijn om offers te brengen. “Doorzichtige liefde ken ik niet”, zong Ivano Fossati al.