Politici dwepen vaak met de veelkleurigheid van Europa. Zij hebben het daarbij over de meestal als interessant en verrijkend ondervonden culturele tradities aan gene zijde van de eigen landsgrenzen. Men verheugt zich over die verscheidenheid en wil graag dat de verschillen blijven bestaan. Interessant is echter dat het met de vreugde en vooral de tolerantie snel voorbij is, als het op economische verscheidenheid aankomt.

Want op het terrein van het economisch beleid eisen de Europese politici eenheid. Alle landen, en vooral de zeventien lidstaten van de eurogroep, moeten aan precies dezelfde criteria voldoen, en alle nationale economieën moeten langs dezelfde meetlat worden gelegd – ondanks het feit dat er in Europa van oudsher sprake is van zeer uiteenlopende economieën.

Dit concept om alles in één sjabloon te gieten is door de aanhoudende crisis op zijn grenzen gestoten. Portugal, Spanje, Griekenland en Ierland zijn met ongelooflijke bezuinigings- en hervormingsprogramma's gekomen, om een solide economische basis te creëren en te voldoen aan alle voor de eurolanden geldende criteria. Toch hebben zij die doelen niet bereikt. De schulden stijgen. Het plan heeft tot nu toe niet gewerkt.

Louter economisch gezien is het een verstandig idee om eerst de schulden weg te werken en te hervormen, om vervolgens op een economisch gezonde basis te gaan groeien. Het probleem is alleen dat dit idee in de praktijk tot nu toe niet heeft gewerkt. Voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie heeft het daarom bij het rechte eind, als hij toegeeft dat een politiek concept nog zo juist kan zijn, maar niet kan worden doorgevoerd als de burgers het wegens gebrek aan succes niet accepteren.

Barroso is ontwaakt uit zijn coma

De Europese sociaaldemocraten hebben Barroso prompt gefeliciteerd met zijn ontwaken uit een vijf jaar durend coma. Dat klinkt populistisch, maar bevat meer dan een greintje waarheid. Het is al langere tijd zichtbaar dat de landen die het hardst tegen de crisis vechten niet vooruit komen – ze bezuinigen en hervormen, ondernemingen gaan failliet, banen gaan verloren, het openbare leven komt tot stilstand. Gerechtelijke vonnissen worden niet betekend omdat kopieerapparaten stuk zijn, ambtenaren moeten potloden en toiletpapier meenemen naar het werk, ziekenhuizen hebben geen medicamenten meer. In Spanje leeft iedere achtste burger in armoede. Dit zijn toestanden die burgers in andere landen zich nauwelijks kunnen voorstellen.

Daaruit volgen twee conclusies. Natuurlijk kunnen de eurolanden de bezuinigings- en hervormingsprogramma's niet voor een korte tijd helemaal loslaten. Dat zou het vertrouwen in de muntunie te veel schaden. Nodig is echter een zachte ombuiging: de Europese Commissie kan de strenge regels van het Stabiliteits- en Groeipact individueler uitleggen – en de crisislanden veel meer tijd geven om hun economische doelen te bereiken. Op de langere termijn moet er bovendien over worden nagedacht of het ooit zo bejubelde pact met zijn starre, voor iedereen gelijke regels nog wel passend is. De crisis laat zien dat de economische verscheidenheid in Europa ondanks de gemeenschappelijke munt groot is.