Duitsland zit midden in een verkiezingsjaar en speelt naar buiten toe een troef uit die eerder al door Italië, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk op tafel was gelegd en waaruit blijkt dat er nog steeds wat rest van de superieure, minachtende houding tegenover Oost-Europa.

De Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Hans-Peter Friedrich, heeft namelijk een officiële verklaring afgelegd, waarin hij Roemenië en Bulgarije waarschuwt dat zij tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) van 7 en 8 maart op een ´veto´ zullen stuiten. Daarmee bevestigt hij weer eens welke obsessies er leven, welke binnenlandse politieke spelletjes er door de EU-landen worden gespeeld en hoe ver wij verwijderd zijn van het principe van gelijke behandeling tussen de lidstaten onderling.

Het is gedaan met de Duitse correctheid

De deur van de Schengenruimte blijft opnieuw gesloten voor Roemenië, en opnieuw om redenen die niets te maken hebben met de toetredingscriteria. Friedrich (Christelijk-Sociale Unie – CSU), coalitiepartner van Angela Merkel (Christen-Democratische Unie – CDU), presenteerde daarmee zonder twijfel het gezichtspunt van de Duitse regeringscoalitie (CDU/CSU) en dat geeft wel aan hoezeer deze coalitie aan verkiezingsstress lijdt.

Als iemand die verantwoordelijk is voor de ´motor´ van de EU, binnenlands en Europees beleid op vergaande wijze door elkaar haalt, dan mag je wel stellen dat het gedaan is met de legendarische Duitse correctheid. Terwijl Friedrich een binnenlands verkiezingsthema aansnijdt, namelijk de sociale uitkeringen, verwijst hij naar de corruptie van het visumsysteem in Roemenië en Bulgarije. “Mensen die hier alleen maar komen om sociale uitkeringen op te strijken en die misbruik maken van het recht van vrij verkeer, moeten daarvan op effectieve wijze worden weerhouden”: aldus de verklaring van een verantwoordelijk minister.

Afleidingstechniek van oude EU-landen

Het Schengen-probleem werd eerder al op deze manier opgepikt door de Italiaanse premier Silvio Berlusconi en de Franse president Nicolas Sarkozy. De afleidingstactiek die de oude Europese landen gebruiken om de publieke opinie af te leiden van gevoelige onderwerpen in eigen land, maakt deel uit van een heel arsenaal dat de EU steeds minder geloofwaardig maakt, temeer omdat zij steeds minder in staat is haar problemen op te lossen.

Ook de opstelling van het Verenigd Koninkrijk van de laatste tijd, dat openlijk weigert de Europese akkoorden inzake de toegang – per 1 januari 2014 – van Bulgaren en Roemenen tot de arbeidsmarkt te eerbiedigen, bevestigt een realiteit binnen de Unie waar men steeds moedelozer van wordt. Premier David Cameron, die een vergelijkbare opruiende boodschap gebruikt, dreigt met het beeld van een invasie van werknemers uit deze twee landen, die een negatief effect zal hebben op de Britse werkgelegenheid, en speelt op zijn beurt de buitenlandse troef uit om zijn imago in het binnenland op te vijzelen.

Waarom zit de EU Roemenië zo op de huid?

Dit alles was niet gebeurd als de Roemeense regering zich correct en consistent gedragen had, zowel op het gebied van het binnenlands beleid als tegenover het volk. Tot nu toe – en dat zal wel zo blijven – heeft geen enkele Roemeense minister van Buitenlandse of Binnenlandse Zaken hoeven opdraaien voor de fouten van de regeringen, en nog minder voor de beledigende manier waarop Europese burgers uit Roemenië door EU-landen zijn behandeld.

Volgens het Roemeense ministerie van Buitenlandse Zaken "waarborgt Roemenië in feite de veiligheid van de buitengrenzen van de EU, sinds zijn toetreding in januari 2007. […] Uit de rapporten waarin de technische voortgang wordt geëvalueerd, blijkt dat alle Schengen-bepalingen op uniforme en correcte wijze ten uitvoer zijn gelegd." Het is dan ook logisch om je af te vragen waarom de Europese Unie Roemenië zo hardnekkig op de huid zit. Hoelang zal men nog doorgaan om deze technische procedure als politiek en economisch chantagemiddel te gebruiken?

Genoeg van het Europese chantagebeleid

Uit de reactie van minister van Buitenlandse Zaken Titus Corlăţean [dat Boekarest “niet langer geïnteresseerd is” in geval van een nieuw veto, red.] – die gesteund wordt door premier Victor Ponta maar verworpen is door president Traian Băsescu – spreekt een maatschappelijke realiteit die minstens even wezenlijk is als de realiteit die minister Hans-Peter Friedrich uitdraagt: Roemenen die begrijpen wat er op het spel staat, hebben genoeg van het Europese chantagebeleid.

In februari bracht bondskanselier Angela Merkel een bezoek aan Ankara, omdat zij verontrust was door de stellingname van Turkije – een belangrijke speler op het kruispunt van Oriënt en Europa en bovendien lid van de NAVO. De Turkse premier, die zich nu meer op Azië en China lijkt te gaan richten omdat de toetredingsonderhandelingen met de EU voor onbepaalde tijd bevroren zijn, had bepaalde uitlatingen gedaan en Merkel wilde deze verzachten.

Daaruit blijkt dus dat EU-besluitvormers en -lidstaten niet alleen in actie komen na pressie vanuit het Westen naar het Oosten, maar ook na pressie in omgekeerde richting. Waarom zou Roemenië – nu in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk [d.w.z. alleen door de leider van extreemrechts, Marine Le Pen] gesproken wordt over een mogelijk referendum om uit de Unie te stappen – er niet eens mee ophouden om onvoorwaardelijk te accepteren dat het niet meer is dan een markt waarop de grote EU-landen met hun uitgekiende chantagepraktijken al hun producten kwijt kunnen?