Laten we eens kijken naar twee hedendaagse Europeanen, waarbij het niet uitmaakt of ze ver van elkaar af wonen: een Fin en een Fransman bijvoorbeeld. Zeer waarschijnlijk hebben zij een groot aantal gemeenschappelijke voorouders, die zo´n duizend jaar geleden leefden. Dat blijkt uit een genenonderzoek onder 2.257 personen, afkomstig uit veertig bevolkingsgroepen in heel Europa: Albanezen, Engelsen, Belgen, Denen, Spanjaarden, Italianen, Macedoniërs, Russen, Turken, enzovoort.

Dit onderzoek, dat onlangs in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS Biology verscheen, is uitgevoerd door twee bevolkingsgenetici, Peter Ralph en Graham Coop (University of California, Davis). Het toont aan dat er over de afgelopen drieduizend jaar een hoge graad van verwantschap bestaat tussen de bevolkingsgroepen van de verschillende Europese landen, ondanks het feit dat natiestaten betrekkelijk recente constructies zijn waarin uiteenlopende groepen mensen zich met elkaar vermengden.

De twee onderzoekers gebruikten het complete genoom van de 2.257 proefpersonen en zochten naar DNA-segmenten die verschillende individuen met elkaar gemeen hebben. Het uitgangspunt daarbij is dat twee personen die een gemeenschappelijke voorouder hebben, een DNA-segment kunnen delen dat ze van deze voorouder hebben geërfd. Hoe langer dit segment is, hoe jonger hun gemeenschappelijke voorouder is. Door de lengte te analyseren van de DNA-segmenten die twee personen met elkaar gemeen hebben, kunnen de onderzoekers de verspreiding in de tijd van hun gemeenschappelijke voorouders bepalen.

Verband tussen tijd en lengte DNA-segment

Waarom is er een verband tussen de tijd en de lengte van de DNA-segmenten die twee personen met elkaar delen? Om dit te begrijpen moeten we kijken naar de manier waarop de genen – en dus het DNA dat de genen vormt – bij iedere generatie opnieuw gecombineerd worden. Het genoom van een bepaalde persoon wordt gevormd uit een mix van de genen van zijn ouders, zodat een deel van zijn DNA afkomstig is van zijn moeder en een ander deel van zijn vader. Bij de volgende generatie worden er nieuwe DNA-segmenten aan deze mix toegevoegd, enzovoort.

Dit proces herhaalt zich naarmate de generaties elkaar opvolgen. Daardoor bevat het genoom van een mens DNA-segmenten van zijn voorouders, die afgewisseld worden met nieuwe segmenten die iedere generatie toevoegt. Aangezien de DNA-sequenties telkens op een andere plek veranderen, worden de segmenten die van het voorgeslacht overblijven steeds korter. Zo zullen de DNA-segmenten die volle neven – met dezelfde grootouders – met elkaar delen, langer zijn dan die van achterneven; en de gemeenschappelijke DNA-segmenten van achterneven zullen weer langer zijn dan die van achterachterneven, enzovoort.

Als een segment dat geërfd is van een voorouder, na vele generaties nog altijd voorkomt bij twee individuen, dan kan aan de hand van de lengte van dit segment de ouderdom van deze voorouder worden bepaald. En dat is precies wat Peter Ralph en Graham Coop hebben gedaan. Hun berekeningen tonen aan dat twee Europeanen uit twee buurlanden tussen de twee en twaalf gemeenschappelijke ´genetische voorouders´ hebben, die de afgelopen 1.500 jaar hebben geleefd. En als we nog duizend jaar verder teruggaan, kan dit aantal tot wel honderd oplopen.

Iedere Europeaan dezelfde voorvader

Hoe verbazingwekkend het ook mag klinken: alle inwoners van Europa die duizend jaar geleden leefden en nakomelingen hebben gehad, zijn de voorouders van alle huidige Europeanen! Of als we het anders willen zeggen: alle huidige Europeanen stammen af van dezelfde groep voorouders, die zo´n duizend jaar geleden leefde.

De onderzoekers hebben evenwel geconstateerd dat de spreiding van de gemeenschappelijke voorouders geografisch gezien niet homogeen is: zo hebben Italianen onderling en met andere Europeanen minder gemeenschappelijke genetische voorouders, terwijl zij meer verwantschap vertonen met het voorgeslacht van tweeduizend jaar geleden dan met dat van duizend jaar geleden. Dit verschil kan duiden op een groter geografisch isolement van Italië.

De onderzoekers zelf geven echter toe dat als je een geschiedenis die zo complex is als die van Europa tot in detail wilt bestuderen, het niet voldoende is om de genen van onze tijdgenoten te analyseren. Daarvoor is ook het DNA nodig van mensen die in het verleden leefden en van wie wij de ouderdom kunnen vaststellen. En dan zal er zeker ook een beroep moeten worden gedaan op andere disciplines, zoals archeologie en paleoantropologie.