Volgende week gaat in Brugge een tentoonstelling open met hedendaagse kunst uit Centraal- en Oost-Europa, en dat zullen de Bruggelingen geweten hebben. Want gisteren werd op het Zand een meer dan twintig meter lange ballon opgeblazen en opgelaten die eruitziet als een welgeschapen, poedelnaakte man. Het is een zelfportret van Pawel Althamer, een Poolse kunstenaar die aan de tentoonstelling deelneemt, en die met het zwevende kunstwerk alvast een voorproefje serveert.

Althamer is geen stuntman, maar een gedreven beeldhouwer die net als veel van zijn collega's geregeld zelfportretten maakt. De vervreemding en het isolement van het individu in de wereld van vandaag houden hem bezig. In zijn Balloon steekt hij ook de draak met de hoge ambities van de kunstenaars, en natuurlijk daagt hij het publiek een beetje uit. Met de voorspelbare geamuseerde of spottende reacties (‘is dat kunst?) tot gevolg.

Het opzienbarende werk van Althamer staat niet alleen. Grote formaten, spectaculaire effecten en shockerende thema's zijn in de kunst van onze tijd schering en inslag. “Monumentaliteit is typisch voor de kunst van vandaag”, zegt Philip Van Cauteren, de directeur van het Smak in Gent. “Kunstenaars van nu moeten een plaats veroveren in een omgeving die steeds luider wordt. Zij moeten concurerren met alomtegenwoordige media- en reclamebeelden, met de impact van grootsteden en hoogbouw.

In de eerste plaats het publiek aan het denken zetten

Om in een haastige, met informatie en visuele prikkels overvoerde samenleving gehoord te worden, gaan zij op zoek naar beelden die een sterke indruk maken. Provocatie is daarbij niet hun eerste doel, aldus Van Cauteren: ook met ingrepen die er spectaculair uitzien, willen ze in de eerste plaats het publiek aan het denken zetten.

Een krachtig en direct werkend beeld is dezer dagen te vinden in het vredige Leiedorp Deurle. In het Museum Dhondt-Dhaenensdeponeerde de Zwitserse kunstenaar Thomas Hirschhorn ruim twee miljoen lege blikjes van 33 centiliter. Veertien vrachtwagens met weggeworpen blikjes werden door een recyclagemaatschappij in het museum afgeleverd. Wandelen over deze afvalberg – je krijgt aan de ingang een stevig paar laarzen – is een hallucinante belevenis. Hirschhorn maakte een parcours vol verrassingen. Too too – Much much, zoals het kunstwerk heet, werd geïnspireerd door een fait divers in een Zwitserse krant. In een appartement dat na acht jaar door de huurder verlaten werd, was een vreselijke troep aangetroffen. De man dronk 24 blikjes bier per dag en gooide nooit iets weg.

De reacties van de bezoekers zijn overwegend positief. In de eerste helft van de vorige eeuw deden tentoonstellingen zoals die van de surrealisten steevast stof opwaaien. In de jaren '90 kreeg het spektakel vaak de overhand, wat voor een deel was toe te schrijven aan de New British Artists, met kunstenaars zoals Damien Hirst, de man die een haai op sterk water zetten en een koe en haar kalf in tweeën sneed.

"Wat kunst onderscheidt van spektakel, is een plastische taal"

Wat kunst onderscheidt van spektakel, is het gebruik van een plastische taal”, zegt de Gentse curator Hans Martens. “Zowel Hirschhorn als Althamer zijn volbloed kunstenaars. Zij hebben een groot geloof in de mogelijkheden van kunst om een krachtig teken in de wereld te plaatsen. Wie hun werken bekijkt, kan daar een veelheid aan betekenissen en subtiele details in vinden, wat je niet kunt zeggen van bijvoorbeeld reclamebeelden.”

Een eigen plastische taal heeft ook Wim Delvoye, die vanaf volgende week exposeert bij Bozar in Brussel. Nu al is de blikvanger te zien in de Koningsstraat: de 17 meter hoge gotische toren in cortenstaal die hij eerder in Venetië en Parijs toonde.

Musea en kunstcentra zijn blij met dergelijke werken. “Zij trekken de aandacht van het publiek, en dat is precies wat die instellingen nodig hebben”, zegt Bart de Baere, de directeur van het Muhka in Antwerpen. “Musea worden vandaag door het beleid aangemoedigd om volle zalen te trekken. Dat werkt spectaculaire ingrepen zeker in de hand. Maar authentieke kunstenaars zoals Hirschhorn, Althamer of Delvoye laten zich daar weinig aan gelegen liggen. Zij gaan hun eigen gang.

Men kan zich de vraag stellen of ambitieuze kunstwerken zoals de blikjesberg van Hirschhorn enig effect sorteren. Joseph Beuys kreeg het ooit gedaan om zevenduizend blokken basalt die hij had neergepoot op een plein in Kassel als pasmunt te gebruiken om zevenduizend eiken in de stad te laten planten. Dergelijke concrete resultaten zijn veeleer zeldzaam. “Kunstwerken overleven in de herinnering en de verbeelding van wie ze gezien heeft”, zegt Hans Martens. “Je kunt hun effect niet meten, maar het is er wel en het is belangrijk.”