Iedereen die Margaret Thatcher heeft gekend, heeft op zeker moment kennis gemaakt met de enorme kracht van haar handtas. Zelf was ik aan de beurt toen ze met [toenmalig minister van Financiën] Nigel Lawson stevig ruziede over de beoogde koppeling tussen de Britse pond en de Duitse mark. Dat ik een dreun kreeg met de handtas, was mijn eigen schuld. Ik had haar uitgelokt door te stellen dat ze uiteindelijk zou zwichten voor de druk vanuit het ministerie van Financiën, dat vastbesloten was om de Britse pond een belangrijke rol te laten spelen bij het vaststellen van de Europese wisselkoersen.

Het was 1989, tijdens een feestelijke bijeenkomst van politieke verslaggevers in Westminster. In reactie op mijn ‘majesteitsschennis’ greep Thatcher me (letterlijk) bij mijn revers: “Meneer Stephens! U begrijpt het niet! Ik wil niet dat de Belgen meebeslissen over de waarde van de Britse pond!” Om me vervolgens fijntjes te laten weten dat ik me niet de wet moest laten voorschrijven door het ministerie van Financiën, als ik wilde blijven schrijven over het economische beleid van de regering.

Vijandige houding

Ons gesprek was off the record, maar zelfs zonder officiële status was het een goed verhaal. Afgezien van het merkwaardige gegeven dat ze het beleid van haar eigen minister van Financiën niet vertrouwde, was haar optreden een bewijs van haar groeiende antipathie tegen Europa. Deze vijandige houding zou uiteindelijk haar politieke ondergang inluiden, en zorgde in latere jaren voor grote verdeeldheid onder de Conservatieven. De gevolgen zijn nog altijd voelbaar, en het zou zelfs kunnen betekenen dat Groot-Brittannië op termijn uit de EU stapt.

Ik weet nog altijd niet wat ze precies tegen de Belgen had. Met Nederland kon ze prima opschieten. Misschien was het wel omdat de EU in België zetelde. Tegen het eind van de jaren 80 verkeerde ze op voet van oorlog met Jacques Delors, de Franse socialist die aan het hoofd stond van de in Brussel gevestigde Europese Commissie. Een meer plausibele reden is wellicht dat België, verdeeld als het was in een Vlaams- en een Franssprekend gedeelte, afhankelijk was van de eensgezindheid op het Europese continent. Juist die onderlinge standvastigheid tussen EU-landen was Thatcher een doorn in het oog.

Dat België zo enthousiast was over het idee van een federaal Europa, kwam volgens Thatcher voort uit het feit dat België zelf nauwelijks een echt land was. Niet voor niets herinnerde ze de Franse president François Mitterrand en de Duitse bondskanselier Helmut Kohl er regelmatig aan dat de Britse (waar ze eigenlijk Engelse bedoelde) soevereiniteit voortkwam uit een historie van meer dan duizend jaar.

Inmiddels is duidelijk dat ze door haar moeizame relatie met Europa haar eigen politieke doodvonnis tekende. Het volk was al in opstand gekomen tegen de voorgenomen belastingplannen, maar door haar hardnekkige weigering – het beroemd geworden ‘No, no, no’ – keerde ook de rest van de regering haar de rug toe. Vanwege het ontslag van Nigel Lawson zag ze zich bovendien gedwongen haar woorden over de Britse Pond en de Belgen terug te nemen. Uiteindelijk trad Groot-Brittannië dus wel toe tot de ERM. Die knieval kwam echter te laat om Thatcher nog te redden.

Superioriteitsgevoel

De Europese leiders van de jaren 80 hadden als kind de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Helmut Kohl beschouwde het mede daarom als zijn persoonlijke missie om Duitsland te beschermen tegen Europa. Mitterand dacht hetzelfde voor zijn land te bereiken door voor Frankrijk een leidende rol op het Europese vasteland te bepleiten. Thatcher had echter te maken met de nagedachtenis aan Churchill, in een land dat kaarsrecht overeind was gebleven in de strijd tegen de tirannieke krachten aan de andere zijde van het Kanaal.

