De laatste tonen van een Iranees popliedje sterven weg, dan zet een geluidsvrouw de jingle op die het nieuws aankondigt. Het is twaalf uur ‘s middags, we zijn in Praag, in de wijk Strasnice, op de redactie van het radiostation Free Europe/Radio Liberty. Om nog preciezer te zijn : in de studio van Radio Farda, het station dat uitzendt in Iran. De actualiteit is samen te vatten in één onderwerp: de opperbevelhebber van Iran, ayatollah Khamenei, gaat een toespraak houden op de universiteit van Teheran. De hele wereld wacht vol ongeduld op deze toespraak. Al dagen gaan miljoenen Irakezen de straat op om te protesteren. Hoe reageert de bevelhebber van het regime hierop?

Het journaal brengt de positie van de opperbevelhebber kort in herinnering en daarna geven twee journalisten commentaar op zijn verklaring waarbij ze zich baseren op fragmenten uit zijn toespraak. De uitzending duurt 20 minuten, daarna gaat Javad Kooroshy de studio uit, haalt diep adem en komt terug op de redactie. Met zijn 65 jaar is de man een oude rot in het journalistenvak. "Sinds een week slaap ik bijna niet, we zenden vierentwintig uur per dag uit. Dertig jaar geleden was onze hoop niet zo groot als nu. Miljoenen jongeren gaan de straat op en protesteren vreedzaam maar volhardend. Het is eenvoudigweg fascinerend", roept hij uit.

Radio Farda heeft vandaag de dag een speciaal plekje in de harten van de Iranezen. "Het regime probeert wel om de ontvangst van onze programma’s te storen, maar men ontvangt ons op de korte en middengolf", legt Abbas Djavadi uit, de hoofdredacteur die belast is met de programma’s voor Iran, Afghanistan en centraal Asië. "De censuur is overal. Sms-berichten zijn als eerste aangepakt en nu is het zelfs onmogelijk om ze te versturen. We hebben telefoonlijnen moeten openen op Skype. Mensen vertellen ons wat er in hun stad gebeurt en geven informatie die als puzzlestukjes in onze uitzendingen passen. Dat bewijst dat de protesten zich niet tot Teheran beperken, dat het niet alleen intellectuelen ene studenten zijn die protesteren. Het hele land is in opstand".

Javad Kooroshy heeft zichzelf voorbereid met wat notities. Af en toe blijft zijn blik hangen bij het grote portret van ayatollah Khamenei aan de muur. Van de foto gaat een optimistisch gevoel uit. De toespraak van de opperbevelhebber wordt daarentegen steeds dreigender. "Dat is een slecht teken", laat de hoofdredacteur zich ontvallen. "Khamenei heeft net het signaal gegeven om tot de aanval over te gaan. Hij heeft het niet over een compromis maar over confrontatie. En hij heeft onze radiozender opnieuw aangevallen door ons uit te maken voor een propaganda-instrument in dienst van de Verenigde Staten".

Zijn grote ogen staan somber en hebben de glans verloren die ze een uur geleden nog hadden toen hij het had over de demonstranten, over hun doodgewone verlangen om vrij te leven in een land dat niet langer geïsoleerd is. "De mensen vragen niet veel. Ze willen alleen maar een beter leven. Natuurlijk verlangen de meest progressieven onder hen naar het einde van de Islamitische republiek, maar dat is niet het meest gangbare standpunt. Het gaat ook niet om het nucleaire programma, dat kan ze niets schelen".

Toch is Kooroshy optimistischer dan zijn hoofdredacteur. "Zelfs als deze beweging van de Iranese jeugd eindigt in een bloedbad, zelfs als ze niet krijgen wat ze willen, is wat we nu beleven een historische ommekeer in de geschiedenis. Ons land zou eindelijk als democratisch model kunnen dienen voor de Islamitische wereld. Ik ben klaar om de stap te nemen, als iemand anders dan Ahmedinejad de verkiezingen had gewonnen, zou ik er al zijn".

Maar voorlopig blijft Kooroshy bij de radio en gaat door met informeren, becommentariëren en vooral hopen, vrezen en zich opwinden met zijn collega’s. "We zitten dan wel ver weg van Teheran, maar ons hart klopt nog altijd voor ons vaderland", vertrouwt hij ons toe.