Soms is het gemakkelijk te vergeten waarom we de geschiedenis bestuderen. Natuurlijk kijken we naar het verleden om het heden te begrijpen, maar in het ideale geval leren we ook van het verleden. Wat een blamage dat er in het nieuwe nationale onderwijsprogramma geen plaats is ingeruimd voor de geschiedenis van Byzantium, de oostelijke helft van het Romeinse Rijk dat lang nadat Rome in de late oudheid in verval raakte, nog springlevend was.

Helaas hebben vele generaties nooit iets geleerd over het machtige Oost-Mediterrane rijk dat eens heerste van Venetië tot Palestina en van Noord-Afrika tot de Kaukasus. Daardoor ging de les die daaruit in de moderne wereld had kunnen worden getrokken, in de mist van de tijd verloren, een les waar Europa op dit moment meer dan ooit baat bij zou hebben.

Niet geplaagd door inefficiënte belastingregels

Net als de EU was het Byzantijnse rijk een meertalig, multi-etnisch gemenebest dat zich uitstrekte over verschillende klimaatzones en uiteenlopende lokale economieën, van bedrijvige steden tot marktstadjes en van bloeiende havens tot kleine nederzettingen op het platteland. En niet alleen dat, het had ook één munt, waarvan de waarde eeuwenlang onveranderd bleef.

In tegenstelling tot de populaire opinie die vrijwel dagelijks in het Britse Lagerhuis wordt gedebiteerd, waarbij parlementariërs in de rij staan om overregulering of buitensporig ingewikkelde wetgeving als "Byzantijns" te bestempelen, stoelde het Byzantijnse rijk in werkelijkheid op een hoogontwikkeld model, vooral op die gebieden waar de EU nu tekortschiet.

Anders dan de Europese Unie werd Byzantium niet geplaagd door inefficiënte en uiteenlopende belastingregels: winsten konden niet in een aantrekkelijkere regio worden geparkeerd, waardoor de structuur van het rijk zou worden ondermijnd. Het bestuur in Byzantium was heel basaal, eenvoudig en doeltreffend.

Vrijheid is vrijwaring van belastingen

Er was geen sprake van dat verschillende delen van het rijk verschillende regels of een verschillend fiscaal beleid hadden: om de staat met een eenheidsmunt te laten functioneren, moest er een fiscale, economische en politieke unie zijn; van de periferie tot het centrum moesten er belastingen worden betaald; en men zag in dat middelen moesten worden overgeheveld van welvarende naar minder gezegende regio's – al was niet iedereen daar gelukkig mee. Vrijheid, mopperde een schrijver uit de elfde eeuw, betekende vrijwaring van belastingen.

Eurocraten kunnen niet alleen leren van de structuur van het rijk; ze kunnen er ook baat bij hebben te kijken naar hoe de Byzantijnen omgingen met een chronische recessie, die werd veroorzaakt door dezelfde dodelijke combinatie van factoren als waardoor de westerse economieën tegenwoordig in het slop zijn geraakt.

In de jaren zeventig van de elfde eeuw daalden de overheidsinkomsten dramatisch, terwijl de uitgaven voor essentiële diensten (zoals het leger) bleven stijgen. Deze situatie werd verergerd door een chronische liquiditeitscrisis. Uiteindelijk werd het zo erg dat de deuren van de schatkamer wagenwijd open werden gezet: het had geen enkele zin hem op slot te doen, schreef een tijdgenoot, omdat er niets te stelen viel.

Gedwongen monnik te worden

Degenen die voor de crisis verantwoordelijk waren, werden genadeloos gestraft. De Herman Van Rompuy van die tijd, een eunuch genaamd Nikephoritzes, kreeg een stortvloed van kritiek over zich heen van een boze bevolking die geconfronteerd werd met prijsverhogingen en een afname van de levensstandaard. Uiteindelijk werd hij doodgemarteld. Het wijdverbreide ongenoegen leidde ertoe dat nog meer mensen op botte wijze uit hun functie werden ontheven. Vaak werden ze gedwongen om monnik te worden, naar verluidt zodat ze voor vergeving van hun zonden konden bidden.

Tijdens de crisis stond zelfs een Nigel Farage op. Zijn verklaring van de malaise klonk volgens een tijdgenoot "zo overtuigend" dat de mensen "eensgezind aan hem de voorkeur gaven" en hem overal met applaus verwelkomden. Wat hij zei, was een verademing in een tijd dat de oude garde verlamd was door passiviteit en een nijpend tekort aan goede ideeën. Er viel weinig in te brengen tegen zijn boodschap dat de toenmalige leiders niets klaarspeelden.

Het slappe beleid dat werd uitgeprobeerd, was een ramp en droeg op geen enkele wijze bij aan de oplossing van de problemen. De geldende valuta werd ontwaard door steeds meer munten te slaan en het gehalte edelmetaal te verminderen; er was met andere woorden sprake van een vorm van kwantitatieve versoepeling. Het fungeerde als een pleister op een schotwond.

Eenheidsmunt uit roulatie gehaald

Toen de situatie steeds slechter werd, brak het moment aan de bezem door de oude garde te halen. Er werd nieuw bloed binnengebracht en daarmee radicaal nieuwe ideeën. Er werd onder meer een soort van Duitse reddingsoperatie voorgesteld, maar die ging uiteindelijk niet door, ondanks dat die er enige tijd veelbelovend uitzag. Maar toen er voedseltekorten ontstonden en doemscenario's de kop opstaken, moest er wel doortastend worden opgetreden.

De oplossing was drieledig. Ten eerste werd de eenheidsmunt uit de roulatie gehaald en vervangen door nieuwe valuta's die de reële waarde weerspiegelden. Ten tweede werd het belastingstelsel ingrijpend gewijzigd. Daarbij werd in het hele rijk geïnventariseerd wie welke bezittingen had, wat als basis diende voor de belastingheffing in de toekomst. Ten slotte werden de handelsbelemmeringen verkleind zodat personen met extern kapitaal gemakkelijker en goedkoper dan in het verleden konden investeren – niet in het verwerven van vermogen, maar specifiek met het oog op de handel.

Economische hartstilstand

Door de enorme problemen van het rijk werden deze belemmeringen dusdanig versoepeld dat ten minste op de korte termijn externe investeerders zelfs een lagere prijs konden bieden dan de plaatselijke bevolking, om zo de economie te stimuleren. Dit beleid werkte: het was niet zo pijnlijk als werd gevreesd en gaf nieuw leven aan een patiënt die een economische hartstilstand had gehad.

De Nigel Farage van de elfde eeuw kreeg overigens nooit echte invloed, maar hij plaveide wel de weg voor een bijzonder goede kandidaat voor een topfunctie in het bestuur van het rijk. Alexios Komnenos was de naam van de man die Byzantium weer opbouwde, maar hij moest wel de prijs betalen voor zijn hervormingen: tijdens zijn leven werd hij veracht omdat hij moeilijke beslissingen nam en vervolgens werd hij eeuwenlang door historici genegeerd. Wellicht moeten we vandaag de dag op zoek naar iemand met voldoende brede schouders.