Het is geen voorpaginanieuws, maar dat zou het wel moeten zijn. Op 23 oktober zijn de vertegenwoordigers van zes nieuwe extreemrechtse partijen uit de Europese Unie in Wenen bijeengekomen [de FPÖ uit Oostenrijk, het Vlaams Belang (de Vlaams-nationalisten), de Deense Volkspartij, Lega Nord (uit Italië), de Slowaakse Nationale Partij en de Zweedse Democraten]. Zij hebben tijdens deze vergadering besloten een campagne op te zetten voor een Europees referendum over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Het is nog slechts een intentieverklaring. Extreemrechts heeft hiervoor nog heel wat horden te nemen: op grond van het Verdrag van Lissabon kunnen op initiatief van burgers weliswaar referenda worden georganiseerd, maar hiervoor gelden veel voorwaarden, die bovendien niet geheel duidelijk zijn. Voor een referendum moeten 1 miljoen handtekeningen "uit een significant aantal lidstaten" worden verzameld. Aan deze voorwaarden is nog niet voldaan, maar als dat wel het geval zou zijn, zou het antwoord op de vraag of Turkije mag toetreden duidelijk "nee" zijn. Het merendeel van de burgers uit de Europese Unie is immers tegen toetreding.

Dit perspectief is op zichzelf al koren op de molen van regeringsvertegenwoordigers die Turkije evenmin als kandidaat-lidstaat willen, en zo wordt deze nieuwe uitbreiding lamgelegd. De onderhandelingen met Turkije zijn bijna in een impasse geraakt en zullen hierdoor nog meer in gevaar komen, want nu de afwijzing van de islam zich als een olievlek verspreidt, wil niemand dat extreemrechtse partijen zich kunnen profileren door een instrument voor rechtstreekse Europese democratie in te zetten voor een thema dat de neuzen van kiezers van alle politieke stromingen één kant op krijgt.

Extreemrechts deint mee op de maatschappelijke woede

Het is geen voorpaginanieuws, maar dat is om twee redenen onterecht. De eerste reden is dat Europa rekening moet houden met deze nieuwe nationalistische, islamofobische macht die overal aan terrein wint en niet veel meer van doen heeft met de naziemannetjes en -vrouwtjes van gisteren. Uit de statistieken blijkt dat de extreemrechtse partijen van tegenwoordig flirten met een kwart van de Europese stemmen, en de percentages bestaan in ieder geval uit twee cijfers. Extreemrechts deint mee op de maatschappelijke woede die zich in heel Europa doet gevoelen, en scoort met een combinatie van bescherming van de verworvenheden van de welvaartsstaat, de wens van protectionisme en bescherming van de vrije moraal, die door de aanwezigheid van moslims in het gedrang zou komen. Extreemrechts wordt verpersoonlijkt door nieuwe leiders die heel innemend zijn en perfect in de tijdgeest passen, en wint daarom de stemmen van zowel arbeiders als jonge stedelingen. Bovendien delen extreemrechtse partijen niet alleen meer vuistslagen uit, maar weten zij politiek te bedrijven. Dit is zichtbaar van Zweden tot in Italië en van [Frankrijk] Marine Le Pen tot Geert Wilders. Het is een zeer nieuw gegeven dat zij zich zo in de Europese politieke ruimte begeven, en zij schromen dan ook absoluut niet om deze ruimte te benutten.

Dit nieuwe extreemrechts is anders gezegd nog maar net begonnen om de bakens in de 27 lidstaten te verzetten, maar dat is niet alles. Het tweede probleem is dat het functioneren van de Europese instellingen door de opkomst van deze partijen ernstig wordt bemoeilijkt: van het Europees Parlement, waarin zij beter zullen zijn vertegenwoordigd, tot aan de Raad en de Europese Commissie, waarop het steeds meer invloed zal uitoefenen dankzij de politici van nationale regeringen die zonder extreemrechts geen meerderheid meer zouden hebben. Niet alleen compromissen tussen rechts en links, een essentiële en permanente praktijk van de Europese Unie, komen hierdoor moeizamer en onduidelijker tot stand, maar elke stap voorwaarts naar een politiek Europa en federalisme zal met hand en tand worden bestreden door deze machten, die volhouden dat het herstel van de nationale grenzen de sleutel vormt van een terugkeer naar het verloren paradijs waarin sterke naties hun burgers bescherming bieden.

Angst maakt blind

Het is geen voorpaginanieuws, maar dat zou het wel moeten zijn, want Europeanen lopen zo het risico nog verder weg te zakken in hun angst voor alles, en daardoor uiteindelijk aan de zijlijn te blijven staan. Door de angst voor de islam missen we een historische gelegenheid voor uitbreiding naar Turkije, voor versterking van de democratie en scheiding van kerk en staat in het meest dynamische en modernste moslimland. We missen de kans voor nieuwe markten en de kans om het Nabije Oosten het voorbeeld te bieden van een ander lot dan dat van moslimfundamentalistische achteruitgang. Door de angst om de natiestaten te overstijgen waarin de naoorlogse maatschappelijke compromissen waren verankerd, laten we de kans liggen om als continent een staat te vormen die een belangrijke rol is toebedeeld in een tijdperk waarin de middelgrote machten van gisteren in de toekomst geen stem meer in het kapittel hebben.

Door de angst voor alles zien we niet dat we de instellingen van de Europese Unie juist kunnen gebruiken om een Europese democratie te creëren waarin de Commissie op grond van een parlementaire meerderheid zou functioneren, en dat we zo opnieuw een openbare macht in het leven kunnen roepen die het krachtenveld tussen kapitaal en arbeid kan doen kantelen, en dat we in dezelfde geest van de eurozone een politiek geheel kunnen maken, een harde kern van de Unie die uitbreiding mogelijk maakt zonder bang te hoeven zijn dat deze vastloopt. Angst maakt blind. Angst werkt verlammend, en de partijen die zijn ingegeven door angst, krijgen als logisch gevolg daarvan steeds meer kiezers en wakkeren deze angst nog verder aan.