Mitko Dimitrov Iliev vroeg op 50-jarige leeftijd voor het eerst een paspoort aan. Hij is een kleine man met een slecht gebit en een verlegen blik. Zijn huis in Ivanski, een dorp in het noordoosten van Bulgarije, is vervallen maar ruim. In een verder lege boekenkast ligt een accordeon. Daarmee probeerde hij afgelopen najaar in Groningen op straat geld te verdienen.

Terwijl hij stond te spelen, sprak een groep Turken hem aan. Ze boden aan te helpen met de inschrijving bij de gemeente. “Een Turk vertaalde, ik had geen idee wat ze zeiden.” Daarna beloofde de Turk hem een splinternieuwe mobiele telefoon en zei “* kom, we gaan even een bedrijf openen*”. Hij liet Mitko, die analfabeet is, een pak documenten tekenen. Hij houdt zijn wijsvinger en duim 15 centimeter van elkaar. Zo dik was de stapel.

Uitbuiten van analfabete Bulgaren

Turken in Nederland, Duitsland, België en Bulgarije spelen een grote rol in het organiseren van de fraude met toeslagen in Nederland. En in het uitbuiten van analfabete Bulgaren. Bulgarije heeft een grote Turkssprekende minderheid. Die bestaat uit etnische Turken en uit Roma die zich na 1989 Turks zijn gaan noemen. Dankzij de taal en religie vinden ze aansluiting bij de grote Turkse gemeenschappen in West-Europa.

Mitko kreeg tweehonderd euro. Die telefoon heeft hij nooit gezien. Na een paar weken begon zijn oude telefoon echter onophoudelijk te rinkelen. Steeds een onverstaanbare Nederlander aan de lijn. Na een tijdje begreep hij dat de man van een bank moest zijn. Mitko denkt dat het de Nederlanse bank is met een oranje leeuw in het logo, want die heeft hij ook ooit op een bankpasje gezien.

De bank bleef maar bellen. Mitko denkt er inmiddels achter te zijn dat hij een bedrijf en grote schulden heeft. Dat is namelijk meerdere mensen die hij kent overkomen. Om hoeveel geld het gaat, weet hij niet, want het enige papier dat hij zelf heeft, is zijn inschrijving bij de gemeente. Een paar dagen geleden heeft Mitko daarom de telefoon uitgezet en is op een minibusje terug naar Bulgarije gestapt. “Ik ben bang, straks pakken ze mijn huis nog af of sluiten me op voor wat een ander heeft gedaan.

Minibusjes vanuit Bulgaarse dorpen

Ivanski is slechts een dorp uit een reeks Bulgaarse dorpen van waaruit voortdurend minibusjes naar Nederland vertrekken. Een avond rondvragen in provinciehoofdstad Shumen levert zo een lijst van zeven plaatsjes op in een cirkel van dertig kilometer. In de meeste dorpen zijn er een of twee mannen die de contacten regelen en het transport organiseren.

De invasie van Bulgaarse minderheden, Roma en Turken in de sociale stelsels in het Westen is inmiddels helaas geïnstitutionaliseerd en geprofessionaliseerd”, zegt Krastyo Petkov, professor sociologie aan de University of National and World Economy in Sofia. Petkov is gespecialiseerd in economische migratie naar de EU en heeft veldwerk gedaan in België.

Informele netwerken van familiebanden in de breedste zin van het woord zijn in de loop der jaren stabiel en steeds geraffineerder geworden, schetst hij. Een Bulgaarse aanklager die met de Nederlandse zaak belast is, zegt het zo: “Ik ben heel verbaasd dat we nog geen klachten uit Duitsland hebben gehad. Finland heeft een jaar geleden drie vliegtuigen vol mensen teruggestuurd. Met cadeautjes en de waarschuwing weg te blijven.” Hij lacht. “Mensen gaan op deze manier naar de rijkste landen in Europa. Naar Spanje en Griekenland gaan ze om hard te werken.

Sociaal toerisme

De netwerken kennen drie niveaus. De ‘luitenanten’ die in Bulgarije zorgen voor het ronselen van mensen en die vaak net wat beter onderlegd zijn en meer talen spreken dan gemiddeld. Zij onderhouden contact met degene die in het land van bestemming de huisvesting en registratie regelt. En dan zijn er de ‘grote bazen’, ‘mensen die bescherming bieden. Zij weten hoe ze problemen met de politie en met justitie moeten oplossen en hebben daarvoor de juiste contacten. Petkov baseert die conclusies voor een deel op interviews met Roma in Brussel. “België heeft hetzelfde probleem met ‘sociaal toerisme’ als Nederland”, zegt hij stellig.

Een van de redenen waarom de afgelopen twee decennia een grote groep Roma in Bulgarije ervoor kiest moslim te worden en Turks te spreken, is dat ze daardoor gemakkelijker toegang tot de Turkse gemeenschappen hebben. “Die helpen ze zich te vestigen, maar niet om te integreren.” In de praktijk worden de eerste en tweede generatie Turken de bazen en werkgevers van de Bulgaarse nieuwkomers. Dezelfde netwerken die ‘sociaal toerisme’ organiseren, hebben vaak ook een aandeel in prostitutie en het organiseren van mensenhandel voor slecht betaald zwart werk via onderaannemers in de landbouw. ‘Ze buiten ze uit.’

Verplichting van werkvergunning maakt kwetsbaar

Gancho en Veneta Todorov uit Salmanovo, een dorp met 900 inwoners en zes orkesten, zijn net een paar weken terug uit Zwolle. Veneta verkoopt daar de Straatkrant voor de Jumbo. Gancho bij de Aldi. Ze hebben tulpen in de tuin voor het vrijstaande huis en serveren op tafel onder de wijnranken pinda’s van de Aldi in Nederland. Als ze in Nederland werken, wonen hun drie kinderen hier met hun grootouders. In Zwolle huren ze voor vijf euro per nacht een kamer van een Afrikaanse vrouw. “Ik word gek op die kleine ruimte”, verzucht Gancho. Hij geniet er duidelijk van dat hij nu in zijn eigen tuin is, waar ook een grote kippenren staat.

Dat Bulgaren in Nederland en België nog een werkvergunning nodig hebben, maakt ze kwetsbaarder. “De Turken beloven je brood, maar geven alleen kruimels. Het zijn leugenaars, maar als je klaagt dreigen ze naar de politie te stappen.” De Todorovs verheugen zich op volgend jaar, als Bulgaren zonder werkvergunning kunnen werken. Dan kan ik eindelijk de banen aannemen die ik aangeboden heb gekregen, zegt Gancho, zoals bij de post, in de landbouw of bij een kippenslachterij. “Nu zijn we net bedelaars”.’