Hij is vertrokken. In december, toen het Constitutionele Hof de laatste obstakels voor de oprichting van een ‘bad bank’ en een ‘nationale Sloveense holding’ [belast met het verkopen van overheidsbedrijven] wegnam, leek Janez Janša de teugels nog stevig in handen te hebben om de overgang [naar een neoliberale economie] te kunnen afronden.

Nog geen twee maanden later werd hij verdreven. Sindsdien maakt hij deel uit van de geschiedenis. Niet als een van de premiers van Slovenië, maar als de persoon over wie het meest geroepen werd tijdens de vele demonstraties, en als symbool van de elite die het land regeerde sinds de onafhankelijkheid meer dan twintig jaar geleden [in 1991] werd uitgeroepen.

Maar de nieuwe parlementaire meerderheid heeft geen enkele reden om de champagne te ontkurken. Want de problemen waarmee de Sloveense premier geconfronteerd wordt, gaan veel verder dan Janša. Slovenië gaat weer een jaar van alarmerende statistieken tegemoet, zonder dat men er zeker van is dat het dieptepunt van de crisis is bereikt.

Slovenië is bijna ‘klinisch dood’

Volgens de vooruitzichten zal de groei negatief zijn (-2%), zal het begrotingstekort verder toenemen en aan het eind van het jaar de 5% van het bbp bedragen, en zullen de werkloosheidscijfers het record breken van 125.000 werkzoekenden. De bedrijven gaan ten onder aan schulden, exporteurs hebben te maken met een afnemende orderstroom, en het bancaire systeem loopt op zijn laatste benen.

Het is niet overdreven te stellen dat Slovenië na vijf jaar crisis bijna ‘klinisch dood’ is. De recessie, en dan laten we de excessen van de politieke en economische elite nog buiten beschouwing, stelde de bevolking teleur en liet haar alle hoop verliezen.

Middenklasse is aan het verdwijnen

In een staat waarin men vroeger binnen vijf minuten een lening kon afsluiten, schieten de inkoopkantoren voor goud als paddenstoelen uit de grond. Ze zijn het symbool geworden van de toenemende armoede. De ene na de andere grote regionale werkgever sluit zijn deuren, terwijl ziekenhuizen geen geld meer hebben voor medicijnen. Jongeren verlaten het land, ouderen hebben steeds meer moeite de eindjes aan elkaar te knopen, en de middenklasse is bezig te verdwijnen.

Dit is de situatie waarin de nieuwe premier, Alenka Bratušek, het land moet gaan leiden. Het begin van haar ambtstermijn kan wel eens heel moeilijk worden. Ze is nog steeds interim-voorzitter van haar [centrumlinkse] partij, Positief Slovenië, die drijft op het persoonlijke charisma van de oprichter, en burgemeester van Ljubljana, Zoran Janković. De ‘taliban’ van Janša, die allemaal dezelfde ideologie aanhangen, volgden het bezuinigingsdogma zonder vragen te stellen, alsof het een voorschrift voor medicijnen was.

Zal de coalitie van Bratušek, die ideologisch verdeeld is, in staat zijn haar leider te gehoorzamen?

Geest van opstand is uit de fles

De nieuwe premier, die niet veel politieke ervaring heeft, zou de talenten van een goochelaar moeten hebben. Hoe kun je een akkoord bereiken over de verkoop van staatsbedrijven, die als verraad door de Sociaaldemocraten (SD) wordt beschouwd, terwijl Positief Slovenië van plan is een kwart van de aandelen aan de werknemers toe te kennen en de Burgerlijst (BL, centrumrechts) die onmiddellijk op de markt wil brengen? Zullen de coalitiepartners tot een compromis over de ‘bad bank’ kunnen komen? Zal de regering zijn einddatum halen, die voorzien wordt voor volgend jaar [wanneer naar alle waarschijnlijkheid de volgende verkiezingen zullen plaatsvinden]?

In tegenstelling tot Janša, riskeert Bratušek haar hoofd te stoten aan de opleving van hoop, wat haar taak er niet eenvoudiger op maakt. Want de geest van opstand is uit de fles. De vakbonden, de werkgevers uit de publieke sector en studenten gaan nu al maandenlang de straat op. Als de nieuwe regering de financiële sector echt wil vlottrekken, dan zal zij haar achterban impopulaire maatregelen moeten opleggen, dezelfde achterban die de straat opging om te protesteren tegen de door Janša opgelegde bezuinigingsmaatregelen.

Goedkoop populisme

De regering zal voor moeilijke beslissingen over de sanering van de banken gesteld worden. Zij zal moeten werken aan hervormingen en moeten onderhandelen met de vakbonden, ondertussen rekening houdend met de ‘zero tolerance’-houding van de bevolking ten opzichte van de dwalingen van de politieke elite. Kortom, ze moet proberen de fouten van Janša te herstellen en het geld vinden dat er nodig is.

Zal de actieradius van de nieuwe regering duidelijker zijn na de formatie? Als we de premier een raad mogen geven, willen wij haar afraden haar strategie te baseren op de terugkeer van een ministerie van Cultuur [dat door Janša werd afgeschaft] en op goedkoop populisme, waardoor Slovenië zou kunnen geloven dat de veranderingen het land bespaard blijven. Meer dan ooit heeft de staat concrete maatregelen nodig. De overleving van de nieuwe regering hangt ervan af.