"Europa is verleden tijd."

Nee. Nogal wat mensen hebben het tegenwoordig over Europa alsof de rol van het werelddeel al is uitgespeeld. De marginale economische groei, de nog altijd voortdurende eurocrisis en de complexiteit van besluitvorming maken Europa in dat opzicht ook een makkelijk doelwit. Daarbij heeft de pijlsnelle opkomst van landen als Brazilië en China er de afgelopen jaren voor gezorgd dat veel deskundigen de Oude Wereld al naar de spreekwoordelijke storthoop hebben gedragen. Deze mensen doen er echter verstandig aan om stil te staan bij een aantal keiharde feiten.

Zo vormt de Europese Unie als geheel niet alleen ’s werelds grootste economie, maar is ook het defensiebudget het op één na hoogste ter wereld, na dat van de Verenigde Staten. Wereldwijd heeft de EU meer dan 66.000 soldaten gestationeerd, alsmede 57.000 diplomaten. Ter vergelijking: voor India zijn dat er ongeveer 600. De gemiddelde koopkracht van inwoners van de EU ligt ongeveer vier keer hoger dan in China, drie keer hoger dan in Brazilië en negen keer hoger in India. Als dat achteruitgang heet, dan is het nog altijd beter in de EU dan wonen in een van deze opkomende wereldmachten.

Geen enkele wereldmacht zoveel invloed

Macht is natuurlijk niet alleen gebaseerd op dit soort gegevens, maar vooral op de mogelijkheid om er effectief mee om te gaan. Ook in dit opzicht presteert Europa uitstekend: afgezien van de Verenigde Staten heeft geen enkele wereldmacht in de afgelopen twintig jaar zoveel invloed gehad op de wereld. Sinds het einde van de Koude Oorlog is de EU met 15 nieuwe lidstaten op vreedzame wijze verder gegroeid. In veel landen zijn etnische conflicten beëindigd, wetboeken zijn gestroomlijnd en er is een begin gemaakt met het stimuleren van de economie in de Baltische landen en Balkanregio. Vergelijk dat eens met China, dat vanwege zijn ongebreide groei zorgt voor angst en weerstand in heel Azië.

Zeker, de EU heeft absoluut te maken met een serieuze bestaanscrisis. Desondanks levert het wereldwijd de grootste bijdrage aan het oplossen van regionale conflicten en de wereldproblematiek. Toen nieuwe democratieën in Egypte en Tunesië na de Arabische revolutie van 2011 hulp nodig hadden, gaf de zogenaamd failliete EU meer financiële steun dan de Verenigde Staten.

Toen Muammar Khadaffi in maart 2011 in Libië op het punt stond om een slachting aan te richten in Benghazi, gingen Frankrijk en Engeland voorop in de strijd. Dit jaar nog voorkwamen Franse soldaten in het zuiden van Mali een staatsgreep van jihad-strijders en drugssmokkelaars. In Syrië woedt het conflict nog altijd voort, maar ook hier hebben Europeanen zich zeer ingespannen om een eind te maken aan deze tragedie.

Alleen relatief op zijn retour

Toch valt niet te ontkennen dat Europa in sommige opzichten op zijn retour is. Meer dan vier eeuwen lang maakte Europa op het internationale toneel de dienst uit. Het was niet alleen een kwestie van tijd voordat andere spelers de kloof op het gebied van macht en welvaart langzaam zouden dichten. Dit is zelfs een goede ontwikkeling, die sinds de Tweede Wereldoorlog is versneld.

Europeanen hebben hier zelf echter ook voordeel van. Mede door de economische samenwerking met opkomende grootmachten is Europa erin geslaagd om het bruto nationaal product te vergroten, en om de kwaliteit van leven verder te verbeteren. Anders gezegd, Europa is net als de Verenigde Staten – en in tegenstelling tot Rusland – alleen relatief op zijn retour.

