Wat meteen al opvalt, is de eigenaardige naam 'trojka' waarmee het trio bestaande uit het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB) werd opgezadeld. Alleen al dit Russische woord zegt voldoende over de Europese malaise, meent de eurosceptische essayist Emmanuel Todd.

De trojka, die begin 2010 werd gevormd om het reddingsplan voor Griekenland op te zetten, kende een moeizame start en heeft nog altijd moeite om één lijn te trekken. En in plaats van af te nemen, nemen de spanningen alleen maar toe. Net als de kritiek afkomstig van zowel politieke leiders als burgers uit Europese en opkomende landen.

Tijdens het Europese Forum op 16 mei in Berlijn leverde de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble – die dicht bij IMF-topvrouw Christine Lagarde staat – veel kritiek op het werk van de Commissie. Dat het Griekse dossier zo log was en telkens vastliep, lag volgens hem aan de versnipperde verantwoordelijkheden in Brussel.

Uiteenlopende methoden

Misschien was dit voor Schäuble een manier om zich te verweren tegen het groeiende anti-Duitse sentiment, maar ook om een schuldige aan te wijzen voor een mislukte reddingsoperatie. Want drie jaar nadat deze werd opgezet, is Athene nog altijd krachteloos en verlamd door schulden.

Wat Schäuble er ook mee wilde bereiken, zijn aanmerkingen weerspiegelen in ieder geval de toenemende verbolgenheid van het IMF over Brussel. “Het IMF is het een beetje zat, en vindt dat het met Europa altijd 'too little, too late' is”, aldus een bron die in maart van dit jaar betrokken was bij de onderhandelingen over de redding van Cyprus.

Het in Washington gevestigde IMF is eraan gewend failliete landen te hulp te schieten, terwijl de Europese Commissie eerst de diverse economische en politieke belangen met elkaar moet zien te verenigen. De methoden die deze twee instellingen hanteren, lopen dan ook duidelijk uiteen.

Niemand durft openlijk kritiek te uiten op IMF

De Europese mechanismen zijn erg log: er moet sprake zijn van unanimiteit, de nationale parlementen moeten erbij betrokken worden – het is een complex politiek spel dat de Commissie afremt en de samenwerking met het IMF bemoeilijkt”, legt André Sapir uit. Sapir is een vooraanstaand econoom die zitting heeft in de Brusselse denktank Bruegel en medeauteur is van een rapport over het optreden van de trojka, dat deze maand is gepubliceerd.

Sapir benadrukt dat de technische teams ter plekke de verschillen weten te overbruggen en op harmonieuze wijze met elkaar samenwerken. Maar op het politieke vlak is die samenwerking minder vanzelfsprekend.

In Brussel durft niemand openlijk kritiek te uiten op het IMF, aangezien de deelname van het IMF aan de trojka algemeen wordt erkend als een blijk van geloofwaardigheid. Bovendien stelt de – door Duitsland gewenste en door de ECB gesteunde – betrokkenheid van het IMF de markten gerust. Maar als mensen anoniem commentaar mogen leveren, komen de tongen los. Naarmate de reddingsplannen voor Ierland, Portugal, Spanje en Cyprus vorm kregen, “werd het IMF steeds dogmatischer” stelt een Brusselse bron kritisch.

‘De Ayatollahs’

Bij de redding van Cyprus legde het IMF van de 10 miljard euro die het land in totaal kreeg toegekend, 'slechts' 1 miljard euro op tafel, maar wilde het wél op alle punten een beslissende stem hebben. Die manier van doen wekte irritatie: “Het IMF heeft zich een buitenproportionele macht toegeëigend", merkt een andere bron op.

De Commissie ziet het IMF soms als 'het oog van Moskou': te koppig om toe te geven aan de verleiding om de groeicijfers of de tekorten van de landen die steun krijgen, iets mooier voor te stellen, om de bittere pil enigszins te vergulden.

Werden de experts van het IMF vroeger 'de cowboys' genoemd, tegenwoordig hebben ze de bijnaam 'Ayatollahs' gekregen. Een opmerkelijke kwalificatie, aangezien het IMF zich vaak bezorgder toont dan Brussel om een land niet te verstikken met onhoudbare bezuinigingskuren.

Het IMF is niet blij met deze kritiek, terwijl het ook al de verontwaardiging over zich heen krijgt van een aantal van zijn leden uit de opkomende landen. Zij vinden het moeilijk te verteren dat het IMF eerst een genadeloze koers voer met landen uit Latijns-Amerika, Afrika en Azië afhandelde, en nu zo veel tijd en geld steekt in de eurolanden.

Voor deze landen is dat net zo ongehoord als het idee dat de Verenigde Staten steun van het IMF zouden eisen om Californië te redden”, aldus Simon Tilford van de Europese denktank Centre for European Reform (CER), die in Londen is gevestigd.

Gevaar aantasting onafhankelijkheid ECB

Ook over de deelname van de ECB aan de trojka hebben sommigen hun bedenkingen. Met name intern: de meest rechtlijnigen vrezen dat de monetaire autoriteit zal moeten zwichten voor het politieke gemarchandeer, met het gevaar dat haar onafhankelijkheid wordt aangetast.

Van de Europese Centrale Bank wordt evenwel niet meer verwacht dan dat zij de rol van 'technisch adviseur' binnen de trojka vervult. “Maar de grens is niet altijd duidelijk, hetgeen tot beschuldigingen over conflicterende belangen leidt”, benadrukt Sapir. Zo luidde het verwijt van de publieke opinie in Ierland dat de ECB ondoorzichtig handelde en haar eigen belang vooropstelde.

Maar het was vooral het Griekse dossier dat de spanningen – van het begin af aan – concreet vormgaf. En het gevaar dat er nieuwe ruzies oplaaien, komt nog steeds vanuit Athene. Het IMF is ervan overtuigd dat Griekenland het niet redt zonder een nieuw gebaar en pleit er daarom voor dat de publieke schuldeisers – de lidstaten van de eurozone – akkoord gaan met het kwijtschelden van een deel van de Griekse schuld. Een optie waartoe de Europese landen – vooralsnog – niet willen besluiten.

En dat voedt nu juist het beeld van een monetaire unie die slecht is toegerust voor de tegenslagen van haar eigen lidstaten. “Het is triest, en de euroscepsis wordt hier alleen maar groter door”, besluit Simon Tilford.