Niemand kan de ogen sluiten voor de problemen die de gloednieuwe regering staan te wachten. Deze steunt immers op een bondgenootschap dat moeilijk wat zal veranderen aan het feit dat het een kruisingsproduct is: voor de helft progressief en voor de helft conservatief, met een nog onopgehelderde politieke lijn en een centrumlinks electoraat dat in rep en roer is door het stevige pact met Berlusconi.

Verder is dit kabinet het resultaat van een crisissituatie en het product van een, zacht uitgedrukt, vage verkiezingsuitslag. Een kabinet zonder duidelijke meerderheid en waarvan de belangrijkste partij, de Democratische Partij (Pd), in duigen is gevallen door de rampzalige afhandeling van de presidentsverkiezing.

Moeras van de Italiaanse politiek

Toch betekent deze regering een kentering in het moeras van de Italiaanse politiek. In één haal zijn praktisch alle kopstukken die het land de afgelopen twintig jaar hebben bestuurd en bepaald weggevaagd. Er is weliswaar genoeg druk uitgeoefend – zowel door beide partijen als van buitenaf – om de status quo te handhaven, maar de roep om vernieuwing en een nieuwe lichting politici heeft het gewonnen.

President Giorgio Napolitano heeft een doorslaggevende rol gespeeld in deze kentering. En voorlopig is het resultaat verrassend. Centrumlinks verliest zijn historische leiders. Sommige van hen hebben nog hardnekkig geprobeerd om in het nieuwe kabinet te komen, maar tevergeefs. Waarmee misschien wel hun laatste kans verloren is gegaan om te regeren.

Voor het eerst sinds 1994 komt centrumrechts in een regeringscoalitie zonder Silvio Berlusconi. Deze personificatie van centrumrechts heeft geen post gekregen. Zijn ex-ministers evenmin. En ook ex-premier Mario Monti is aan de kant geschoven. Hij was weliswaar nieuw in de politiek, maar niettemin in de zeventig. Het betekent in elk geval het einde van een cyclus, wellicht het begin van een ‘New Deal’.

Veel jonge mensen en vrouwen

De gemiddelde leeftijd van de kabinetsleden van Letta is sterk gedaald ten opzichte van het aftredend kabinet. Er zitten veel jonge mensen in en veel vrouwen. En voor het eerst in de geschiedenis van Italië is er een minister van Afrikaanse afkomst benoemd. Dit is de meest uitgesproken erkenning van de veranderingen die in de Italiaanse maatschappij en haar demografische samenstelling gaande zijn. De premier is er met deze operatie waarschijnlijk in geslaagd om een beter team te vormen dan het bondgenootschap die het zal ondersteunen. Sterker nog, kijkend naar die coalitie, heeft hij het ergste misschien voorkomen. Maar nu is er na deze keuzes, die deels weliswaar noodzakelijk waren, geen weg meer terug.

Bij volgende verkiezingen of bij een nieuwe regeringsformatie zal het immers moeilijk zijn om weer de symbolen van de oude generatie uit de kast te halen. Deze manier van schoon schip maken doet denken aan de politieke zuivering van de corruptieschandalen van Tangentopoli tussen 1992 en 1994, alleen zonder de processen. Een overgang die in dit geval een einde maakt aan een van de typisch Italiaanse gebreken: de haast feodale bescherming van de kopposities. Zoals in ons land de sociale lift vaak vast blijft zitten, zo blijft de politieke klasse plakken in zelfbehoud.

Voor Letta is dit echter nog maar de eerste mijlpaal. En om deze door te komen heeft hij een prijs moeten betalen: hij heeft het machtige ministerie van Binnenlandse Zaken moeten afstaan aan Angelino Alfano, de rechterhand van Berlusconi. Dit is een doorslaggevend departement, ook gelet op de juridische problemen van de leider van de Volk van de Vrijheid-partij (PdL). De Democratische Partij heeft verder vrijwel alle prestigieuze ministeries uit handen moeten geven en mikt vooral op de ‘sociale en culturele’ departementen. Door deze constellatie zal de nieuwe bewoner van Palazzo Chigi, de ambtswoning van de Italiaanse premier, dagelijks moeten afrekenen met de onwil van centrumrechts en de noodzaak om te hameren op verandering.

Grootste obstakel is nog steeds Berlusconi

Het onbehagen dat nog altijd onder de militanten en de publieke opinie van centrumlinks heerst, zal immers niet onopgemerkt blijven. De tegenstellingen zijn te duidelijk en de meningsverschillen van de afgelopen twintig jaar te groot om de belangenconflicten, de op maat gemaakte wetten, het economische beleid dat de ongelijkheid heeft verergerd en de kloof tussen arm en rijk in dit land heeft vergroot (10% van de rijkste families bezit inmiddels bijna 45% van de totale rijkdom) in één nacht te vergeten.

Waarschijnlijk weet Letta zelf ook wel dat het grootste obstakel nog steeds Silvio Berlusconi is. En dan vooral zijn politieke wispelturigheid die direct afhankelijk is van zijn juridische perikelen. Dit wordt de werkelijke onbeheersbare onzekerheidsfactor voor de premier.

Letta zal moeten bewijzen – ook aan zijn meest onwillige achterban – dat het kruisingsproduct dat het kabinet is, goed is voor het land en dat de coalitie met centrumrechts zijn regeerakkoord niet zal verstikken.