Gaan de Europeanen inzetten op intelligent handelen en wederzijds vertrouwen? Dat is de hoop die door het optreden van de Europese Commissie is gewekt. Tot ieders verrassing heeft zij Frankrijk twee jaar uitstel verleend om zijn overheidstekort tot minder dan 3 procent van het bruto binnenlands product te verlagen. Dit doel hoeft dus niet langer in 2013 of 2014, maar pas in 2015 te worden gehaald.

Voordat de Commissie dit besluit aankondigde, hoopte Parijs heel bescheiden een uitstel van een jaar in de wacht te slepen. Frankrijk was namelijk niet in staat de toezegging van Nicolas Sarkozy, die later door François Hollande werd bekrachtigd, gestand te doen.

Euro aan de rand van de afgrond

Maar de commissaris van Economische en Monetaire Zaken, Olli Rehn, besliste anders. Hij was van oordeel dat er een niet-haalbare inspanning zou moeten worden geleverd om volgend jaar beneden de 3 procent uit te komen. Daarom heeft hij de termijn tot 2015 uitgesteld om niet alle hoop op herstel in de kiem te smoren. Als tegenprestatie vraagt hij de Franse regering de hervormingen en de beperking van de overheidsuitgaven versneld door te voeren.

De Commissie en de Europese staten stappen eindelijk uit het rollenspel dat het economisch bestuur van de monetaire unie tot een vruchteloze onderneming maakte en de euro aan de rand van de afgrond bracht.

Allereerst was er de “dwaze” periode, een term die de voormalige voorzitter van de Europese Commissie, Romano Prodi, met betrekking tot het Stabiliteitspact bezigde. Om zijn macht te doen gelden, paste Brussel de boekhoudregels toe, terwijl sinds 2003 Frankrijk en Duitsland deze juist naast zich neerlegden. Gerhard Schröder deed dat op intelligente wijze; hij benutte deze adempauze om Duitsland te hervormen. Jacques Chirac daarentegen was nonchalant en blonk uit in nietsdoen.

Europa verkeert in richtingenstrijd

In de crisisjaren werden de regels opgeschort en vervolgens brak het tijdperk van getolereerde leugens aan: iedereen deed welbewust beloften waaraan hij zich niet kon houden. Zo hebben de Commissie en François Hollande maandenlang volgehouden dat Frankrijk in 2013 onder de grens van 3 procent zou belanden. Op die manier redde de Commissie haar gezicht en kon Parijs zich als een goede leerling voordoen.

Dit spelletje is onhoudbaar geworden, nu Europa in een richtingenstrijd is terechtgekomen. De voorstanders van sturing van de conjunctuur (Frankrijk, IMF) staan tegenover de aanhangers van bezuinigingen (Duitsland, Commissie). De eersten pleiten ervoor de recessie niet door een opeenstapeling van bezuinigingsplannen te versterken, maar zij weten de andere partij niet te overtuigen. Door ervaring wijs geworden, ziet deze tweede groep in dit pleidooi een gewiekst voorwendsel om de nodige inspanningen uit te stellen. Het gevaar is dan dat de recessie voortduurt en dat er geen hervormingen plaatsvinden.

Door het dogmatische standpunt met betrekking tot de 3 procent los te laten, doet de Commissie niet langer mee aan dit spel dat alleen maar verliezers kent. Zij heeft een economisch verstandig en politiek slim besluit genomen.