De euroscepsis van Groot-Brittannië stoelt op gevoelens van superioriteit en onzekerheid. Enerzijds komt dat voort uit de geschiedenis van een land dat altijd zijn eigen weg is gegaan, zonder noodzaak tot compromissen om de eigen onafhankelijkheid te bewaren. Anderzijds wordt de onzekerheid veroorzaakt door een zekere angst dat ‘Brussel’ bedoeld is als een veelomvattend plan om Groot-Brittannië te beknotten in haar vrijheden, en om Britse ambities te frustreren.

Thatcher behoorde tot de categorie Britten die zich superieur voelden ten opzichte van de rest van Europa. Het was verleidelijk om te geloven in haar onwrikbare vertrouwen in een Britse rol als groot wereldspeler. Groot-Brittannië was bepaald niet ongeschonden uit de jaren 70 gekomen. Journalisten die samen met haar de wereld rondreisden, konden zich niet herinneren ooit zo’n spraakmakende premier te hebben gehad. Overal waar ze kwam – van het Rode Plein in Moskou tot een hogesnelheidstrein in Tokio en haar regelmatige bezoeken aan Ronald Reagan in het Witte Huis – wist ze de aandacht op zich te vestigen.

De ‘Bruges speech’ – haar beroemd geworden tirade tegen de plannen van Delors om een socialistische superstaat te stichten – had een schwung die aan de huidige generatie van politici nauwelijks besteed zou zijn. Haar visie op een democratie die strekt van de Atlantische Oceaan tot het Oeral-gebergte was zijn tijd ver vooruit. Ook uit haar zorgen over de gevolgen van een Duitse eenwording sprak een vooruitziende blik. En ten aanzien van een gemeenschappelijke munt adresseerde zij veel van de onderhuidse spanningen die de bedenkers van dit plan bewust negeerden.

Waanideeën

Het waren uiteindelijk waanideeën die roet in het eten gooiden. Samen met Reagan had zij het gevaar van de Sovjet-Unie bezworen, ze had de Falkland-eilanden heroverd op Argentinië en ze had van Brussel haar geld teruggekregen. De macht was haar naar het hoofd gestegen. Toen ze in de jaren 70 als pro-Europeaan campagne voerde, noemde ze de EU essentieel voor Britse belangen. De EU ‘opende deuren die anders dicht zouden gaan’. Na een decennium aan het hoofd te hebben gestaan van de Britse regering, was ze blind geworden voor ditzelfde idee.

Haar voorspelling dat de kwestie van de Duitse eenwording binnen de EU voor problemen zou zorgen, lag min of meer voor de hand. Van een geheel andere orde is echter haar gekonkel met Mitterand, waarmee ze hoopte de inwoners van voormalig Oost-Duitsland hun democratie te ontzeggen. De bijzondere relatie die ze dacht te hebben met de Verenigde Staten, liep ook al een forse deuk op toen de nieuwe president George Bush er als de kippen bij was om het inmiddels verenigde Duitsland uit te roepen tot de nieuwe natuurlijk leider van Europa.

Huidige Conservatieven minder zelfverzekerd

In Brugge was ze vastbesloten zichzelf en Engeland te verdedigen. Brussel zou nog heel wat te stellen krijgen met deze dame. Inmiddels heeft David Cameron onder druk van een groeiend aantal sceptische Conservatieven een geheel andere toon aangeslagen. De regering van Cameron heeft zich gedistantieerd van discussies over economische integratie. Thatcher liet zien hoe Groot-Brittannië binnen Europa bepalend kon zijn door het idee van een vrije handelszone te steunen. Hoewel ze in Brugge uitermate standvastig was, hebben haar opvolgers in de huidige Conservatieve Partij veel minder zelfvertrouwen. Volgens de Conservatieven is Groot-Brittannië vooral een slachtoffer van ontwikkelingen binnen de EU, en kan het land het EU-lidmaatschap daarom net zo goed opzeggen.

Uiteraard heeft het land nooit afscheid genomen van de gekoesterde Britse pond. Politici van elke signatuur slaan elkaar om het hardst op de schouders omdat ze de Belgen destijds onder controle hielden, en tegen de euro stemden. Gezien de huidige, miserabele staat van de Britse economie is het echter nog maar de vraag of dat wel zo’n goede beslissing is geweest.