Eerder een politiek probleem

"De eurozone is een economische warboel."

Slechts gedeeltelijk. Veel mensen noemen de eurozone – de 17 landen die de euro als gemeenschappelijke munt hebben aangenomen – een economische ramp. Als geheel heeft dit deel van de EU echter minder schulden en een veel gezondere economie dan veel andere werelddelen.

Zo voorziet het Internationale Monetaire Fonds voor 2013 een gecombineerd begrotingstekort van 2,6 procent – ongeveer een derde van het begrotingstekort van de Verenigde Staten. De staatsschuld ten opzichte van het bruto nationaal product is ongeveer even hoog als in de Verenigde Staten, maar veel lager dan die Japan. De eurozone is verantwoordelijk voor 15,6 procent van de wereldwijde exportmarkt, wat aanzienlijk hoger is dan de 8,3 procent van de Verenigde Staten en 4,6 procent van Japan.

Het echte verschil tussen de eurozone en de Verenigde Staten of Japan is dat er interne verschillen zijn, maar dat het geen land is. En dat er ondanks een gemeenschappelijke munt geen gemeenschappelijke begroting wordt gehanteerd. Financiële markten kijken liever naar de meest negatieve gegevens van afzonderlijke landen – zoals Griekenland of Italië – dan naar gecombineerde cijfers. Dat maakt de eurocrisis eerder een politiek, dan een economisch probleem.

Militairen behoren tot ’s werelds sterkste

"Europeanen komen van Venus."

Echt niet. In 2002 schreef de Amerikaanse schrijver Robert Kagan de beroemde woorden, "Amerikanen komen van Mars en Europeanen komen van Venus." Van recenter datum is de uitspraak van de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates, die in 2010 waarschuwde voor de ‘demilitarisering’ van Europa. Europese militairen behoren echter tot ’s werelds sterkste. Deze beweringen gaan bovendien voorbij aan een van de grootste prestaties van de menselijke beschaving: een continent dat door de eeuwen verantwoordelijk was voor de meeste bloedige conflicten, heeft oorlogen op het eigen continent voortaan afgezworen.

Daarnaast bestaan er binnen Europa verschillende opvattingen ten aanzien van het uitoefenen en misbruiken van macht. Strenge landen als Polen en Groot-Brittannië volgen in dat opzicht meer de lijn van de Verenigde Staten, dan het wat brave Duitsland.

Niet bepaald verlegen pacifisten

In tegenstelling tot landen als China, dat het principe van 'non-interferentie' hanteert, is Europa wel bereid tot gewapende internationale interventies. De inwoners van het Malinese Gao kunnen beamen dat Europeanen, nadat Franse troepen eerder dit jaar een einde hadden gemaakt aan een bezetting door extremistische moslims, niet bepaald verlegen pacifisten zijn.

Ondertussen trekt Amerika zich terug uit de oorlogen in Afghanistan en Irak, om zich te richten op ‘de wederopbouw thuis’. Daarmee krijgen ook de Amerikanen steeds meer Venusiaanse trekjes. Volgens Transatlantic Trends, een periodiek onderzoek van het Duitse Marshall Fonds, kon slechts 49 procent van de Amerikanen zich vinden in de interventie in Libië. In Europa lag dat percentage op 48 procent. Ook als het aankomt op het terugtrekken van troepen uit Afghanistan zijn Europeanen en Amerikanen redelijk eensgezind, met respectievelijk 75 en 68 procent voorstanders.

Veel Amerikaanse critici wijzen op de karige militaire uitgaven van Europa. Toch waren Europese landen in 2011 gezamenlijk verantwoordelijk voor ongeveer 20 procent van alle militaire uitgaven. Ook dit ligt aanzienlijk hoger dan landen als China (8%), Rusland (4%) en India (minder dan 3%), zo blijkt uit cijfers van het Stockholm Internationale Vredesonderzoek Instituut.

Lees hier het tweede deel