De bankenunie is thans een test voor de toekomst van de eurozone. Als er vooruitgang wordt geboekt, is dat een bemoedigend teken; zo niet, dan is dat geen goed nieuws. Dat neemt niet weg dat hoewel Europa zeer zeker de oplossing is, de zaken complexer zijn dan ze lijken, omdat de standpunten van de lidstaten en van de Europese instellingen ver uiteenlopen.

Kernvraag is hoe de bankenunie zal omgaan met een hoge en wellicht onbekende bankschuld. Duitsland wil weten wie de balans van een bank overneemt als die op een faillissement afstevent (zoals Bankia) en wie zich garant moet stellen voor de deposito’s van een instelling die in moeilijkheden verkeert.

Dat zijn reële problemen, laten we die eerst maar eens op nationaal niveau oplossen, vindt Berlijn. De ECB verklaart intussen dat er voortgang gemaakt moet worden met de bankenunie. De polemiek is positief, want een oplossing voor reële problemen komt daardoor dichterbij. Het is tijd dat Europa de realiteit onder ogen ziet en niet alleen verklaringen aflegt. Dat betekent een grote uitdaging.

Nieuwe golf van scepticisme

Er gaat een nieuwe golf van scepticisme door Europa, temeer nu het risico bestaat dat de eurozone uiteenvalt in een noordelijk en een zuidelijk deel, maar gezien de feiten zou dat een slechte zaak zijn. De interne financiële bijeenkomsten zijn zo transparant dat in Duitsland zelf discussie is ontstaan tussen minister van Financiën Wolfgang Schäuble en de Duitse adviseur Jörg Asmussen, hoofd internationale betrekkingen van de ECB.

Voor Schäuble is bij de Europese banken sprake van veel verborgen giftige leningen aan bedrijven en overheidsinstellingen. Als overhaast een bankenunie wordt opgericht, zou het stabiliteitsfonds overbelast raken met schulden die niet meer te innen zijn.

Schäuble wil het proces daarom in twee fasen laten verlopen. Eerst sanering op nationaal niveau, met alle hervormingen en aanpassingen die daarvoor nodig zijn, en pas daarna de weg vrijmaken voor het afdekken van toekomstige risico’s in de eurozone. Met andere woorden, de schuld verdwijnt niet als bij toverslag door hem bij anderen, namelijk de belastingbetalers in de eurolanden, neer te leggen, want iedereen moet voor zijn eigen schuldenlast opdraaien. Dat is het verantwoordelijkheidsbeginsel.

Nog veel onbeantwoorde vragen

De ECB heeft er volgens Asmussen het volste vertrouwen in dat ze de supervisie over de banken, die tot haar taken zal gaan behoren, zal weten te combineren met het opsporen van de risico’s in het systeem waarop ze toezicht houdt om die, waar nodig, uit te schakelen.

De vraag wie verantwoordelijk is voor de claims van degenen die schade lijden door het omvallen van een bank, blijft onbeantwoord, net als de vraag over het beheer van een steunfonds voor banken die dat nodig hebben. Alles moet en kan worden aangepakt. En dat moeten we samen doen.

De Europese discussies werpen vruchten af

Ondanks alle ophef en het stof dat deze polemiek doet opwaaien, heeft de Eurogroep laten weten dat de Duitse bezwaren redelijk zijn, maar dat het integratieproces van de banken wordt voortgezet. De Eurogroep heeft vermoedelijk begrepen dat de nieuwe normaliteit niet voortvloeit uit zelfgenoegzaamheid maar uit een re-evaluatie van de eisen die globalisering stelt.

Voor Spanje kan deze situatie op korte termijn negatieve gevolgen hebben, omdat het vooruitzicht van een eenvoudige bankenunie gunstig leek door de mogelijkheid dat het stabiliteitsfonds een deel van de twijfelachtige balans van de banken zou overnemen.

Mogelijk loopt het allemaal anders. Verdere hervorming van de Spaanse economie moet worden gestimuleerd. Dat is geen eis van Duitsland, maar iets waar onze economie zelf om vraagt om het evenwicht te herstellen, te groeien en banen te scheppen. De discussies in Europa werpen hun vruchten af.