Onder de eerste herfstnevelen, waarin de vesting is gehuld, kwijnt het belastingparadijs San Marino weg. Begin oktober is het laatste bericht van uitlevering aangekondigd, toen de Italiaanse centrale bank een van zijn bestuurders aanstelde aan het hoofd van de spaarbank van Rimini (Cassa di Risparmio di Rimini), die toezicht houdt op de industriële kredietbank van San Marino (Banca Credito Industriale sammarinese), een van de twaalf banken van de republiek. Volgens de inspecteurs van de Italiaanse centrale bank zou het buiten kijf staan dat de wet ter bestrijding van witwassen is overtreden. Vroeger was San Marino immers een gebied van emigratie. In de jaren zestig van de vorige eeuw beleefde de Adriatische Rivièra met de komst van het toerisme en de ontwikkeling van handel en industrie in economisch opzicht hoogtijdagen. Zodra er echter sprake was van een zekere materiële welvaart, zag je ook het eerste kapitaal verschijnen dat niet werd opgegeven aan de fiscus: hoteleigenaren en handelaren kwamen uit de Italiaanse streek Emilia Romagna om hun winsten in San Marino te deponeren.

Hier bevonden zich de wortels van de georganiseerde misdaad

Tot aan de overdosis in de jaren negentig van de vorige eeuw. Naast de vier historische banken waren er 59 bedrijven en acht kredietinstellingen die zich voornamelijk bezighielden met het vergaren en investeren van geld, maar die bijzonder weinig financiële diensten verleenden: een waar Luilekkerland voor iedereen die illegaal kapitaal wilde doorsluizen. Want het zwarte geld waarvoor San Marino zo aantrekkelijk was, kwam niet uitsluitend uit Italië. Negen van de tien euro waren afkomstig uit het buitenland. De Russen verschenen er om groothandel te drijven en de wortels van de georganiseerde misdaad bevonden zich in deze enclave. De financiële schandalen bleven dan ook niet uit, zoals die van de Delta Groep, onder toezicht van de roemrijke spaarbank uit Rimini – opgericht aan het eind van de 19e eeuw met spaargeld van boeren en arbeiders, die in de loop van de tijd uitgroeide tot het centrum van malversaties. Het belastingparadijs moest uiteindelijk een toontje lager gaan zingen als gevolg van de wereldwijde economische crisis, de ingebrekestelling van belastingparadijzen, de opstelling van zwarte lijsten van de OESO en het embargo van de Italiaanse regering.

"San Marino had alle grenzen overschreden"

Die periode is nu voorbij. San Marino had alle grenzen overschreden”, erkent Marco Arzilli, staatssecretaris van Industrie. De huidige regering, een coalitie van christendemocraten op hun retour, die al sinds 2008 aan de macht is, doet haar uiterste best om zich te ontdoen van het etiket van hoofdstad van belastingontduiking en fraude, dat aan de vesting kleeft. “Toen wij aan de macht kwamen, was de staat verwikkeld in een conformiteitprocedure met MONEYVAL en we stonden op de grijze lijst van de OESO. In twee jaar tijd hebben we enorm veel dingen weten te veranderen”, gaat staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Antonella Mularoni, nog een stapje verder. "We hebben de naamloze vennootschap en het bankgeheim afgeschaft; wat bancaire transparantie betreft hebben we ons beleid in lijn gebracht met internationale modellen en we hebben een groot aantal fictieve bedrijven opgedoekt. Bovendien zijn we ons aan het voorbereiden op het ondertekenen van twee akkoorden: het eerste over de samenwerking tussen onze politie en de Italiaanse politie, het tweede over de toestemming die wordt verleend aan de inspecteurs van de Italiaanse centrale bank, waarmee ze toegang krijgen tot instellingen in onze republiek. Het probleem is alleen dat de Italiaanse regering zich Oost-Indisch doof houdt in deze kwestie". Net als het IMF in Washington trouwens. “We begrijpen helemaal niets van deze houding”, voegt ze er nog aan toe. Eén ding staat vast: in San Marino zijn bankiers bescheiden geworden. Afgelopen jaar heeft de uitstroom van kapitaal een verwoestende werking gehad: de centrale bank heeft het over een daling van 35%, volgens de centrale bank. Belastingontduikers hebben geen vertrouwen meer in de enclave op de Monte Titano en de fiscale beschermingsregels waarover in Italië is gestemd, hebben tot gevolg gehad dat alle kluizen zijn leeggehaald: een kapitaalvlucht van bijna zes miljard euro op de 14 miljard die in San Marino is gedeponeerd.

