In het Parlamentarium – het opzichtige nieuwe bezoekerscentrum van het Parlement, dat 1 miljoen euro heeft gekost – worden Eva Vanpeteghem en Elise Mais ingewijd in de mysteries van de EU-democratie. De Belgische studentes, beide vijftien jaar oud, zitten in een replica van het cirkelvormige vertrek waar de Europese afgevaardigden debatteren en stemmen.

Schoolkinderen zijn niet de enigen die het belang beginnen in te zien van een instelling die lange tijd spottend werd aangeduid als een bejaardentehuis voor afgeschreven nationale politici. In het Verdrag van Lissabon van 2009 werden de bevoegdheden van het Europees Parlement echter aanzienlijk uitgebreid.

En ook mede door de slinksheid van sommige ondernemende afgevaardigden behoort het EP nu tot een van de invloedrijkste organen in de EU. De laatste tijd heeft het op diverse terreinen zijn wil opgelegd, van visserij tot financiële hervormingen en de EU-begroting van 1.000 miljard euro.

Ruw met macht EP geconfronteerd

Vraag het maar aan de financiële topstukken in de City of London, die [eerder deze maand] ruw met de macht van het EP werden geconfronteerd, toen er een flinke stap voorwaarts werd gezet om een wettelijk maximum voor bonussen van bankiers in de EU vast te stellen. Het idee hiervoor kwam uit de koker van de Europarlementariërs die het bovendien wisten door te drukken ondanks felle tegenstand van het Verenigd Koninkrijk. Dat land is bang dat door de opgelegde beperkingen de positie van de City als mondiaal financieel centrum wordt ondermijnd.

Of we het nu leuk vinden of niet, het EP zal assertiever worden en steeds vaker op soortgelijke wijze zijn spierballen tonen, menen analisten als Thomas Klau, directeur van de European Council on Foreign Relations in Parijs.

En inderdaad hebben de Europarlementariërs de afgelopen periode een hele reeks overwinningen in de wacht gesleept. Zij blokkeerden een belangrijk verdrag over internationale bescherming van auteursrechten waarvan werd gevreesd dat het tot censuur zou leiden. Ook dwongen ze wijzigingen af in een overeenkomst met de VS over het delen van bankgegevens, bedoeld om financiering van terroristische activiteiten op te sporen. De tussenkomst van het EP leidde tot een vertraging van zes maanden, tot ongenoegen van Hillary Clinton, de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, en Joseph Biden, de vicepresident.

Intolerant of incompetent

Het Parlement heeft er ook een gewoonte van gemaakt de kandidaten van nationale regeringen voor de Europese Commissie, de uitvoerende tak van de EU, af te wijzen als ze deze intolerant of incompetent vinden, zoals respectievelijk met de beoogde commissarissen van Italië en Bulgarije het geval was. "De tijd dat het Europees Parlement werd uitgelachen omdat het zo weinig invloed had, ligt ver achter ons", zegt een Europese diplomaat.

Onder het voorzitterschap van de Duitse politicus Martin Schulz streeft het EP zelfs naar nog grotere dingen. Schulz hoopt dat Europese leiders het Parlement gaan beschouwen als de plek bij uitstek om in het openbaar over Europese kwesties te debatteren, zoals over de schuldencrisis. In november zette de Duitse bondskanselier Angela Merkel er haar visie op de eurozone uiteen, waarbij zij ervoor pleitte dat de nationale regeringen op het gebied van belastingen en andere beleidsterreinen belangrijke bevoegdheden aan Brussel zouden overdragen. “Het Europees Parlement is de meest open instelling in Europa” zei Schulz afgelopen maand.

Niet onder de indruk

Niet iedereen is onder de indruk. Hoewel de macht van het Parlement algemeen wordt erkend, klagen critici dat de instelling nog niet de volwassenheid en verantwoordelijkheid heeft ontwikkeld die daar bij hoort. Dat het EP zich voorstaat op zijn democratische legitimiteit, wordt ondergraven door het feit dat de opkomst bij verkiezingen sinds de eerste rechtstreekse verkiezingen in 1979 voortdurend is gedaald. Tijdens de meest recente verkiezingen ging slechts 43 procent van de stemgerechtigden naar de stembus, ondanks een miljoenen kostende mediacampagne om de bevolking daarvoor warm te maken.

Volgens de critici wordt het probleem deels veroorzaakt doordat de Europese afgevaardigden zich niet in de eerste plaats bezighouden met het welzijn van de burgers. Zij zouden er vooral op gebrand zijn bevoegdheden over te nemen van de andere belangrijkste instellingen – de Commissie, de uitvoerende tak die wetgevingsvoorstellen initieert, en de Raad, die de nationale regeringen vertegenwoordigt.

Vreemde eend in de bijt

Het Europees Parlement is altijd een vreemde eend in de bijt geweest. In tegenstelling tot bij de nationale parlementen wordt er geen regering op grond van de zetelverdeling in het EP gevormd. De leden zijn van nature vaak federalisten die overtuigd voorstander zijn van "meer Europa" en nauwere integratie om de meeste beleidsproblemen op te lossen.

De discussie over de toekomst van het Parlement wordt steeds intensiever nu de EU nadenkt over een van de ingrijpendste hervormingen in haar ruim zestigjarige bestaan om de schuldencrisis in de eurozone aan te pakken. Tot dusver werd er in veel gevallen meer macht aan niet-gekozen technocraten in Brussel gegeven om toezicht te houden op de financiën en het economische beleid van nationale regeringen. Hierdoor zijn er zorgen ontstaan over een groeiend "democratisch tekort" tussen de EU en een bevolking die steeds verder van de besluitvorming af komt te staan.

Als de enige EU-instelling waarvan de leden rechtstreeks zijn verkozen, lijkt het Parlement een ideale kandidaat om de kloof te overbruggen door een nog grotere rol te gaan spelen. Maar om dat geloofwaardig te doen, moet het wellicht nauwere banden smeden met het publiek dat het beweert te vertegenwoordigen.

Meer zeggenschap

Brussel bruist van ideeën om hier werk van te maken. Een van die ideeën is dat elke politieke partij bij verkiezingen de nummer één op de lijst als kandidaat-voorzitter van de Commissie naar voren schuift. Op die manier krijgen de kiezers een beter besef van waar het om draait.

Anderen menen dat de nationale parlementen meer zeggenschap over de EU-wetgeving moeten krijgen. Sommige EU-functionarissen voorspellen dat dit een fundamenteel onderdeel zal zijn van een toekomstige herziening van de EU-verdragen – mogelijk na de verkiezingen in 2014.

Vooralsnog zitten de Europeanen opgescheept met het Parlement dat er nu is. Ondanks al het ach-en-weegeroep kan het EP op een paar waardevolle prestaties bogen.

Volgens Anne Jensen, een Deense liberaal-democraat, is het de taak van de afgevaardigden mede te bepalen hoe geld wordt besteed, en onderhandse afspraken die Europese leiders achter gesloten deuren hebben gemaakt, zorgvuldig te onderzoeken. "Als het Parlement geen duidelijk standpunt heeft en zijn wetgevende bevoegdheden niet gebruikt", vraagt zij zich af, "waar dienen we dan voor?"