De zogenaamde eurocrisis duurt inmiddels al een paar jaar en is een niet meer weg te denken fenomeen geworden. In sommige westerse media is de “eurocrisis” inmiddels zelfs een vaste rubriek, net als binnenlandse politiek, economie, het weerbericht en sport.

De crisis heeft zich in het collectieve geheugen genesteld als een blijvend fenomeen. Maar we kunnen dit ook van de positieve kant bekijken: kijk, burgers, een crisis in de Geschiedenis die zijn weerga niet kent en de euro blijft overeind. Onze grote politici weten hoe ze de problemen moeten aanpakken. Zij redden ons! We zouden gehoor moeten geven aan hun dringende verzoeken om meer macht. Meer Europa, dat wil zeggen meer Brussel, meer Europese Commissie, meer Europees Parlement enz. Alleen een verenigd Europa kan de uitdaging van de eurocrisis aan! We moeten de integratie voltooien!

Fluctuaties euro zijn normaal verschijnsel

Dat alles is slechts een moderne mythe. Een modern sprookje om de ongelooflijke expansie van overheden van niet gekozen Brusselse gezagsdragers en regeringen van natiestaten ideologisch te rechtvaardigen. Een sprookje om het niet te stuiten proces van centralisatie van de macht te legitimeren. Maar de crisis is niet bepaald een sprookje, zullen sommigen tegenwerpen. Of toch wel?

Jazeker. In uitgekristalliseerde vorm is de eurocrisis pure fictie. Om te beginnen kan een munt niet in een crisis verkeren. Een munt kan onder verhoogde inflatie lijden, maar dat is bij de euro niet het geval en ook nooit geweest. Er kunnen zich fluctuaties voordoen in de wisselkoers op de internationale geldmarkten. Maar van een crisis is geen sprake. Het is een doodnormaal verschijnsel.

Euro staat niet op instorten

Vanuit het oogpunt van inflatie is er helemaal geen crisis. Als we kijken naar het verloop van de koers van de euro evenmin. De euro is de afgelopen jaren onveranderd sterk gebleven, voor een leek zelfs verbazingwekkend sterk. Dat is echter minder vreemd dan het lijkt: het overschot op de Duitse handelsbalans houdt een sterke euro in stand. Kunnen we hier van een crisis spreken? Absurd.

De eurozone staat helemaal niet op instorten en heeft ook nooit een moment op instorten gestaan. We moeten goed begrijpen hoe het mechanisme van de eurozone functioneert. Niemand kan eruit worden gezet. Geen enkele lidstaat kan er tegen zijn wil uit worden verjaagd. Zelfs niet als statistieken mochten worden vervalst of schulden niet afbetaald en zelfs niet als de inwoners mochten besluiten Angela Merkel uit te dossen met een hitlersnor. (Dat is precies wat er in Griekenland gebeurde... En toch is het land niet uit de eurozone gezet).

Meeste muntunies verdwijnen door oorlog

Het staat iedere lidstaat vrij om uit eigen beweging uit de eurozone te stappen. Maar tot nu toe heeft geen enkel land dat gewild. Uit de eurozone stappen zou immers logischerwijs neerkomen op een vertrek uit de EU. En dat zou betekenen de zone van vrij verkeer van personen, goederen en kapitaal verlaten en dus enkele zeer reële en onbetwiste zeldzame voordelen van het lidmaatschap van de EU verliezen.

Dus heeft zelfs Griekenland de eurozone niet willen verlaten. Net zomin als Cyprus.

Niemand kan uit de eurozone worden gezet en niemand wil de eurozone uit zichzelf verlaten. Einde verhaal. Er is geen enkel instortingsgevaar. Eurosceptici maken zich blij met een dooie mus en euro-optimisten maken zich ten onrechte zorgen. De euro zal nog heel lang blijven bestaan. Hoelang kan niemand voorspellen, maar de monetaire unies van de 19de eeuw hebben decennia lang goed gefunctioneerd. De meeste ervan verdwenen pas door oorlog.

Devaluatie zou oneerlijke concurrentie zijn

De euro verkeert niet in een crisis. Veel van de gebruikers ervan echter wel. Vooral de economieën in Zuid-Europa hebben dringend behoefte aan een zwakkere munt om de concurrentiepositie van hun producten te verbeteren en een goedkopere toeristische bestemming te worden.

Lidstaten mogen principieel niet devalueren. In tegenstelling tot de monetaire unies uit het verleden verbiedt de euro die mogelijkheid. Zo hebben de bedenkers van een gemeenschappelijke Europese munt het gewild. Hun groep werd gedomineerd door politieke leiders die devaluatie van de munt niet zagen als standaardinstrument van economisch beleid maar haast als oneerlijke concurrentie, als een gemene streek tegenover buurlanden met een sterke munt.

Meeste eurolanden verliezen de strijd

De founding fathers van de euro vonden dat lidstaten met elkaar moesten concurreren op arbeid, productiviteit, kwaliteit en innovatie. Mooie gedachte. Alleen heeft niemand nagedacht over wat er met de verliezers moest gebeuren.

En nu zijn de meeste eurolanden bezig de strijd te verliezen. Duitsland, dat traditiegetrouw een sterke munt heeft en waar de banken geen kredietzeepbel hebben gecreëerd, komt als grote winnaar uit de bus. Hetzelfde geldt voor Oostenrijk. En voor Luxemburg, financieel centrum van Europa. De situatie op Malta, ook een financieel centrum, is dik in orde. Net zoals in Slowakije, hoewel het daar wellicht nog te vroeg is voor een evaluatie, omdat het land nog maar kort geleden tot de eurozone is toegetreden. Meer winnaars zijn er eigenlijk niet. Zelfs in Finland zijn de omstandigheden al niet meer optimaal.