Het heeft geen zin om te spreken over een Europese demografie. Toch is dat nu juist wat Eurostat, het bureau voor de statistiek van de Europese Unie, deed toen het afgelopen zomer de bevolkingskrimp op het oude continent betreurde. Het klopt dat alle Europese landen kampen met een achterblijvend geboortecijfer (met uitzondering van Frankrijk) en dat ze allemaal een demografische transitie doormaken. (Steeds minder geboortes uit natuurlijke zwangerschappen en steeds meer uit medisch geassisteerde zwangerschappen)

Ondanks het feit dat Europa een juridisch gegeven is, gebaseerd op verdragen, kan er toch geen sprake zijn van een Europese demografie. Demografie blijft in de kern een nationale aangelegenheid, vanwege het feit dat elk land zijn eigen culturele kader heeft. Zo kan Duitsland niet over zijn naziverleden heen komen. Overigens heeft het land met Engeland gemeen dat hun cultuur hen dwingt te kiezen tussen het moederschap en een baan. Duitsers vinden een werkende moeder een slechte moeder. In Italië, Spanje, Polen (en binnenkort ook in Ierland), is het katholicisme, dat vroeger de geboortecijfers de hoogte in joeg, inmiddels een remmende factor geworden. Spaanse, Italiaanse en Poolse vrouwen zijn niet langer katholiek genoeg om te gaan trouwen, maar net wél katholiek genoeg om geen buitenechtelijke kinderen te baren. Aangezien ze minder vaak trouwen, krijgen ze dus ook minder kinderen. De landen in Oost-Europa hebben op hun beurt het postcommunistische trauma nog niet achter zich gelaten.

Franse vrouwen hoeven niet te kiezen tussen moederschap en baan

De grote uitzondering in dit verband is Frankrijk. Het geboortecijfer in Frankrijk is met twee kinderen per vrouw voldoende om te zorgen dat volgende generaties het stokje kunnen overnemen. Dat komt omdat Frankrijk de ‘overgangsfase’ twee eeuwen geleden, tijdens de Franse revolutie, al heeft doorgemaakt. Daar is het land bijna aan ten onder gegaan, maar nu zijn de Franse vrouwen goed beschermd tegen een afnemend geboortecijfer terwijl er in andere landen nu juist een meedogenloze demografische transitie aan de gang is. Franse vrouwen trouwen niet vaker dan Italiaanse maar ze zijn wellicht minder zwaar katholiek, waardoor ze het geen punt vinden om kinderen te krijgen. Het merendeel van de baby´s in Frankrijk is dan ook buitenechtelijk. In tegenstelling tot Duitse vrouwen hoeven Franse vrouwen niet te kiezen tussen moederschap of baan. Een werkende moeder wordt daar niet gestigmatiseerd, integendeel, kinderen zijn er zelfs erg populair.

Dat heeft tot gevolg dat er in Frankrijk tussen de 825.000 en 850.000 kinderen per jaar worden geboren (tegen 650.000 in Duitsland, waar overigens meer mensen wonen). Frankrijk profiteert van een natuurlijke bevolkingsgroei (zonder immigratie) van 300.000 kinderen per jaar en dat is 60% van de Europese aanwas. Over twintig jaar zullen de babyboomers komen te overlijden en dat zal leiden tot een sterftecijfer van 800.000 mensen per jaar. Maar als het geboortecijfer op peil blijft, wordt het sterftecijfer daardoor in evenwicht gehouden.

In de tussentijd, en dat duurt geen vijftien jaar meer, zal Frankrijk een grotere en jongere bevolking hebben dan Duitsland en qua demografie in Europa weer op dezelfde plaats staan als voor de Franse revolutie. Deze Franse uitzondering zou niet meer in de omschrijving van een collectieve, Europese ondergang naar voren komen, te meer omdat daaruit zou blijken dat de Fransen een hoger moreel hebben dan wordt beweerd. Het heeft dus geen enkele zin om te spreken van een Europees vruchtbaarheidscijfer van 1,6 kind per vrouw, omdat die cijfers variëren van 1,3 (Italië) tot 2 (Frankrijk).

Zonder autochtone kinderen is er geen integratie mogelijk

De tweede opmerking gaat over de oplossingen die worden gepresenteerd. De Europese Commissie komt met een enkele oplossing: immigratie. Dat is inderdaad een oplossing, maar dat zou niet de enige moeten zijn, want anders wordt immigratie een vorm van vervanging van de bevolking. Het zijn immers de autochtone kinderen die allochtone kinderen laten integreren. Als er in een klas of een wijk geen autochtone kinderen meer zijn, is het ook afgelopen met integratie! Daarom is het redmiddel ‘geboortecijfer’ net zo noodzakelijk als het redmiddel ‘immigratie’. Het beleid qua bevolkingsgroei dient daarom te rusten op twee peilers: geboortecijfer en immigratie. De bevolking in Frankrijk groeit met 500.000 mensen per jaar: 300.000 autochtone kinderen, 200.000 immigranten. Dat is in evenwicht. Als er al sprake is van een verstoord evenwicht, dan is dat lokaal.

Er zijn dus twee manieren om op de bevolkingskrimp te reageren: een verstandige vorm van immigratie, die niet dient ter vervanging van de bevolking, en een geboortecijfer dat hoog genoeg is. Door alleen over immigratie te spreken, getuigt de Europese Commissie van het liberale malthusianisme waarvan ze doordrongen is, temeer omdat het redmiddel ‘immigratie’ zal opdrogen. De landen van de derde wereld zijn sinds het jaar 2000 al bezig aan hun demografische transitie, en datzelfde geldt voor Algerije. Bij gebrek aan beleid qua geboortecijfers en met uitzondering van Frankrijk dreigen de Europese lidstaten te verworden tot landen waar alleen nog oudjes wonen en waar zelfs geen immigranten meer zouden zijn om hun rolstoelen te duwen.