"Ze willen ons te grazen nemen"

Intussen raakt de crisis alle beroepsgroepen, met een daling van het aantal banen en faillissementen van instellingen die geen toegang kunnen krijgen op de interbancaire markt. En tot overmaat van ramp heeft een reus als de bank UniCredit aangekondigd een einde te willen maken aan haar historische band met de Banca Agricola e Commerciale. “Ze willen ons te grazen nemen”, beweert Marco Beccari vol overtuiging. Hij is secretaris van de democratische arbeidersbond van San Marino. “Uiteraard hebben de mensen die oneerlijk hebben gehandeld ons imago geschaad. Maar we moeten onze economie beschermen en die is in de basis gezond. 31.000 inwoners, 20.000 werknemers, van wie 6.500 afkomstig uit Emilia Romagna”. Er werken 4.000 ambtenaren en 15.000 werknemers in de particuliere sector, in de handel, machine-industrie, metaalindustrie, farmaceutische industrie en keramische industrie, in de industriële streken rond de grens met San Marino. Deze microkosmos, die jarenlang geen duimbreed is geweken, ondergaat nu de gevolgen van drastische fiscale maatregelen van de Italiaanse regering. Er is dit jaar sprake van een tekort van 80 miljoen euro op de begroting van San Marino en naar verwachting zal dit in 2011 zijn verdubbeld. Er wordt gesproken over een mogelijke interventie van het IMF, dat de republiek San Marino met kredieten zou gaan ondersteunen, net als met Griekenland en Argentinië al gebeurt. “Sommige bedrijven zijn teruggekeerd naar Italië, andere bedrijven accepteren onze facturen niet langer. We worden gemeden als de pest", klaagt Becalli.

Lega Nord is het enige sprankje hoop

Daar kwam de economische crisis nog eens bovenop: vorig jaar heeft 1% van de arbeiders zijn baan verloren. Er werd ineens een hausse aan uitkeringen aangevraagd voor 1.500 deeltijdwerkelozen. En er wordt steeds vaker zwart gewerkt. Dit lijken misschien bescheiden getallen, maar ze drukken zwaar op de idyllische wereld van San Marino, waar het altijd goed toeven is geweest en waar vrijgevigheid heerst: pensioenen op basis van het laatst verdiende salaris, bedrijfsrestaurants waar maaltijden werden verstrekt voor 1,50 euro, een goede sociale zekerheid, een leningenstelsel voor het aanschaffen van een hoofdverblijf en voor crèches. Deze voorzieningen worden nu bedreigd door het embargo uit Rome, dat nog wordt versterkt door de daling van vastgoedprijzen. Op de Monte Titano wordt op elke denkbare plek gebouwd, vastgoed is dan ook een van de manieren om zwart geld wit te wassen. Tegenwoordig staan er minstens 7.000 gebouwen leeg. “Ons doel is om de gezonde economie te redden", zo verklaren medewerkers van de Kamer van Koophandel. “Anders gaat alles in rook op, ook voor Italiaanse arbeiders en voor bedrijven in de omgeving, die orders uit San Marino verwerken". Er blijft nog één sprankje hoop: de Lega Nord, de Italiaanse politieke partij, die veel stemmen krijgt van de arbeiders in de grensstreek met San Marino. “Dat zijn de enige mensen die de Italiaanse regering nog tot enig inzicht kunnen brengen", zegt men in San Marino, waarbij er fijntjes op wordt gewezen dat de Italiaanse minister van Economische Zaken, Giulio Tremonti, vroeger banken adviseerde in San Marino...