De politieke crisis die België momenteel doormaakt, staat symbool voor de ernstige malaise die in Europa heerst. Drie maanden na de jongste parlementsverkiezingen, die gewonnen zijn door de Vlaams-nationalistische partij N-VA, heeft het land nog altijd geen regering.

Sommige Waalse politici, die aanvankelijk geen stelling namen, zien nu serieus de mogelijkheid onder ogen dat België uiteen zal vallen. Oorzaak van de verdeeldheid vormen de Vlaamse en de Waalse gemeenschap, die op alle punten tegenover elkaar lijken te staan. Toch is verscheidenheid geen onoverkomelijk obstakel voor de natiestaten. Zo zijn Spanje en het Verenigd Koninkrijk er ondanks grote separatistische spanningen uiteindelijk in geslaagd regionalisme en nationale eenheid te combineren. En ook de Verenigde Staten, een tempel van communautarisme, dreigen niet uit elkaar te vallen.

Verscheidenheid brengt nationale integriteit aan het wankelen

In de praktijk brengt verscheidenheid de nationale integriteit vooral aan het wankelen als er veel geld van de ene naar de andere gemeenschap vloeit. Wat de Vlamingen de Walen verwijten is niet dat zij Frans spreken, maar dat zij een royale sociale bescherming genieten die gefinancierd wordt met Vlaams belastinggeld. En de Italianen uit het noorden van het land staan niet vijandig tegenover de flegmatieke levensstijl van hun landgenoten in het zuiden, maar ze willen hen simpelweg niet subsidiëren.

Dit conflict tussen openstaan voor andere bevolkingsgroepen enerzijds en financiële vrijgevigheid anderzijds mag dan paradoxaal lijken, maar komt niet alleen in Europa voor. Hoewel de Amerikanen geen moeite hebben met de totaal verschillende levensstijlen die in de Verenigde Staten voorkomen, zijn zij niet bereid hun solidariteit en hun inspanningen uit te breiden buiten een nauwe kring in hun onmiddellijke nabijheid: hun ´gemeenschap´. Dit gebrek aan sociaal kapitaal en aan belangstelling voor het algemeen welzijn komt concreet tot uiting in hun dagelijks leven.

Verband tussen verscheidenheid en kwaliteit dienstverlening

Zo heeft Harvard-professor Alberto Alesina ontdekt dat Amerikaanse steden met een grote (culturele en sociale) verscheidenheid tevens te maken hebben met een kwalitatief minder goede openbare dienstverlening. Het huisvuil wordt er minder vaak opgehaald, de gemeentelijke bibliotheken zijn kleiner en er is sprake van een gebrekkige riolering, terwijl programma's voor sociale hulpverlening er minder goed op gang zijn gekomen. Als tegenhanger van verscheidenheid heeft het gebrek aan collectieve solidariteit soms een politieke prijs: zo hebben de meest heterogene landen vaak de meest instabiele regering, als er tenminste geen sprake is van een sterk autoritair gezag.

Het is dus niet ondenkbaar dat deze verscheidenheid, die enerzijds een enorme rijkdom betekent voor het Europese continent, anderzijds de federalistische ambitie zou kunnen dwarsbomen. Vanuit dit oogpunt bezien is de trieste kwestie van de Roemeense Roma-families opnieuw een voorbeeld van het principe dat er een keuze wordt gemaakt tussen verscheidenheid en solidariteit. Geen enkele lidstaat van de Unie beschouwt dit nomadenvolk als een deel van zijn eigen gemeenschap, zelfs Roemenië niet.

De Roma worden door alle lidstaten uitgezet, zonder dat er echt naar een oplossing voor hun probleem wordt gezocht. Omdat niemand zich verantwoordelijk voelt voor de Roma-families, worden ze doorgeschoven naar de Europese Commissie. En aangezien de Commissie zelf voortkomt uit onderling sterk uiteenlopende gemeenschappen (namelijk de Europese lidstaten in al hun verscheidenheid), kan zij niet veel meer voor de Roma doen dan een moraliserende houding aannemen.