Meer dan 5,5 miljoen jonge Europeanen zijn op dit moment werkloos. In de crisislanden in Zuid-Europa groeit een hele generatie op met een somber vooruitzicht. Één op de twee Spanjaarden en Grieken jonger dan 25 heeft geen werk, voor landen als Italië en Griekenland is het één op de drie.

Voor die jonge Zuid-Europeanen moet Duitsland welhaast het beloofde land lijken, met een jeugdwerkeloosheid die lager ligt dan 8 procent. In geen van de 27 andere EU lidstaten ligt dit percentage zo laag. Alleen Oostenrijk komt met 8,9 procent enigszins in de buurt.

Obama roemt Duitse model

Onze Europese buurlanden zijn benieuwd hoe we dat voor elkaar hebben gekregen, en maken zelfs studiereizen om dit fenomeen te onderzoeken. Daarbij ontdekken ze al snel ons opleidingssysteem dat gebaseerd is op praktijkgerichte beroepsopleidingen, met een combinatie van school (theorie) en werken (praktijk). Voor de meeste Europeanen is dat compleet nieuw: leren en werken, in plaats van eerst leren en dan pas werken.

De Europese Commissie noemt het Duitse model een “garantie tegen jeugdwerkeloosheid en een tekort van goed opgeleide vakmensen”. Zelfs de Amerikaanse president Barack Obama roemde het Duitse model dit jaar in zijn jaarlijkse State of the Union toespraak: “Op dit moment leggen landen als Duitsland een duidelijke focus op hun middelbare scholen, waar leerlingen na afstuderen een technische kennis hebben die vergelijkbaar is met die van studenten van onze openbare universiteiten. Die leerlingen kunnen dus direct aan het werk.”

Andere landen hebben lang kritiek gehad op deze Duitse aanpak. De OESO roept bijvoorbeeld regelmatig dat er universiteiten te weinig afgestudeerde studenten afleveren. Voor veel internationale onderwijsdeskundigen is een universitaire opleiding – een bachelor, academische graaf of doctoraat – de enige norm. Een Duitse certificering als ‘Meister’ wordt nauwelijks voor vol aan gezien.

Veel minder aanzien

Een opleiding in de praktijk geniet veel minder aanzien dan een academische opleiding. Veel Europeanen kunnen zich niet voorstellen dat een stage-diploma vergelijkbaar is met een diploma van een middelbare school, of dat een certificering als ‘Meister’ van hetzelfde niveau is als een bachelor-opleiding.

Toch wordt langzaam duidelijk dat het grote innoverende vermogen van de Duitse industrie – en het succes dat veel Duitse producten wereldwijd hebben – iets te doen moet hebben met het solide onderwijs dat jonge Duitsers genieten.

Zelfs in Duitsland hebben mensen kritiek op het leer-arbeid systeem. Vaak wordt gezegd dat de opleidingen te specialistisch zijn, en teveel zijn toegespitst op de specifieke behoeften van een aantal industrieën. Ook het aantal verschillende specialisaties zou met meer dan driehonderd keuze-opleidingen veel te hoog zijn kinderen. Daarbij wordt getwijfeld of het leer-arbeid systeem in staat is het hoofd te kunnen bieden aan de snel veranderende economische omstandigheden van het huidige digitale tijdperk.

Succesvol exportproduct

Ongeveer tien jaar geleden kwam het systeem onder druk te staan, toen er ook in Duitsland sprake was van massale werkeloosheid. Tienduizenden jongeren waren destijds niet in staat om een stageplaats te vinden. In 2004 maakte de toenmalige regering van Sociaaldemocraten en Groenen zich nog sterk voor een opgelegd quotum, om het bedrijfsleven te dwingen meer stageplekken te creëren.

In juni 2004 koos de regering echter de kant van werkgevers en vakbonden, door landelijk een onderwijssysteem van praktijkgerichte beroepsopleidingen in het leven te roepen. Die beslissing heeft de situatie volledig omgedraaid; het aanbod van stageplekken is nu groter dan de vraag.

Mede door de wereldwijde economische crisis is het Duitse onderwijsmodel uitgegroeid tot een succesvol exportproduct. Duitsland heeft inmiddels met zes andere EU-landen een samenwerkingsovereenkomst getekend. Daarbij vervullen Duitse bedrijven een pioniersrol door personeel in andere landen op te leiden volgens het Duitse model.

Tekort van goed opgeleide vakmensen vullen

Hiervan wordt – ook door de Duitsers – veel verwacht. Duitsland wil niet alleen een beproefd onderwijssysteem exporteren, maar hoopt ook dat jonge, gemotiveerde Zuid-Europeanen de tot nu toe onvervulde stageplaatsen voor zich komen opeisen. Met als extra wens dat deze medewerkers na hun opleiding niet teruggaan naar het land van herkomst, maar in Duitsland blijven om het groeiende tekort van goed opgeleide vakmensen op te vullen.

Sceptici wijzen maar al te graag op bestaande problemen, zoals de taalbarrière. Zij betwijfelen of migranten de oplossing zijn voor het tekort aan stagiairs in Duitsland. Het is inderdaad waar dat het moment niet bepaald ideaal is, aangezien het Duitse systeem in belangrijke mate afhankelijk is van de economie.

Maar uiteindelijk bepaalt de markt, en niet de onderwijsdeskundigen, hoeveel stageplaatsen er beschikbaar zijn. Het zijn de bedrijven die bepalen hoeveel en welke vacatures ze in de toekomst zullen hebben. Dat gegeven vormt uiteindelijk de basis voor het aantal stageplaatsen dat zal ontstaan.

Grootste voordeel is grootste nadeel

Het grootste voordeel van het Duitse systeem van werken en leren is daarom tevens het grootste nadeel. Het systeem is afhankelijk van de economie. In magere tijden – waar de Zuid-Europese crisislanden momenteel mee te maken hebben – zal er minder vraag zijn naar stagiairs.

Dat Zuid-Europese jongeren nu een oplossing zien in een onderwijssysteem van leren en werken, laat zien hoe wanhopig ze zijn. In hun directe omgeving zijn te weinig bedrijven bereid om stageplaatsen te creëren, en ook zijn er te weinig geduldige ‘leermeesters’ die bereid zijn hun kennis over te dragen op een volgende generatie. Ook ontbreekt het aan een gestroomlijnde samenwerking tussen de onderwijsinstellingen en overheid enerzijds, en het bedrijfsleven en de vakbonden anderzijds.

Moedige hervormingen

Zelfs in Duitsland, waar deze samenwerking wel al sinds jaren bestaat, zien belanghebbende partijen zich regelmatig voor uitdagingen gesteld, zoals het conflict over het opzetten van het onderwijsprogramma, en de weerstand daartegen bij vakbonden.

Zuid-Europeanen die het Duitse systeem willen implementeren, hebben dan ook een behoorlijk ambitieuze doelstelling. Het is echter beter om te streven naar moedige, structurele hervormingen, dan om te kiezen voor de eenvoudige oplossing van zinloze bezigheidstherapie voor jonge werkelozen. Alleen daarom al verdient dit initiatief onze steun. Datzelfde geldt voor jonge Zuid-Europeanen die huis en haard verlaten voor een baan of een goede opleiding. Die zouden we met open armen moeten ontvangen.