In sommige landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Italië, zijn de centrumrechtse en rechtse partijen al een paar jaar aan de macht. In Groot-Brittannië ligt de situatie iets ingewikkelder. Daar vormt de conservatieve partij een regeringscoalitie met de liberaal-democraten, die we als centrumlinks kunnen betitelen. Om het plaatje compleet te maken, kunnen we nog toevoegen dat de centrumrechtse en rechtse partijen ook de jongste Europese verkiezingen hebben gewonnen.

Dat centrumrechts een dominante rol speelt in de Europese politiek, komt niet alleen doordat links zwak zou zijn. Bij de verkiezingen in 2009 in Duitsland, in het voorjaar van 2010 in Groot-Brittannië en in 2007 in Frankrijk kwam rechts als winnaar uit de bus dankzij sterke en efficiënte politieke leiders als Nicolas Sarkozy, Angela Merkel en David Cameron. Op dezelfde manier wist links in Spanje de macht te behouden dankzij het duidelijk herkenbare politieke profiel van Zapatero.

Toch hebben Sarkozy en Merkel het momenteel moeilijk. Sarkozy is minder populair geworden. En terwijl de Duitse bondskanselier Angela Merkel tot voor kort werd gezien als de reddende engel van de Europese Unie en van Duitsland, lacht het politieke geluk Frau Germania niet langer toe en heeft zij moeite de Duitsers voor het idee van een coalitie te winnen.

"Een nieuw soort crisis" zonder ideologische kleur

Europees links loert dus op een kans om een deel van het terrein dat het in de EU heeft verloren, terug te winnen. In principe zijn er factoren die de linkse partijen in de kaart spelen, zoals de economische crisis die Europa blijft geselen, al tekent zich in een deel van de Unie een betrekkelijk herstel af. Maar toch zijn de echte kansen voor links om een verkiezingsrevanche op rechts te nemen tamelijk dun gezaaid. Het ontbreekt de socialisten en sociaaldemocraten aan substanstiële ideeën om de problemen waarmee Europa worstelt, op te lossen. Sterker nog: we zouden de problemen waarmee onze moderne, ontwikkelde samenlevingen kampen, onder de noemer "een nieuwe soort crisis" kunnen brengen, waarbij ideologische kleur geen rol speelt.

De afgelopen weken ging de meeste media-aandacht uit naar twee gebeurtenissen, namelijk de uitzetting van Roma-zigeuners – Bulgaarse en Roemeense burgers – uit Frankrijk, en de verschijning van het boek van het Duitse SPD-lid Thilo Sarrazin, waarin de islam wordt gehekeld. Deze gebeurtenissen lijken de belangrijkste rechtse stellingen te staven, dat Europa er niet in slaagt het immigratieprobleem aan te pakken, dat immigranten niet integreren in de westerse samenlevingen en dat zij niet dankbaar zijn voor de goede behandeling die hun in het gastland ten deel valt. Daarnaast zou hun aanwezigheid een gevaar opleveren voor de nationale veiligheid. Volgens deze zelfde retoriek zou Europa onvoldoende hebben gedaan om zijn cultureel erfgoed te beschermen en niet in staat zijn om de islam het hoofd te bieden. Dat dit boek geschreven is door een sociaaldemocraat, wordt door veel mensen gezien als het bewijs dat de linkse idealen zijn vervlogen, aangezien links al tientallen jaren had opgeroepen tot een tolerante en multiculturele samenleving, terwijl het zich verzette tegen nationalisme en racisme.

Ook bij andere essentiële problemen in onze samenlevingen biedt de klassieke aanpak van links geen soelaas meer. Op economisch gebied verkondigt links dat het economische model van rechts, het zogenaamde neoliberalisme, ten dode is opgeschreven, maar het komt zelf niet met een betrouwbaar alternatief model.

Wat de strijd tegen het terrorisme betreft, waren het linkse regeringen – in Groot-Brittannië, in Duitsland en zelfs in Spanje – die de strengste maatregelen doorvoerden. Doorslaggevend voor de deelname van Groot-Brittannië aan de oorlog in Irak was de Labourpartij, die daarmee voorbijging aan de pacifistische traditie van haar politieke familie.

Afzwakking links door minder duidelijke scheiding links-rechts

Terwijl Europees links macht verliest, zijn wij buiten het Oude Continent getuige van de opmars van een veel agressiever links model, zoals het Venezolaanse model. Volgens veel intellectuelen die het kapitalisme beu zijn, ligt het belang van de ideologie van Hugo Chávez in het feit dat deze Venezolaanse leider, ondanks alle extreemlinkse maatregelen die in Venezuela zijn doorgevoerd (nationalisering van particulier eigendom en van ondernemingen, controle van de media, antiwesterse en met name anti-Amerikaanse retoriek), het niet heeft aangedurfd om in zijn land een totalitair systeem op basis van het marxisme-leninisme in te voeren.

Venezuela kan de verspreiding van zijn excentrieke socialisme naar het buitenland financieel mogelijk maken doordat het land de grondslagen van een moderne economie in stand houdt. Ook de Braziliaanse president Luiz Inacio Lula da Silva, die geliefd is bij tegenstanders van het kapitalisme, had zijn uiterst linkse opvattingen getemperd, zodat hij er beter in zou slagen om zoveel mogelijk Brazilianen welvaart en materiële zekerheid te garanderen. De methode die Lula daarbij gebruikt wijkt af van de methode waarvan traditioneel links voorstander is, en houdt in dat een sterke economie wordt afgestemd op de behoeften van de Staat. Het is geen toeval dat antiglobalisten in Europa of in Amerika lyrisch zijn over Lula, en niet over Chávez of de Spaanse premier Zapatero. Hierbij speelt overigens mee dat Zapatero zich gedwongen zag zijn linkse programma uitsluitend te beperken tot de strijd met het traditionele katholicisme en de conservatieve tradities van Spanje.

In Europa leidt de minder scherpe tegenstelling tussen links en rechts tot een verzwakking van links. Ideologieën doen er steeds minder toe in de politiek. Wat telt is niet langer de klasse waartoe je behoort, maar de nationale of regionale gemeenschap waarvan je deel uitmaakt. En daarom heeft links Europa nog een lange weg vol obstakels te gaan, voordat het de ideologische fakkel in Europa weer aan het branden krijgt.