De Britse regering heeft op 20 oktober haar plannen onthuld om flink in de overheidsuitgaven te snijden, bijna een half miljoen banen te schrappen en de pensioengerechtigde leeftijd van 65 te verhogen naar 66. Maar over de hele linie hebben de Britten weerstand geboden aan de neiging om het voorbeeld van hun Franse buren te volgen en boos de straat op te gaan om soms met geweld te protesteren tegen de bezuinigingsmaatregelen.

Honderdduizenden Franse burgers waren de straat op gegaan om te protesteren tegen de voorgestelde verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd van 60 naar 62 jaar. Naar aanleiding hiervan vroeg een correspondent van het Britse Channel 4 News zich die avond af of het voorstel van de Franse president Sarkozy om de minimumleeftijd voor prepensioen wettelijk te verhogen tot 62 jaar hem wellicht net zo impopulair heeft gemaakt als de inkomensonafhankelijke belasting Margaret Thatcher 20 jaar geleden impopulair maakte.

De waarneming van correspondent Rugman onderstreept het sterke contrast in de reactie van Franse en Britse burgers op de gelijktijdige aankondiging, deze week, van bezuinigingsmaatregelen in beide landen. Na de aankondiging van de Britse ingrepen meldde dagblad The Guardian dat er slechts circa 3.000 mensen hadden meegedaan aan een demonstratie in Londen.

Britten hebben het vrije marktdenken gemeen met de Amerikanen

Waarom gaan Fransen deze week de straat op en volstaan Britten met het versturen van ironische opmerkingen via Twitter, waarin ze de draak steken met hun welgestelde minister van Financiën, die zijn voornaam van Gideon in George veranderde, om minder duur te klinken? In een essay voor The Guardian vestigde Tariq Ali de aandacht op dit contrast en suggereerde dat de verstrekkende markthervormingen van premier Thatcher destijds hebben gezorgd voor een politieke consensus in Groot-Brittannië die tot op heden nog voortduurt.

Terwijl in Frankrijk ‘barricaden zijn opgeworpen, olievoorraden slinken, treinen en vliegtuigen een minimale dienstregeling volgen en het protest nog steeds toeneemt', is er ook in Engeland sprake van groeiende verbittering en boosheid, maar tot nu toe niet meer dan dat. Dat zou kunnen veranderen. De Franse epidemie zou zich kunnen verspreiden, maar van bovenaf gaat er niets gebeuren. Jong en oud gingen destijds de strijd aan tegen premier Thatcher en verloren. Haar opvolgers van New Labour hebben ervoor gezorgd dat de door haar veroorzaakte nederlagen zijn geïnstitutionaliseerd.

In het nieuwe nummer van de London Review of Books beweert John Gray, een politiek filosoof die Thatcher afvallig is geworden, dat niemand verbaasd hoeft te zijn over het feit dat Nick Clegg, leider van de liberale democraten en vicepremier, heeft ingestemd met dergelijke ingrijpende bezuinigingen op de overheidsuitgaven door de conservatieve minister van Financiën van de Britse regeringscoalitie.

In januari 2008, zo roept John Gray in herinnering, had de leider van de liberale democraten in een redevoering bij de London School of Economics nog benadrukt dat hij geloofde in oplossingen op basis van de vrije markteconomie. John Gray voegt daar aan toe dat “de hele Britse politieke klasse zich de vrije marktideologie, die de conservatieve partij in de jaren tachtig van de vorige eeuw verkondigde, eigen heeft gemaakt en dat die daarmee deel is gaan uitmaken van het gezonde verstand. Net als premier Cameron weet vicepremier Clegg niet beter”.

Met andere woorden, Britten hebben in 2010 misschien wel meer gemeen met Amerikanen – die zo volledig vertrouwen op de vrije markt dat voorstellen voor een zorgverzekering van overheidswege werden vergeleken met het gedachtegoed van Marx en Hitler – dan met Fransen, die uit gewoonte nog altijd de straat op gaan om hun welvaartsstaat te beschermen.