Twee jaar na het oprichten van de Unie voor het Middellandse Zeegebied (MU) is het duidelijk dat de Europese mediterrane politiek langzaam in de modder wegzakt. De grote projecten die met veel bombarie werden aangekondigd in juli 2008 – het schoonmaken van de Middellandse Zee, de ontwikkeling van zeewegen om de handel te vergemakkelijken, een gezamenlijk programma om natuurrampen te voorkomen, het ontwikkelen van systemen voor het opwekken van zonne-energie, de oprichting van een Europese-Mediterrane universiteit en het Mediterrane initiatief om de oprichting van bedrijven te stimuleren – lijken steeds verder weg.

Het Spaanse voorzitterschap van de Europese Unie is er niet in geslaagd om het proces nieuw leven in te blazen, noch om een mislukking van de Waterconferentie in Barcelona (afgelopen 13 april) of het uitstellen van een Middellandse Zeetop te voorkomen. De teleurstelling komt niet alleen voort uit het niet uitvoeren van concrete plannen, maar vooral uit het feit dat het lijkt of alles, het project zelf, het algemene idee, het vooruitzicht van een solidair Mediterraan gebied, tevergeefs was. Kortom : het enthousiasme is verdwenen.

Waarom? De eerste reden is, zoals altijd, het Palestijns-Israëlisch conflict, dat over het algemeen altijd alles verlamt en elke willekeurige activiteit kan ondermijnen. Het gaat om een conflict met wereldwijde gevolgen waarbij Europa weinig gewicht in de schaal kan leggen. En de Euro-mediterrane betrekkingen zullen hier nog lang door gegijzeld worden.

Afwezigheid serieus project

De twee reden is de afwezigheid van een serieus project van de EU in het Middellandse Zeegebied. Het is nu duidelijk geworden dat het plan om een vrijhandelszone te creëren, een plan dat is uitgewerkt in Barcelona in 1995 ( en dat gerealiseerd had moeten worden in 2010), geen solidair ontwikkelingsproject was.

Op dezelfde manier kun je de pijlers, zoals die door de MU, zijn gevormd niet beschouwen als een echte strategische heroriëntatie van Europa. Je krijgt eerder het gevoel dat dit maar klein leed is na het wegzakken van het Barcelonese proces.

Daaraan kun je nu overigens nog een nieuwe aspect toevoegen, dat te maken heeft met de mondiale economische crisis en de gevolgen hiervan voor Europa. Europa is onder onze ogen aan het veranderen. Het Europese project is in crisis, het idee van één politiek Europa lijkt in rook op te gaan, en de crisis van de euro heeft de kwetsbaarheid van de solidariteit tussen de verschillende Europese landen laten zien. We zullen nu moeten wachten (tussen drie en vijf jaar) voordat de economisch-financiële vooruitzichten van de EU weer wat zijn opgeklaard.

Maar de geopolitieke bewegingen, die min of meer beantwoorden aan de theorie van Napoleon die zei dat een land de politiek heeft van zijn geografie, doen zich opnieuw gelden. Duitsland deelt een steeds kleiner wordende mitteleuropäische ruimte met de rest van Europa. Het land kijkt zelfs naar het Oosten, naar Rusland, wanneer de toekomst van zijn continentale machtsbelangen in het geding zijn. Frankrijk, dat Griekenland en Spanje vooral uit bancaire motieven heeft gered, maar dat het liefst zijn betrekkingen met de landen in Zuid-Europa zou willen aanhalen, lijkt op dit moment monddood.

Lang op de deur staan kloppen

De laatste reden is te wijten aan de situatie van de zuidelijke en oostelijke landen aan de Middellandse Zee. Turkije heeft lang aan de deur van Europa staan kloppen zonder dat Europa daaraan gehoor gaf. Nu lijkt Turkije langzaam maar zeker van strategie te zijn veranderd. Het land verstevigt steeds meer zijn eigen regionale positie, en is in staat om een onafhankelijke rol te spelen in het Mediterrane gebied en zelfs in West-Azië. Het weet ook dat dat het beste argument is waarom Europa meer rekening met Turkije zou moeten houden.

Kan de huidige crisis in de EU een gelegenheid bieden om het proces van de toetreding van Turkije opnieuw in gang te zetten? Nee als Europa besluit om zich te reorganiseren in concentrische cirkels, rondom een harde kern van landen binnen de eurozone en andere Europese landen buiten de eurozone. Ja als Europa er op het dieptepunt van de eurocrisis voor kiest om een grote, geïntegreerde en nieuwe vrijhandelszone te vormen. Een soort interne markt, zonder gemeenschappelijke munt, maar met een gemeenschappelijke rekeneenheid (dat verschil bestaat wel degelijk, weten de bankiers) zoals we die hadden tussen 1993 en 1999, voordat de euro er was. Turkije zou daar een belangrijke en stevige plek innemen.

Profiteren van de toetreding tot de EU

Er is één dat zeker is en dat is dat de Mediterrane economie en de politieke stabiliteit van de regio enorm zouden profiteren van de toetreding tot de EU van Turkije zoals het nu is. Deze optie verdient meer aandacht.

De moeilijkste vragen zijn er rond de situatie van de landen in het zuidelijke Middellandse Zeegebied. Het is voor iedereen duidelijk dat Europa niet langer de centrale motor kan zijn bij de ontwikkeling van de landen van de Maghreb en de Levant. Ze kan deze landen helpen bij het oplossen van het probleem van de ongelijke verdeling van werk en productie in het Mediterrane gebied, maar de Unie heeft geen wondermiddel voor hun ontwikkeling. Daarvoor moeten ze zelf hun verantwoordelijkheid nemen. En dat kan alleen wanneer ze in staat zijn om een solidair, samenhangend en levensvatbaar regionaal blok te vormen.