De drie crises. Deze formulering lijkt een kunstmatige constructie, maar dat is niet zo. Na de financiële crisis is een monetaire en economische crisis uitgebroken, die uiteindelijk een politieke crisis bleek te zijn. En de Europese landen blijken niet in staat om over hun toekomst na te denken of om die te organiseren. Dit vormt de derde crisis.

De eerste, meest zichtbare, crisis was de financiële crisis die in september 2008 zijn hoogtepunt bereikte met de val van de bank Lehman Brothers in New York. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië zijn het zwaarst door deze crisis geraakt, maar ook het Europese vasteland heeft er de gevolgen van ondervonden. Intussen hebben andere delen van de wereld zich juist snel hersteld en zelfs hoge groeicijfers behaald.

Afwezigheid van een maatschappelijk project

Sommige mensen dachten dat deze crisis voorbij was en het herstel gewaarborgd toen er begin 2010 een volgende crisis uitbrak, voornamelijk Europees dit maal. Deze economische en begrotingscrisis begon met een donderslag: Griekenland stond op het punt failliet te gaan. We ontdekten hoe ernstig onze ziektes zijn: de enorme omvang van begrotingstekorten, de snelle groei van de overheidsschulden, het onvermogen van bijna elk land om de hoge werkloosheidscijfers omlaag te brengen. Deze crisis is vooral politiek van aard.

Hij toont de machteloosheid van Europese landen om hun economie te leiden, overheidsuitgaven te verlagen, belastinginkomsten te verhogen en vooral om de groei te stimuleren, omdat er immers zonder groei geen herstel van de begrotingen mogelijk is. De derde crisis waardoor het Westen wordt geraakt is de afwezigheid van een maatschappelijk project, wat minder makkelijk te begrijpen is. In het Europese Westen heeft een leidende elite eeuwen lang alle middelen in handen gehad. Eerst waren dat de alleenheersende monarchieën, later de machthebbers van het grootkapitalisme.

Zo heeft het Westen in een paar eeuwen het grootste deel van de wereld kunnen overheersen. Maar dit systeem berustte op twee gevaarlijke situaties. De eerste was dat de hele maatschappij op wrede wijze onderworpen was aan de macht van de leiders. Van de onderdanen van de koning tot de arbeiders in de fabrieken, en van de gekoloniseerden tot vrouwen en kinderen: elke categorie van de bevolking is onderworpen geweest aan allerlei vormen van buitensporige dominantie. Zo werd het westerse model onvermijdelijk overheersend en verpletterend tegelijk.

Geen toekomstvisie

De andere zwakheid ervan is dat het heeft gediend bij de vorming van nationale staten die onderling jarenlang oorlog hebben gevoerd. Twee wereldoorlogen en een golf aan totalitaire regimes verder was het bijna afgelopen met Europa. De strijd tussen nationale staten is pas opgehouden met de Amerikaanse overheersing en de oprichting van een Europese Unie die gebaseerd is op het de verzwakking van de staten zelf. Het sociale systeem van Europa zelf is langzamer verzwakt. Volkeren hebben koningen afgezet, arbeiders hebben sociale rechten veroverd, de koloniën hebben zich bevrijd, vrouwen hebben rechten gekregen, maar al deze verwervingen hebben geen eind kunnen maken aan de ongelijkheid die hen treft.

Na de ”Belle époque”, waarmee hier de jaren van sociale democratie in de tweede helft van de twintigste eeuw worden bedoeld, heeft Europa, hoewel ze is bevrijd van haar grootste kwellingen en dwaasheden, geen ontwikkelingsmodel, geen toekomstvisie. Vanuit Europa klonken de afgelopen eeuwen de belangrijkste stemmen, maar vandaag de dag houdt het zich stil, is Europa leeg, met name omdat het tot nu toe niet in staat bleek om zijn oude moderniseringsmodel door een ander te vervangen. Toch is dat niet onmogelijk en we kennen de grote thema’s al die de komende eeuw voorrang moeten krijgen: de milieuwetenschappers hebben ons ervan overtuigd dat we de wetten van de economie moeten combineren met die van de natuur; culturele bewegingen hebben ons geleerd dat je niet alleen een meerderheid moet behalen, maar ook rekening moet houden met de rechten van minderheden.

Vrouwen zijn, meer binnenshuis dan in de publieke ruimte, begonnen met het bouwen van een maatschappij waarin het belangrijkste doel is om extreme tegenstellingen met elkaar te verzoenen, om voorrang te geven aan binnenlandse integratie in plaats van aan buitenlandse veroveringen. Maar de plannen voor deze grote projecten die op een dwingende manier zouden moeten worden omgezet in beleid, blijven meer hangen in de publieke opinie dan dat ze doordringen bij de regeringen.

Verstoken van politieke en intellectuele instrumenten

Maar al is het mogelijk om een toekomstplan uit te denken, dan nog zijn we verstoken van de politieke en vooral de intellectuele instrumenten die nodig zijn om ons los te maken van crises waarvan we tot nu toe alleen nog maar geprobeerd hebben de meest ernstige gevolgen af te zwakken. Het financiële kapitaal is de enige sector van de economie die zich snel en goed heeft hersteld. Tegelijkertijd wordt de sociale ongelijkheid weer groter, terwijl producties naar buiten Europa worden verplaatst en het politieke debat in geen enkel land is veranderd. We kunnen niet langer volhouden dat onze politieke en zelfs intellectuele machteloosheid het gevolg is van de crisis: deze zijn er de belangrijkste oorzaak van. Dit maakt ons duidelijk waar onze prioriteiten liggen.

Er zal geen uitweg voor de economische crisis zijn zonder eerst de politieke en culturele crises aan te pakken. Vandaar de urgentie voor een politiek herstel en vooral van een intellectuele en culturele wedergeboorte. België en Nederland zijn verwoest door chauvinistisch populisme en vreemdelingenhaat. Het politieke leven in Italië en Frankrijk ligt in duigen en moet volledig opnieuw opgebouwd worden. En met de overheersende rol van de VS in de wereld zijn we allen gebaat bij een overwinning van Obama op een republikeinse partij die wordt meegesleept door zijn meest reactionaire en minst intelligente vleugel.

Van de beste economen hebben we geleerd dat maatschappelijke en politieke oplossingen de grootste voorrang moeten krijgen om economische crises te boven te komen, maar onze politici lijken dit nog altijd niet te door te hebben. We kunnen niet meer stapje voor stapje lopen omdat we niet eens meer weten of we ze vooruit of achteruit zetten. We moeten, heel dringend, over onze toekomst nadenken, ons daar een voorstelling van maken en eraan beginnen te bouwen, terwijl we de mist en stiltes, die hangen over de onmisbare politieke instrumenten om zo’n toekomst mogelijk te maken, moeten wegvegen.