Na maanden lobbyen bij de leden van de Algemene Vergadering van de VN werden Duitsland en Portugal op 12 oktober tot tijdelijke leden van de VN-Veiligheidsraad gekozen.

Volgens een jubelende Guido Westerwelle, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, zal de invloed van de Europese Unie toenemen nu een machtig Europees land is toegetreden tot de Veiligheidsraad, waarin onder meer Groot-Brittannië, China, Frankrijk, Rusland en de Verenigde Staten zitting hebben. Mensenrechten en democratische waarden behoren tot het hart van Europa’s gedachtegoed en daarom geloven diplomaten dat zulke waarden aantrekkelijk zijn voor niet-Europese en opkomende democratieën en naar dergelijke landen kunnen worden geëxporteerd.

Dit werd bewaarheid na de val van de Berlijnse muur in 1989, die leidde tot de vreedzame hereniging van Duitsland en de instorting van het IJzeren Gordijn. Toen de meeste postcommunistische landen van Oost-Europa zich in 2004 bij de Unie aansloten, leek het erop dat de Europese gerichtheid op mensenrechten, democratie en markteconomie het pleit had gewonnen. Naburige landen stonden in de rij om tot de EU te mogen toetreden. Landen in Latijns-Amerika en Afrika haalden de banden met Brussel steviger aan.

De EU heeft pijnijke nederlagen geleden in de VN

Maar met de drastische verschuivingen in posities op het wereldtoneel, waarbij China voorop loopt, neemt de invloed van Europa snel af. “De wens van de EU om wereldwijd de mensenrechten en de democratie te steunen, dreigt een utopie te worden door een veranderend machtsevenwicht in de wereld”, zegt Anthony Dworkin, internationaal jurist bij de European Council on Foreign Relations. Nergens is dit duidelijker zichtbaar dan in de Verenigde Naties, waar de Unie pijnlijke nederlagen heeft geleden. Vorige maand slaagde zij er niet in meer rechten in de Algemene Vergadering te krijgen, waar zij de status van waarnemer heeft. Met een nieuwe status had Brussel voorstellen kunnen indienen, documenten kunnen verspreiden en de Vergadering mogen toespreken. Tot ontzetting van Catherine Ashton, de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van de Unie, onthielden enkele van Europa’s trouwste bondgenoten, namelijk Australië, Canada en Nieuw-Zeeland, zich van stemming. Diplomaten laakten de ontoereikende strategie van de Unie en het gebrek aan overleg.

De verpletterende nederlaag van de EU was meer dan een vernedering”, zegt Paul Luif, Europadeskundige van het Oostenrijkse instituut voor internationale politiek in Wenen. “Ze toonde het groeiende gebrek aan steun voor een EU die binnen de VN steeds minder effectief lijkt te opereren.” Neem nu de tanende steun voor de standpunten van de Unie over de mensenrechten. Volgens een onderzoek van de European Council on Foreign Relations dat door Richard Gowan en Franziska Brantner werd uitgevoerd, stemden dit jaar 127 van de 192 leden van de Algemene Vergadering van de VN tegen stellingnames van de EU over de mensenrechten. Vorig jaar waren er 117 tegenstemmers. Bovendien betoonde slechts de helft van de democratische landen buiten de Unie zich bij stemmingen een loyale medestander van de EU.

Eind jaren negentig had de Unie nog een “voting coincidence score” (de hoeveelheid steun die zij in de Algemene Vergadering van andere staten op het gebied van mensenrechten kreeg) van 70 procent. Dit jaar daalde deze score tot 42 procent, ongeveer het niveau van de Verenigde Staten (40 procent). Veelzeggend is dat zowel China als Rusland 69 procent scoorde. Democratische landen als Brazilië, India en Zuid-Afrika, die vroeger op het punt van de mensenrechten en de rechtsstaat aan de kant van de Unie stonden, onthouden zich nu of stemmen tegen zulke resoluties.

China wordt uitdaging qua ontwikkelingshulp en handel

De verzwakte positie van Europa houdt deels verband met de groeiende invloed van China als economische macht, donor en kredietverstrekker. China leent geld uit van Wit-Rusland tot Iran en in heel Afrika en Latijns-Amerika en sluit er handelsakkoorden, bouwt wegen, luchthavens en scholen en exploiteert de natuurlijke hulpbronnen van deze landen. Zonder beperkende bepalingen. “China stelt geen voorwaarden, in tegenstelling tot de EU, die daarin vaak ook nog eens inconsistent is”, zegt Luif. China’s optreden wordt gezien als een directe uitdaging voor de dominantie van Europa op het vlak van ontwikkelingshulp en handelsovereenkomsten.

Er zijn nog meer redenen waarom de Unie aan de verliezende hand is. De mondiale financiële crisis heeft de Verenigde Staten en Europa veel harder getroffen dan de opkomende mogendheden Brazilië, China of India. “Die crisis werpt een schaduw over de vermeende superioriteit van Europa’s politieke en economische liberalisme", stelt Dworkin. Europa’s steun voor de missies van de VS in Irak en Afghanistan was weliswaar niet onverdeeld, maar heeft zijn reputatie als pleitbezorger van mensenrechten en democratie weinig goed gedaan.

Verdeeldheid van EU tast geloofwaardigheid aan

Dat de Unie dikwijls niet met één stem spreekt als het gaat om mensenrechten en de rechtsstaat, heeft de geloofwaardigheid van haar standpunten eveneens ondermijnd. Hoewel Europese regeringen het uitleveringsbeleid van de Verenigde Staten in verband met de illegale overdracht, detentie en vermeende marteling van terrorismeverdachten veroordeelden, waren er ook landen, zoals Polen, die de VS steunden. De Europeanen zijn ook verdeeld over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Zij konden het niet eens worden over een onafhankelijk onderzoek naar het incident van afgelopen mei, waarbij negen mensen omkwamen toen Israëlische commando’s het Turkse schip Mavi Marmara tegenhielden dat op weg was naar de Gazastrook. Zelfs wanneer EU-regeringen het wel eens worden over sancties, kunnen ze die niet waarmaken wanneer er nationale belangen op het spel staan. Dat gold bijvoorbeeld voor Oezbekistan dat sancties kreeg opgelegd nadat in mei 2005 honderden mensen werden gedood toen veiligheidstroepen het vuur openden op demonstranten in Andijan.

Kan, gezien deze verwarring binnen de Unie en haar tanende invloed in de wereld, Duitslands aanwezigheid in de VN-Veiligheidsraad een werkelijk verschil maken voor het aanzien van Europa? Dat is de test voor Berlijn.