Meer dan twintig jaar geleden erkende Duitsland als eerste van de destijds 12 EU-lidstaten [het zijn er nu 27, red.] de onafhankelijkheid van Kroatië. Het land dreigde zelfs dat unilateraal te doen als de Europese staten onderling geen overeenstemming zouden kunnen bereiken. Nu is Duitsland echter een van de laatste, en misschien wel de allerlaatste, van de 27 staten om het toetredingsverdrag van Kroatië met de EU te ratificeren.

Het gaat niet om het einde van een liefdesrelatie tussen Duitsland en Kroatië, noch om een wraakneming voor de uitschakeling tijdens de kwartfinales van het WK Voetbal in 1998. De reden dat Duitsland tegenwoordig een van de meest sceptische landen is als het gaat om de uitbreiding van de EU, is dat het ontevreden is over de situatie in meerdere nieuwe lidstaten.

Het land is ervan overtuigd, net zoals Nederland, Denemarken en Finland, dat de EU het zich om politieke redenen niet langer kan verloven de basisafspraken over het functioneren van de EU te verloochenen. In het bijzonder wordt hierbij gedoeld op eerbieding van de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie en de georganiseerde misdaad.

Brussels gezag

Bovengenoemde staten vinden dat het niet zo nauw wordt genomen met de regels. Duitsland heeft zelfs voorgesteld om de lidstaten, of het nu oude of nieuwe leden zijn, gedeeltelijk aan het gezag van Brussel te onderwerpen. Als de gemeenschappelijke regels niet zouden worden nageleefd, dan zouden er sancties volgen, in dit geval zou dat betekenen dat een land geen toegang tot bepaalde fondsen meer zouden hebben.

Deze staten menen dat de uitbreiding van de EU een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de geschiedenis van Europa is. Denemarken en Finland, die ook zijn lid geworden via de uitbreidingsprocedure, geloven dat er fouten zijn gemaakt tijdens deze procedure. Zo is gebleken dat sommige landen zich hebben kunnen aansluiten terwijl ze daar nog niet klaar voor waren. Destijds vond bijvoorbeeld zelfs de Europese Commissie dat Griekenland niet voldeed aan alle noodzakelijke eisen om het statuut van kandidaat-lid te verkrijgen. Maar om politieke redenen ging tijdens de Koude Oorlog de deur toch voor het land open.

Cyprus is ook tot de EU toegetreden en dat terwijl het nog steeds niet de volledige macht over het gehele grondgebied heeft. Griekenland heeft destijds gedreigd een veto uit te spreken over de toetreding van negen nieuwe landen als Cyprus niet onderdeel van deze groep zou zijn. Wat Bulgarije en Roemenië betreft, deze landen voldoen zelfs zes jaar na hun toetreding nog niet aan de gestelde eisen en worden streng in de gaten gehouden door Brussel. Destijds wonnen politieke redenen het van de technische aansluitingseisen.

De meest strikte toetredingseisen

De landen van het voormalige Joegoslavië en ook Albanië vonden het een goed teken toen Bulgarije en Roemenië EU-lidstaten werden. ‘Als zij groen licht hebben gekregen om tot de EU toe te treden, dan zal het voor ons ook niet lang meer duren’, was de hoop. Maar de EU heeft haar lesje geleerd: ‘Wij hebben een fout gemaakt en dat zal niet nog een keer gebeuren’, concludeerde Brussel.

Kroatië is het eerste land dat de gevolgen ondervindt van deze ‘les’. Het land wordt onderworpen aan de meest strikte toetredingseisen. Dit verklaart waarom de aansluitingsprocedure zes jaar heeft geduurd. Als deze eisen van toepassing waren geweest op de andere kandidaten destijds, dan waren een aantal landen nooit EU-lid geworden. Als we het laatste Verslag van de Europese Unie mogen geloven, dan is Kroatië klaar om toe te treden. De EU wil Kroatië als voorbeeld stellen om het vertrouwen in het uitbreidingsproces te herstellen.