De belasting op spaargeld stond al meer dan een maand op de agenda van de Europese Unie. Het plan werd genoemd in memoranda van de Europese Commissie en werd openlijk besproken door Europese politici, die het over het algemeen weigerden uit te sluiten. Toch dachten weinigen dat de Eurogroep het idee zou doorzetten. De overheersende opinie was dat dit een doorzichtig opzetje was om Cyprus te dwingen semi-overheidsinstellingen te privatiseren en de ondernemingsbelasting te verhogen.

President Anastasiades had in zijn inauguratietoespraak immers nadrukkelijk verklaard dat “er absoluut geen verwijzing naar een korting van de staatsschuld of een belasting op de deposito's zou worden getolereerd”. Daar had hij nog aan toegevoegd dat “een dergelijke ingreep niet eens ter discussie stond”. Minister van Financiën Michalis Sarris maakte soortgelijke geruststellende opmerkingen. Hij betoogde dat het "gekkenwerk" zou zijn als de EU zo'n maatregel zou opleggen, omdat daardoor het eurosysteem zou worden bedreigd.

Toch voor 'gekkenwerk' gekozen

Maar Duitsland en de leiders van de Eurogroep hebben toch voor dit 'gekkenwerk' gekozen. Zij redeneerden dat Cyprus te klein en te onbeduidend is om bang te hoeven zijn dat de belasting op de bankdeposito's tot 'besmetting' van de rest van de eurozone zal leiden. [Er zal een belasting van 6,75 procent worden ingesteld voor deposito's van minder dan 100.000 euro, en van 9,9 procent op deposito's boven die limiet, red.]

De markten zouden hier natuurlijk anders tegenaan kunnen kijken, misschien niet per se vandaag, maar over een paar weken, als duidelijk wordt dat zelfs deposito's die zijn ondergebracht bij Europese banken niet veilig zijn voor de Eurogroep.

Uit de verklaringen blijkt duidelijk dat Anastasiades werd gechanteerd om deze 'solidariteitsbelasting' te aanvaarden. Als hij dat niet zou doen, zou de Europese Centrale Bank na de deadline van 21 maart (die in januari met twee maanden was verlengd) geen noodkredieten meer ter beschikking stellen van de Cypriotische banken. De banken zouden dan diezelfde dag nog failliet zijn gegaan, waarbij mensen veel grotere delen van hun deposito's zouden verliezen dan de zeven tot tien procent waarvan nu sprake is.

Minste van twee kwaden

Had Anastasiades een andere keuze? Dat is moeilijk te zeggen, gezien de druk die afgelopen vrijdag op hem werd uitgeoefend om een politiek akkoord te bereiken. Uit alle aanwijzingen blijkt dat het besluit van onze EU-partners al vaststond. Dit was de reden dat zij de vergadering van de Eurogroep, waarin over de steunoperatie zou worden gesproken, op een vrijdagavond belegden. De Cypriotische banken zouden drie dagen gesloten zijn [vandaag is het een vrije dag op Cyprus, red.]. In de tussentijd zouden alle noodzakelijke stappen kunnen worden gezet, zodat de banken morgen weer normaal open zouden kunnen gaan.

Eén afgevaardigde vroeg zich zaterdag af of het niet beter zou zijn de twee banken die steun van de ECB nodig hadden, kopje onder te laten gaan in plaats van de belastingheffing te accepteren. Maar het probleem zou zich niet beperken tot deze twee banken, omdat banken onderling afhankelijk zijn en een run op deze twee banken al snel zou ontaarden in een run op álle banken. Dit zal het voornaamste argument van Anastasiades zijn ter verdediging van zijn instemming met de depositobelasting. Het alternatief zou de val van de banken, een staatsbankroet en een uittreden uit de euro zijn.

Onder deze omstandigheden heeft de president gekozen voor het minste van twee kwaden, ook al betwijfelen we of er veel mensen zouden zijn die hem hiervoor lof zouden willen toezwaaien. In feite heeft de EU een 'reddingspakket' aangeboden dat is bedoeld om wat er over is van de Cypriotische economie te vernietigen in plaats van de redden.