De protestbeweging tegen de hervorming van het pensioenstelsel die eind september in Frankrijk opgang maakte, heeft vanaf half oktober een ander gezicht gekregen met de massale deelname van jongeren aan de demonstraties, schermutselingen met een aantal oproerstokers en gedeeltelijke blokkades van raffinaderijen en de transporten van brandstof.

De Franse krantLibération meent in deze situatie een nieuwe “vervaarlijke” koers van de Franse politiek te ontwaren, een tegenstelling tussen de elites en het volk met “aan de ene kant de regering, de vakbondsbesturen en de regeringspartijen, die bereid zijn met de demonstranten rond de tafel te gaan zitten om een einde te maken aan de stakingengolf; aan de andere kant een gedeelte een deel van het volk, demonstrerende scholieren, een aantal boze beroepsgroepen, bepaalde organisaties van de CGT [de grootste Franse vakbond] en een handjevol radicale militanten. Zij staan symbool voor een ‘nee’ van het volk. Hoewel ze geen meerderheid halen, staan ze vijandig tegenover iedere oplossing die op gezond verstand is gebaseerd.”

"Conservatieven die hun extraatjes willen behouden"

Het zal geen verbazing wekken dat het dagblad Le Figaro geen goed woord over heeft voor “die stakers die hier niets te zoeken hebben [en die] bevoorrechte beroepen uitoefenen”. Voor het conservatieve dagblad “zijn het mensen die rentenieren van overheidsgeld en specifieke statussen genieten. Het zijn rasconservatieven in die zin dat zij van zoveel voorrechten profiteren dat ze bovenal willen dat er niets verandert, dat alles bij het oude blijft en dat Frankrijk zich diep in de schulden moet blijven steken zodat zij op hun lauweren kunnen rusten.”

Tochwijst Les Echos erop dat “noch Frankrijk, noch de ongeschreven afspraak van sociale conflicten een excuus mag vormen om een olieraffinaderij en een brandstofdepot te blokkeren en spoor- en verkeerswegen te versperren.”

Voor de demonstraties van jongeren moet de oorzaak dieper worden gezocht. Le Figaro vreest hierin de voorbode te zien van een “oorlog der generaties”. “Misschien vindt die wel onder onze neus plaats en dat is zeer zorgwekkend. We weten niet zo goed wat jongeren ertoe brengt om de laatste dagen massaal de straat op te gaan. Als het een gelegenheidsprotest tegen Sarkozy zou zijn, ingegeven door de Parti Socialiste, dan loopt het allemaal zo’n vaart niet. […] Maar als dit de eerste demonstratie is vanwege wantrouwen in het omslagstelsel van de pensioenen – al vijfenzestig jaar het fundament van de Franse maatschappij – dan is dat veel alarmerender.

Deelname van jongeren was de nachtmerrie van Sarkozy

Want vandaag de dag,aldus het Franse onlinemagazine Slate, “zijn er, afgezien van de pensioenen, legio redenen die zouden kunnen verklaren waarom de jeugd in opstand komt. Het is overigens verbazingwekkend dat de losgeslagen jeugd, over wie altijd in termen van problemen in plaats van oplossingen wordt geschreven, in een land als Frankrijk – diep geworteld in een traditie van protestbewegingen – niet eerder de barricaden is opgegaan. Dat jongeren nu aan deze demonstraties mee zijn gaan doen, is de nachtmerrie van de Franse president want er is geen slechter scenario denkbaar dan een jeugd die de straat opgaat, ook al is er een zeker politiek voordeel te behalen als men erin slaagt om het machtige klassieke sociale gemor onder controle te houden.

En tegen iedereen die een parallel wil trekken met “de chaos van mei 1968, gevolgd door het antwoord van de conservatieven in juni 1968” zegt het magazine dat “de jeugd in 1968 zich verveelde in een gesloten, maar welvarend Frankrijk. Maar nu is dat precies omgekeerd.