Europa beroept zich er al heel lang op een toonaangevende rol te spelen in de klimaatbescherming. Voorlopig is dat echter verleden tijd. Eerst weigerden de 27 lidstaten van de Europese Unie hun gemeenschappelijke doelstelling voor de vermindering van de broeikasgassen te verhogen en nu heeft het Europees Parlement dat voorbeeld gevolgd. De volksvertegenwoordigers hebben dinsdag de broodnodige hervorming van de handel in emissierechten afgewezen.

Van de aanvankelijke veranderingsgezindheid en de wil om alles te doen om het milieu voor toekomstige generaties leefbaar te houden, is niets meer over.

De uitslag van de stemming in het parlement markeert een keerpunt in het Europese klimaatbeleid. Tien jaar geleden voerde Europa als eerste regio ter wereld een systeem voor de handel in emissierechten in.

De mislukking van een prestigeproject

Het was een prestigeproject: ondernemingen moesten er via het marktmechanisme toe worden gebracht in milieuvriendelijke technieken te investeren. De klimaatbescherming moest op die manier efficiënt en de moeite waard worden. Maar het project mislukte.

Ondernemers, die op grond van hun vertrouwen in de belofte hebben geïnvesteerd, zijn niet beloond, maar bestraft. Er heeft nauwelijks handel plaatsgevonden in emissierechten (vergunningen om een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen te produceren). De reden: er zijn veel te veel emissierechten op de markt. Ondernemingen, die niet in klimaatvriendelijke maatregelen investeerden, konden het milieu schade toe blijven brengen zonder te hoeven betalen. Hun depots met emissiecertificaten waren immers goed gevuld.

De kans om hier iets aan te doen is nu voorbij. De Europarlementariërs hebben het voorstel afgewezen om op z'n minst voorlopig een bepaald aantal certificaten van de markt te halen en daardoor de prijs voor de uitstoot van broeikasgassen te verhogen. In plaats daarvan kan de marktwaarde van de certificaten nu definitief in de richting van de nul gaan. Klimaatvriendelijke investeringen zijn daardoor niet meer lonend, en het belangrijkste instrument voor de klimaatbescherming is onbruikbaar geworden.

De ‘klimaatkanselier’ houdt zich afzijdig

De verantwoordelijken voor deze ramp vinden we in de nationale hoofdsteden en Brussel. Voor eurocommissaris voor het Klimaat Connie Hedegaard is de uitslag van de stemming een nieuw puzzelstukje in haar succesloze beleid. Als Deens milieuminister moest zij ervaren hoe de internationale klimaatconferentie van Kopenhagen mislukte, omdat de landen het niet eens konden worden over minimale doelstellingen. Ook als eurocommissaris is het haar niet gelukt de noodzakelijke meerderheden voor een enigszins geëngageerd klimaatbeleid in Europa te bewerkstelligen.

Dat komt ook doordat haar belangrijkste bondgenote, bondskanselier Angela Merkel, het heeft laten afweten. Ooit werd haar inzet als 'klimaatkanselier' bejubeld, nu doet Merkel er het zwijgen toe. Uit respect voor haar coalitiepartner laat zij toe dat Duitsland als het in Brussel over de klimaatbescherming gaat zijn mond houdt en dat de afgevaardigden van haar eigen partij inmiddels steeds vaker tegen klimaatprojecten stemmen. Duitslands voortrekkersrol in de Europese klimaatbescherming is evenzeer verleden tijd als die van Europa in de wereld.