Sinds het uitbreken van de Eurocrisis begin 2010 is op Europees niveau een heel pakket aan maatregelen genomen om het tij te keren. Dit heeft bij velen de angst gevoed dat we hiermee onomkeerbaar op het spoor zijn gezet richting Europese superstaat waarin geen ruimte is voor de inbreng van burgers. De vraag is echter of de Europese crisismaatregelen echt zo ondemocratisch zijn, en of de burgers alleen beslissingen steunen die door hun eigen volksvertegenwoordigers worden genomen. De recente geschiedenis laat zien dat we die vragen niet vanzelfsprekend met 'ja' kunnen beantwoorden.

Six-pack, ESM en ECB

Neem het Six-pack – dit soms fel betwiste pakket van maatregelen maakt het moeilijker voor staten om de Europese regels voor begrotingstekorten en schulden ongestraft naast zich neer te leggen. Het besluit hierover is grotendeels via de gewone wetgevingsprocedure tot stand gekomen: de (ongekozen) Europese Commissie deed het voorstel, maar het direct gekozen Europees Parlement en de Raad van Ministers namen de beslissing. De opkomst voor de verkiezing van het Europees Parlement is weliswaar laag en de Raad vergadert soms achter gesloten deuren, maar geheel ondemocratisch of een 'dictaat van Europa' kun je dat niet noemen.

Nog een voorbeeld: het hulpfonds ESM (Europees Stabilisatie Mechanisme). Dit is een maatregel die door de lidstaten in samenspraak is genomen. Het ESM-verdrag is door de vorige minister van Financiën Jan Kees de Jager ondertekend. Vervolgens is het uitgebreid aan de orde geweest in de Tweede Kamer en heeft een meerderheid van onze nationale parlementariërs ermee ingestemd. Ze hebben dus ja gezegd tegen de oprichting van het fonds, en tegen de hoogte van de leningen en de voorwaarden die daaraan zijn verbonden. Qua parlementaire inspraak is op deze besluiten dus niets aan te merken. Toch staan met name de hulpfondsen ter discussie. Een duidelijk voorbeeld waarbij het waarborgen van volledige nationale parlementaire inspraak niet per se maatschappelijk draagvlak betekent.

Een derde voorbeeld: opkopen van schuldpapier van noodlijdende staten door de ECB binnen de Outright Monetary Transactions (OMT). Deze financiële interventies komen uit de koker van de Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB). Dit orgaan bestaat uit de ongekozen presidenten van de centrale banken van de afzonderlijke lidstaten en is volledig onafhankelijk van politieke en democratische bemoeienis. Desondanks roepen de interventies relatief weinig bezwaren op in Nederland. Wij zijn immers gewend aan een onafhankelijk centrale bank en zien daar de voordelen van in: complexe monetaire zaken worden door experts besloten en zijn niet onderhevig aan electorale overwegingen van gekozen politici.

Deze drie voorbeelden laten zien dat er geen sprake is van een dictaat van Europa, integendeel ze wijzen erop dat de maatregelen die democratisch keurig zijn afgedekt het meeste verzet oproepen, terwijl de maatregel zonder enige parlementaire input op grote publieke steun kan rekenen.

Europa is ons te traag en te verdeeld

We willen Europees leiderschap en daadkrachtige oplossingen voor problemen die we alleen niet kunnen oplossen. Tegelijkertijd willen we gehoord worden en onze nationale eigenheid behouden. Europa is ons te traag en verdeeld. Een besluit formuleren dat in 27 lidstaten democratisch gedragen wordt, kost tijd, en impliceert zoeken, onderhandelen en consensus bouwen.

Dat is niet altijd leuk, makkelijk of efficiënt. Wil je daadkracht, efficiëntie en eenduidige oplossingen, dan zou je voor centralisatie, depolitisering en eenduidige afdwingbare regels moeten kiezen, ofwel voor een Europese Supercommissaris. Maar die maakt dan ook voor niemand uitzonderingen.

Daarmee zijn we terug bij waar het in alle politiek over gaat, lokaal, nationaal en Europees. Over het maken van de juiste afweging tussen fundamentele, maar niet noodzakelijk verenigbare waarden als democratie en efficiëntie, gelijkheid en autonomie. Het klassieke probleem van openbaar bestuur: Hoeveel centralisatie van macht is nodig om effectief te handelen en hoeveel checks and balances om draagvlak onder burgers te waarborgen?

Een principieel debat tussen voor- en tegenstanders over wel of geen Verenigde Staten van Europa, helpt daar niet bij. Een reëel beeld van de Europese besluitvorming wel. En net als in ons eigen land zal de balans op elk terrein anders uitvallen, zal de uitkomst vaker grijs dan zwart of wit zijn. En over die balans zal het publieke debat moeten gaan om in Europa – gedragen – verder te komen. Als de politiek in dit Europese jaar van de burger een pas op de plaats wil maken om daar ruimte aan te bieden, dan kunnen ze op mijn stem rekenen.