Drie jaar geleden stond toenmalig premier Georgios Papandreou in de haven van Kastelorizo, met de Egeïsche zee op de achtergrond en omringd door juichende kinderen. De daarop volgende periode bleek allerminst zonovergoten kinderspel voor Griekenland te zijn. De oproep die Papandreou die dag deed aan de eurozone en het Internationaal Monetair Fonds, zette de toon voor alles wat er sindsdien in Griekenland gebeurde. En wat de uitkomst ooit zal zijn, is nog verre van duidelijk.

Hoewel de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het IMF alle drie deel uitmaken van de trojka van crediteuren die Griekenland in de afgelopen 36 maanden van een reddingsfonds van ongeveer 200 miljard euro voorzagen, lijkt de rol van de organisatie uit Washington de meeste aandacht van de Grieken te krijgen. Zelfs nu wordt 23 april 2010 nog door velen de dag genoemd waarop Papandreou “Griekenland naar het IMF stuurde”. De acties van het Fonds, dat slechts een fractie van de tot dusverre uitbetaalde leningen verstrekte, worden dan ook nog steeds nauwlettend in de gaten gehouden.

Ook nu het steeds duidelijker wordt dat het in feite een aantal partnerlanden in de eurozone en de ECB waren die achter sommige van de zwaarste eisen van de trojka zaten, blijft het IMF een regelmatig terugkerend onderwerp van kritiek.

IMF is gevoelig voor politieke manipulatie

Het probleem is dat het IMF vaak in het wilde weg wordt aangevallen, en daarbij wordt neergezet als het Trojaanse paard van het neoliberalisme, waarbij een juiste analyse van de drie onderdelen van de trojka aan de kant wordt geschoven. Door deze onduidelijkheid is het moeilijk uit te zoeken of de kritiek op het IMF werkelijk gegrond is. In dit opzicht komt het opiniestuk van Mohamed El-Erian, CEO van investeringsmaatschappij PIMCO, over de tekortkomingen van het Fonds precies op tijd om de vinger op de zere plek te leggen.

El-Erian benadrukt dat het grootste zwakke punt van het IMF zijn gevoeligheid voor politieke manipulatie is. De baas van PIMCO is ook kritisch over de rol van het Fonds bij de redding van Cyprus. El-Erian’s bedrijf was verantwoordelijk voor de controle op de Cypriotische banken voordat Nicosia en de trojka het leningenpakket overeenkwamen. Hij vertelt dat er in de aanvankelijke eerste oplossing en het herziene plan “onvoldoende begrip was voor de complexiteit van de problemen in het land, die onvoldoende geanalyseerd werden.”

“In beide gevallen, en in andere vergelijkbare omstandigheden elders in Europa (inclusief Griekenland), vermoed ik dat het IMF dacht geen andere keuze te hebben dan toe te geven aan de druk van Europese politici”, voegt El-Erian daaraan toe. “Maar door dat te doen, riskeerde het meer dan zijn geloofwaardigheid en status alleen.”

Al deze zaken – vooral de kwestie over geloofwaardigheid – werden opgepikt door Gabriel Sterne, hoofdeconoom bij Exotix. Sterne, een voormalig IMF-medewerker, publiceerde vorige week wat waarschijnlijk de meest uitgebreide beoordeling is van waar het Fonds het in de afgelopen drie jaar mis had. Zijn beleidsanalyse bevat een aantal zeer saillante details voor Griekenland.

Analyse Griekenland schoot doel voorbij

Sterne begint ermee erop te wijzen dat de analyse door het IMF die door El-Erian terecht werd geprezen, in het geval van Griekenland zijn doel wat voorbijschoot.

“Griekenland heeft te lijden gehad onder de grootste, maar zeker niet de enige, voorspellingsfout, die verklaard kan worden aan hand van de onvakkundige rekensom kredietcrisis + bezuinigingen = instortende economie”, schrijft Sterne. Die fout ligt ten grondslag aan het feit dat het Griekse programma niet alleen mislukte vanwege wat er in de afgelopen drie jaar al dan niet gebeurde in Athene.

De trojka blijft volhouden dat de langzame voortgang van de hervormingen heeft bijgedragen aan de dieper dan verwachte recessie, terwijl ze voortdurend de vraag ontweken of de snelle bezuinigingen de basis onder de Griekse economie hadden weggetrokken.

Sterne beweert dat er vanaf het begin af aan onvoldoende werd gedaan om de torenhoge Griekse staatsschuld aan te pakken en dat dit een schadelijke misrekening bleek die bovendien niet in lijn lag met het credo van het IMF. Al snel na Papandreou’s toespraak in Kastelorizo, voorspelde het IMF dat de Griekse staatsschuld aan het eind van 2011 de 139 procent zou bereiken, maar bij de vijfde kwartaalcontrole door de trojka bleek die schuld al 160 procent van het bbp te bedragen, ondanks het feit dat er meer dan 100 miljard euro aan leningen was verstrekt.

Reddingsplan deed meer kwaad dan goed

“Er zijn sterke aanwijzingen dat het reddingsplan meer kwaad dan goed heeft gedaan doordat het de crisis versterkte, terwijl stevige actie uitbleef. En er zijn ook sterke aanwijzingen dat dit te verwachten viel,” schrijft Sterne, die daaraan toevoegt dat het Fonds “een van zijn meest essentiële regels schond door in mei 2010 een programma in Griekenland te steunen terwijl dat land niet in staat bleek een duurzaam beleid te garanderen.”

Griekenland en de trojka zouden heel wat beter af zijn geweest wanneer zij hun tanden al vanaf het begin in de schuldsanering zouden hebben gezet, in plaats daar pas in 2012 aan te beginnen, stelt de analist. Sterne wijst er heel terecht op dat sommigen hebben geprofiteerd van het besluit de Griekse staatsschuld niet van het begin af aan aan te pakken. Die staatsschuld was immers grotendeels in handen van Europese banken.

IMF stelde reeks verkeerde diagnoses

Ter afsluiting oordeelt de econoom dat de strategie van pappen en nathouden die op Papandreou’s toespraak volgde, funest was. “Uiteindelijk bleek de Griekse aarzeling vruchteloos. Private geldschieters werd het vel over de oren gehaald, in het land is geen bank te vinden die sinds midden 2011 nog een lening heeft verstrekt, de jeugdwerkloosheid bedraagt er 60 procent en de ECB moest massaal ingrijpen om de restanten van het Europese bankensysteem het hoofd boven water te laten houden.”

Net als El-Erian schrijft Sterne dat het IMF wankelde onder de politieke druk van de landen uit de eurozone, en een reeks verkeerde diagnoses stelde.

Drie jaar na Kastelorizo heeft Griekenland nog steeds een lange weg te gaan. De meest dramatische bezuinigingen uit de geschiedenis van de OESO werden uitgevoerd, maar een aantal andere broodnodige hervormingen staan nog steeds in de steigers. Dat doet echter niets af aan het feit dat het Griekse programma van alle kanten slecht ontworpen en uitgevoerd werd. In dit opzicht is het van vitaal belang de rollen te begrijpen die ieder van de drie onderdelen van de trojka speelden, en waarin hun zwakheden en eigenzinnigheid liggen. Willekeurige aanvallen uitvoeren op het IMF of de anderen laat de trojka zich eenvoudigweg verschuilen achter de algemeen aanvaarde wijsheid dat de tekortkomingen uit het programma alleen te wijten zijn aan de trage implementatie ervan door Griekenland. Als we het eens willen worden over de nalatenschap van de toespraak in Kastelorizo, zullen we de zaken echter wat genuanceerder moeten bekijken.