Tegen het commerciële en monetaire offensief van China heeft Europa weinig in te brengen, met name op politiek gebied. De EU heeft zich lange tijd te welwillend tegenover Peking opgesteld, maar haar houding is nu misschien aan het veranderen, denken verschillende Europese deskundigen.

China verovert Europa en ziet daarbij België niet over het hoofd. Volvo Gent, het belangrijkste centrum voor de fabricage van auto’s, is Chinees sinds Geely Automobile Holding het bestuur heeft overgenomen bij Volvo. Afgelopen dinsdag heeft de nieuwe ‘baas’ Li Shufu, hoofd van Geely, voor het eerst een bezoek gebracht aan de Gentse fabriek. Huawei, een van de belangrijkste fabrikanten van producten voor mobiele netwerken, heeft leveringscontracten getekend met de Belgische telefoonaanbieders Proximus, Mobistar en Base. En Vlaanderen rekent op een Chinese overname om Opel Antwerpen te redden. Terwijl Griekenland afgelopen weekend opgelucht de hand heeft aangenomen die vanuit Peking werd toegestoken, waarbij de belofte werd gedaan van financiële hulp voor het betalen van de enorme Griekse staatsschuld. Maar de Chinese steun – door de Chinese premier Wen Jiabao zelf aangeboden – is niet belangeloos: China wil van Griekenland de belangrijkste toegangshaven maken voor zijn producten op de grote Europese markt.

Oneerlijke concurrentie

Dit Chinese offensief wordt met enige ongerustheid gadegeslagen. En terecht: Peking onderhandelt hard om zijn belangen te laten gelden. Afgelopen maandag, op de Azië-EU Ontmoeting in Brussel, weigerde Wen Jiabao om te praten over de waarde van de Chinese munt, de yuan, waarvan de Europeanen, net als de Amerikanen, menen dat die ondergewaardeerd is. De yuan wordt door Peking opzettelijk laag gehouden om de Chinese export te stimuleren. Welnu, het handelstekort ten opzichte van China is aanzienlijk gestegen de afgelopen tien jaar: we importeren meer Chinese producten dan dat we Europese producten naar China exporteren. Wen Jiabao heeft zelfs de tegenaanval ingezet, door te beginnen over het Europese protectionisme. Ook al is het waar dat de EU importbelasting heft over enkele Chinese producten, zoals leren schoenen of fietsen, toch is de Europese markt een van de meest open markten ter wereld.

Moeten we bang zijn voor China? Haar slecht betaalde arbeidskrachten, haar ondergewaardeerde munt, de sociale en fiscale “dumping” door Chinese bedrijven; vormen deze een bedreiging voor onze welvaart? Doet China aan concurrentievervalsing? Option, een bedrijf uit Leuven dat (in China en Ierland) USB-modems produceert, is hiervan overtuigd: ”Onze Chinese concurrenten verkopen hun producten tegen abnormaal lage prijzen en worden door de staat gesubsidieerd”, zegt Jan Poté, woordvoerder van het bedrijf dat een klacht heeft ingediend bij de Commissie. ”Ik zeg niet dat alle Chinese bedrijven oneerlijke concurrentie bedrijven maar ik constateer dat er zijn die het doen”. De ervaringen van het Leuvense bedrijf maakt de verdenking alleen maar sterker. ”Europa heeft lang voorrang gegeven aan de dialoog met China. Maar met tamelijk weinig resultaat. Onlangs is de situatie gespannen geraakt. En Europa begint misschien te begrijpen dat het te naïef is geweest”, legt Antoine Sautenet uit, die onderzoek doet bij het Franse instituut voor internationale betrekkingen in Parijs (Ifri).

Europa vraagt veel, maar kan weinig bieden

Er zijn talloze geschillen: of het nu gaat om de openheid van de markt, directe investeringen of de toegang tot overheidsmarkten, de relaties zijn niet wederkerig. Integendeel. ”Chinese bedrijven hebben geen enkel probleem om zich in te schrijven voor klussen op de Europese overheidsmarkten. Vorig jaar hebben ze een contract gekregen voor de renovatie en bouw van autowegen in Polen. Daarentegen heeft China zijn eigen overheidsmarkten niet opengesteld.

En we weten dat China draconische voorwaarden stelt aan Europese bedrijven die in China willen investeren, waarbij China soms zelfs het leeuwendeel opeist, vooral op het gebied van de overdracht van technologie waarop het land belust is. ”Europa vraagt veel, maar kan weinig bieden. China heeft geen handelsakkoorden nodig om toegang te krijgen tot de Europese markt. Peking vraagt Europa om aan China het statuut van markteconomie te verlenen. Maar Europa is verdeeld. Zolang China niet over dit statuut beschikt, kan de EU makkelijker maatregelen nemen tegen de dumping van Chinese producten, wat ze trouwens niet vaak doet in vergelijking met de Verenigde Staten. In 2016 zal China dit statuut automatisch krijgen. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe kleiner de toegevoegde waarde van zo’n akkoord krijgt, vanuit Peking gezien”.

De EU, zegt Pierre Defraigne, uitvoerend directeur van de Madariaga – College of Europe Foundation, spreekt niet met één mond, terwijl andere grote landen onderling ruzie maken over de Chinese markt, met name de overheidsmarkten. ”China moet zijn groeistrategie veranderen: zijn ontwikkeling, die wordt ondersteund door de export, zal steeds meer moeten gaan berusten op de binnenlandse vraag en met name op de consumptie van huishoudens en op investeringen in het milieu. Er zal dus minder druk van China op onze markten komen, en meer kansen voor onze exportbedrijven. Op voorwaarde dat Europa in technologische ontwikkeling investeert, met name in technologieën die het rendement van energie kunnen verhogen, waar China enorme behoefte aan heeft. Maar Europa heeft geen groot technologisch programma. De Strategie van Lissabon had niets om het lijf. En de Strategie van 2020 is niet beter. Wij zijn minder bang voor China dan voor onze eigen georganiseerde zwakte.

© Le Soir. Alle rechten voorbehouden. info@copiepresse.be