Kunnen wij goed geld uitgeven op Sicilië? Jazeker, luidde het nauwgezette antwoord van de regionale overheid aan de inspecteurs van de EU uit Straatsburg die kwamen controleren. En geen kleine bedragen ook! Want voor de nazaten van de even luisterrijke als spilzieke Frederik II van Zwaben, wiens weelderige paleis tegenwoordig dienst doet als zetel van het parlement van het eiland, geldt dat je de zaken groots aanpakt of helemaal niet. En dus is er niets – nog geen kruimeltje, zo wordt maar al te graag benadrukt in de regio – meer over van de 8,5 miljard euro die de Europese Unie tussen 2000 en 2007 beschikbaar stelde om de ontwikkelingsachterstanden in te lopen.

Het is dan ook jammer, zoals het rapport ter afsluiting van de ‘Agenda 2000’ concludeert, dat de overvloed aan subsidies die tussen 2000 en 2006 door Brussel over het eiland werd uitgestort niets heeft opgeleverd. Dat geeft het bestuur ook toe. De zevenhonderd miljoen euro die werden besteed ter verbetering van het waterleidingnet? In 2000 kwam er bij slechts 33 procent van de huishoudens water uit de kraan. Vandaag de dag zit nog altijd 38,7 procent van de huishoudens zonder water. De pogingen die werden ondernomen om toeristen buiten het seizoen naar het eiland te lokken? Ze kostten vierhonderd miljoen euro, genoeg om een vliegtuigmaatschappij van aan te schaffen. Maar er kwamen elk jaar telkens minder van die ondankbare toeristen in plaats van steeds meer.

Op elke heuvel een windmolen

Hoe zit het met de driehonderd miljoen euro die in grote en kleine projecten voor duurzame energie werden geïnvesteerd? Weliswaar staat er inmiddels op elke heuvel van het eiland een windmolen, maar toch wordt er niet meer dan vijf procent van de vraag naar elektriciteit op Sicilië zelf geproduceerd, tegenover gemiddeld 9,1 procent in Zuidelijke gedeelte van Italië.

En zo gaat het maar door: met het enorme bedrag van 230 miljoen euro dat werd uitgegeven om de spoorwegen te verbeteren, werd slechts een heel klein spoortje van acht kilometer gerenoveerd. Jammer dan dat Sicilianen rekening moeten houden met een reistijd van vier en een half uur voor het traject Palermo-Messina, over enkel spoor, tenminste als er geen onvoorzien oponthoud is.

Van de ene miskleun naar de andere: zo komen we te weten dat de driehonderd miljoen euro die was bedoeld om de afvalverwerking te integreren over de balk is gesmeten, terwijl de steden bedolven werden onder bergen afval. De financiering voor de bouw van 260 stortplaatsen en 64 stations voor het storten, scheiden en verwerken van afval heeft er niet voor kunnen zorgen dat Sicilië de drempel van zes procent gescheiden afval haalt, terwijl het eiland zich 35 procent ten doel had gesteld.

Gewend om zich nergens over te verbazen

Zo zwart op wit springt die paradox wel heel erg in het oog. Toch hoeven de Sicilianen zich geen zorgen te maken, gewend als ze zijn om zich nergens meer over te verbazen. Ze hoeven maar te bedenken dat de loop der dingen achter de nobele intenties, klinkende afkortingen, de mythe van Europa altijd, of bijna altijd, dezelfde is. Zeker, de koek is nu op, maar daar werd al aardig aan geknabbeld in de loop van de zeven jaar waarin subsidie werd verleend, versnipperd over 43.000 projecten, verdeeld naar gelang de klantenkringen en vrijstellingen, toegekend in luxueuze achterkamertjes van commissievoorzitters. De subsidies werden zelfs gebruikt voor het betalen van 29.000 boswachters en duizenden tellers van het erfgoed, maar ook besteed aan projecten van ‘economisch inzicht’, ‘territoriale marketing’ en andere vormen van ‘reclame voor het eiland’. Onnodig te melden dat er geen enkele steen werd gelegd voor de grote projecten – kuststrook, autosnelwegen, jachthavens – die het aanzicht van sommige landen, zoals Spanje en Portugal, heeft veranderd. Met uitzondering van musea en monumenten op het eiland, die wel werden gerenoveerd.

Deze enorme taart aan steun deed honderden vennootschappen, bedrijven en andere centra, uitsluitend opgericht en ontwikkeld om projecten op basis van Europese fondsen op te zetten, het water in de mond lopen. Ze sloofden zich uit voor maatregelen, richtlijnen en verschillende projecten, manipuleerden met programma’s met esoterische afkortingen zoals de EOF (Europees Ontwikkelingsfonds), EFRO (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling), ELGF (Europees Landbouwgarantiefonds) en EVF (Europees Visserijfonds) en putten uit programma's als Equal, Urban, Leader of Interreg. Zo ontstond een nieuwe klasse witte boorden, die wordt gekoesterd door bedrijven en overheidsorganen om hun kostbare talent: de wonderbaarlijke wijze waarop ze subsidies weten te vangen in de grote oceaan van de 'Agenda 2000'.

Deze gigantische sociale buffer werd in 1994 in het leven geroepen in een eerdere vorm als Europees programma en er wordt momenteel druk gewerkt aan de verdeling van de volgende taart, een subsidiebedrag van 6,6 miljard euro voor het programma 2007-2013, onder een andere naam (de afkorting luidt nu OP van ‘Operational Plan’), maar met dezelfde inhoud. En dan zijn er nog de vier miljard euro van de SAF (Structurele Aanpassingsfaciliteit), de financiële ondersteuning voor de ontwikkeling die de gouverneur van de regio, Raffaele Lombardo, aan Sicilië heeft toegezegd, zonder dat regeringsleider Silvio Berlusconi hem tot nu toe overigens ook maar één euro heeft toegeschoven. Toch zal dat wel de laatste stroom goud zijn die vloeit, want voortaan gaat Europa het zwaartepunt van de hulp verleggen naar de oostelijke EU-lidstaten, die recent tot de unie zijn toegetreden.