Debat: “Latijns imperium” tegen Duitse dominantie

Fragment van de sarcofaag van Portonaccio, waarop een scène uit de veldslag tussen Romeinen en Germanen, 180-190 v. Chr.
Fragment van de sarcofaag van Portonaccio, waarop een scène uit de veldslag tussen Romeinen en Germanen, 180-190 v. Chr.
26 maart 2013 – Libération (Parijs)

De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben vindt dat het idee van een Zuid-Europese unie, dat Alexander Kojève in 1945 geopperd had, nieuw leven ingeblazen moet worden. Zo’n unie zou tegenwicht kunnen bieden aan de dominantie van Duitsland binnen de EU.

In 1945 publiceerde Alexander Kojève, een filosoof die daarnaast als hoge ambtenaar bij de Franse staat in dienst was, een essay met de titel ‘Het Latijnse imperium’[met ondertitel Esquisse d'une doctrine de la politique française, ‘Doctrineschets van de Franse politiek’, een memorandum geadresseerd aan generaal de Gaulle]. Dit essay is nu weer zo actueel dat het zeker interessant is het weer eens open te slaan.

Met een ongelofelijk vooruitziende blik beweerde Kojève onomwonden dat Duitsland binnenkort de grootste Europese economische macht zal worden en dat het land Frankrijk zal terugdringen naar een tweede plek in West-Europa. Scherpzinnig voorzag Kojève het einde van de natiestaten die tot dan toe de geschiedenis van Europa hadden gedomineerd: net zoals de ontwikkeling van de moderne staat gepaard ging met het instorten van het feodale politieke stelstel en met de opkomst van natiestaten, zouden diezelfde natiestaten onverbiddelijk plaats moeten maken voor grensoverschrijdende politieke organisaties, die hij aanduidde met de naam ‘wereldrijken’.

Volgens Kojève lag er aan de basis van deze imperia niet langer een abstracte eenheid ten grondslag, onafhankelijk van reële culturele, taalkundige, religieuze en levensbeschouwelijke banden. De wereldrijken – naar voorbeeld van het Angelsaksische (Verenigde Staten en Groot-Brittannië) imperium of het Sovjetimperium – zouden “transnationale politieke eenheden moeten zijn, gevormd door verwante naties.”

EU houdt geen rekening met culturele verwantschap

Kojève stelde daarom voor dat Frankrijk aan het hoofd zou gaan staan van een “Latijns imperium” waarin de drie grote Latijnse landen (Frankrijk, Spanje en Italië) verenigd zouden zijn, in overeenstemming met de tradities van de katholieke Kerk en gericht op het Middellandse Zeegebied. Volgens Kojève zou het protestantse Duitsland, dat binnenkort het rijkste en machtigste land van Europa moest worden (en wat het inderdaad werd), onverbiddelijk aangespoord door zijn op buiten Europa gerichte roeping, zich richten op een staatsvorm naar Angelsaksisch voorbeeld. Maar volgens deze hypothese zouden Frankrijk en de Latijnse landen min of meer een vreemd aanhangsel blijven, en daarmee in de rol van satellietland in de Europese periferie worden gedwongen.

Tegenwoordig, nu de Europese Unie (EU) gevormd is zonder rekening te houden met de concrete culturele verwantschap die er tussen sommige landen kan bestaan, kan het nuttig en noodzakelijk zijn eens na te denken over wat Kojève voor ogen had. Wat hij voorspelde, is tot in detail uitgekomen. Een Europa dat op een strikt economische basis lijkt te bestaan, en waarin voorbij wordt gegaan aan alle werkelijke verwantschappen tussen levensvormen, cultuur en religie. De kwetsbaarheid ervan blijkt steeds weer, vooral op economisch gebied.

Men kan een Griek niet vragen te leven als Duitser

In dit geval werden de verschillen juist benadrukt door de zogenaamde eenheid, en zien we tot wat die eenheid is teruggebracht: aan de armste meerderheid worden de belangen van de rijkste minderheid opgelegd, die meestal overeenkomen met de belangen van een enkel land, waarvan niets, in de recente geschiedenis, als voorbeeldig beschouwd kan worden. Niet alleen slaat het nergens op om een Griek of Italiaan te vragen te leven als een Duitser, maar zelfs als dat mogelijk zou zijn, zou het leiden tot het verdwijnen van een cultureel erfgoed dat voor alles een levenswijze is. En een politieke eenheid die bij voorkeur voorbijgaat aan levenswijzen is niet alleen veroordeeld tot een kort bestaan, maar zal er ook niet in slagen, zoals Europa dat zo veelzeggend laat zien, zich als zodanig te vestigen.

Europese grondwet moet opnieuw geformuleerd

Als we niet willen dat Europa uiteindelijk onverbiddelijk uiteenvalt, en er zijn heel wat tekenen die daarop wijzen, zouden we geen moment langer moeten wachten om ons af te vragen hoe de Europese grondwet (die, zoals we moeten inzien, geen grondwet vanuit staatsrechtelijk oogpunt is, omdat er niet door de bevolking over gestemd is, en waarmee waar dat wel gebeurde, zoals in Frankrijk, korte metten werden gemaakt) [de grondwet werd met 54,67 procent van de stemmen verworpen] opnieuw geformuleerd zou kunnen worden.

Op die manier zouden we kunnen proberen de politieke werkelijkheid iets mee te geven dat vergelijkbaar is met wat Kojève “het Latijnse imperium” noemde.

Vertaald uit het Frans door Ingeborg Gonizzi

Factual or translation error? Tell us.