De kwestie over de zetelverdeling binnen het nieuwe Europese Parlement dat in juni 2014 gekozen zal worden, komt zowel voort uit een bepaling uit het Verdrag van Lissabon – waarin het totale aantal zetels wordt teruggebracht van 754 tot 751 – als door de toetreding van Kroatië tot de EU. De andere lidstaten is gevraagd plaats te maken voor elf Kroatische volksvertegenwoordigers, en de enige manier om dat te kunnen doen, is hun een aantal zetels te ontnemen. Is deze nieuwe verdeling een politieke afweging komt ze voort uit een zuiver mathematische berekening?

Rekenen en rechtvaardigheid zijn twee verschillende zaken. In het jargon van de Brusselse bureaucraten wordt rechtvaardigheid ‘degressieve evenredigheid’ genoemd, dat in gewone bewoordingen wil zeggen dat de kleine landen, in verhouding tot hun bevolkingsomvang, een groter parlementair mandaat hebben dan de grote landen.

Parlement is enige door volk gekozen orgaan

In het voorstel van de Commissie constitutionele zaken waarover het Europees Parlement zich midden maart zal uitspreken, worden er drie zetels aan Duitsland en 1 aan 12 andere landen onttrokken, zonder dat de overige vijftien landen een zetel hoeven in te leveren. Het feit dat Duitsland, dat binnen de EU een dominante positie inneemt, zijn invloed op het Parlement ziet afnemen, kan te denken geven dat het om een politieke keuze gaat, maar de waarheid is eenvoudiger: het Verdrag van Lissabon bepaalt dat geen enkel land meer dan 96 zetels mag hebben. Duitsland, dat er 99 heeft, zou daarmee van de norm afwijken.

Geen enkel ander groot EU-land, zoals Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Spanje of Polen, zal zetels aan het Parlement hoeven af te staan. Het zijn de kleinere landen die een zetel zullen moeten opgeven. Een inbreuk op het principe, waar Finland gelukkig niet onder heeft te lijden: dat land behoudt zijn 13 zetels.

Sommigen vinden het misschien triviaal om zo lang stil te staan bij het aantal parlementszetels dat aan de lidstaten wordt toebedeeld. De vraag is echter belangrijk omdat het Parlement het enige EU-orgaan is dat door het volk gekozen wordt en waarvan de invloed toeneemt. De verkiezingen van 2014 zullen meer dan ooit doorslaggevend zijn.

Meerderheid vindt dat stem niet gehoord wordt

Het is waar dat de Europese verkiezingen de burgers nooit echt enthousiast hebben kunnen maken, in geen enkel land, en vooral niet onder jongeren, waarvan slechts een op de vijf de moeite neemt te weten wie er zijn land vertegenwoordigt.

Opinieonderzoeken tonen aan dat de meerderheid van de burgers van de 27 lidstaten nog vinden dat hun stem op Europees niveau niet gehoord wordt. Als ze, ongeacht het land, ook maar iets weten over de EU, denken ze echter dat het Parlement het instituut is dat de Unie het best vertegenwoordigt, iets wat duidelijk verband houdt met de verkiezingsmethode.

Voor het eerst zal de keuze voor de voorzitter van de Europese Commissie afhankelijk zijn van de verkiezingsresultaten. Dat zou, net zoals het feit dat het in de toekomst mogelijk zal zijn om op afgevaardigden te stemmen die op gemeenschappelijke Europese lijsten staan vermeld, moeten stimuleren tot een debat op Europees niveau over de toekomstige politieke koers van de Unie.

Wens voor federalisering is zwak

Op dit moment hebben de verschillende parlementaire groeperingen nog nooit een verkiezingscampagne gevoerd, hoewel hun standpunten soms lijnrecht tegenover elkaar staan. Maar afgevaardigden stemmen steeds vaker in lijn met hun politieke achtergrond, hun nationaliteit speelt daarbij geen rol.

Een nog ambitieuzer voorstel behelst het kiezen van alle commissarissen vanuit de Europese Parlementsleden om ze zo meer democratische legitimiteit te geven. De verhoudingen tussen de Commissie en het Parlement zijn echter niet vergelijkbaar met die tussen de regering en het parlement binnen een land. Een directe koppeling zou van de Commissie een Europese regering maken, waarmee de Unie weer een stapje dichter bij een federatie zou komen. Maar op dit moment is de politieke wens voor verdere federalisering nog maar heel zwak aanwezig.