Mensen die enthousiast zijn over of juist sceptisch zijn jegens de Europese politiek en zijn transnationale besluitvormingsprocedures zijn het over één ding eens: zij vinden dat er sprake is van een democratisch tekort. Volgens de enthousiastelingen komt dat vooral doordat er geen Europees bewustzijn en geen Europese publieke opinie is. De critici wijzen er op dat een dergelijk bewustzijn – gezien de nationale verschillen in cultureel, politiek, en op dit moment vooral in economisch opzicht – ook niet verwacht mag worden.

Dat zich in de Europese politiek een ‘democratisch tekort’ voordoet, lijkt dus een voldongen feit. Maar wat betekent dit precies? Het Europese Parlement wordt democratisch gekozen, de leden van de Europese Commissie worden door democratisch gekozen nationale regeringen benoemd en door het Europese Parlement in hun functie bevestigd. En het Europese Gerechtshof zorgt voor het noodzakelijke evenwicht tussen de diverse machten.

Mogelijkheid iemand ‘weg te stemmen’

Het werkelijke Europese ‘democratisch tekort’ lijkt echter de afwezigheid van een echte oppositie te zijn, dat wil zeggen het ontbreken van de politieke organisatie van allerlei opvattingen die niet op een meerderheid kunnen rekenen. Politieke functies worden door meerderheden gelegitimeerd en door min of meer directe verkiezingen ingevuld – dat is het grondbeginsel van de democratie. Maar politieke functionarissen maken alleen maar een democratische indruk als hun zittingsduur beperkt is. Daarom is niet het kiezen als zodanig de beslissende democratische factor, maar de mogelijkheid om iemand te kunnen ‘wegstemmen’. Om dat te kunnen doen, moet binnen het politieke systeem sprake zijn van een gekozen oppositie, die de uitvoerende macht kan overnemen. Zij moet met de juiste middelen en bevoegdheden zijn uitgerust, evenals met een toepasselijk inhoudelijk programma, en over personeel en aanspreekbare doelgroepen beschikken.

Het is dus de oppositie die het wegstemmen van een heerser dan wel van een regering mogelijk maakt. Dankzij dit beginsel wordt de politiek democratisch.

Geen sprake van regering en oppositie

Als we dit begrijpen, is het makkelijker greep te krijgen op het ‘democratisch tekort’ van Europa. Je kunt bij de Europese verkiezingen wel de meerderheidsverhoudingen veranderen, wat normaal gesproken gevolgen heeft voor de concrete politieke besluitvorming in Europa, maar uiteindelijk wordt er niemand daadwerkelijk weggestemd, wat een duidelijk breukvlak zou markeren en voor het publiek zichtbaar zou maken.

De ondoorzichtigheid van Europa zit hem niet in de gesloten structuren of in een teveel aan bureaucratie; nationale politieke ordeningen zijn niet minder complex. Europa komt alleen maar als bijzonder complex over, omdat er bij de waarneming van het Europese politieke proces geen sprake is van regering en oppositie.

Je zou kunnen zeggen dat de Europese politiek het probleem heeft dat zij zakelijk van aard is. Het beleid wordt veel meer op zijn resultaten beoordeeld dan wanneer het zich in de strijd tussen diverse alternatieven had moeten waarmaken en rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat het weggestemd had kunnen worden.

‘Re-nationalisering’ van de politieke communicatie

Een gevolg van dit tekort aan oppositie in Europa is de ‘re-nationalisering’ van de politieke communicatie tijdens de Europese crisis. Er is geen oppositie, geen wegstem-mogelijkheid binnen het systeem, en er zijn geen alternatieven binnen de Europese politiek en haar instellingen – althans geen alternatieven, die voor een publiek in scene gezet kunnen worden. Er is slechts sprake van een zichtbare oppositie in de vorm van anti-Europese standpunten, die de Europese politiek vergiftigen door steeds terug te grijpen op etniciteit en nationaliteit.

De alternatieven doen zich dan voor als alternatieven tussen nationale modellen, maar niet als alternatieve politieke oplossingen. Dat de anti-Europese partij die op dit moment in Duitsland het daglicht ziet zich Alternative für Deutschland noemt, is in dit verband alleen maar consequent.

Europa heeft kritiek nodig

Hierdoor wordt op het nationale politieke speelveld de manoeuvreerruimte beperkt, terwijl er op het Europese politieke speelveld van geen werkelijke oppositie sprake is. De AfD corrumpeert de Europese democratie – vooral omdat het hier om een vorm van oppositie gaat, die nooit zal kunnen en willen regeren. Europa heeft kritiek nodig, veel meer dan tot nu toe, maar dan wel een kritische oppositie vanuit Europees perspectief.

Pro-Europese campagnes moeten daarom minder inzetten op belijdenissen en solidariteitsbetuigingen. Die zijn niet zo moeilijk te voorschijn te toveren. Gevolgen hebben ze echter pas, als een Europese regering weggestemd kan worden – als er dus zoiets zou zijn als een equivalent van de 'Loyal Opposition' zoals we die in het Verenigd Koninkrijk kennen. Die zou dan vanzelf zorgen voor een transnationale Europese publieke opinie.

Europa kan leren van natievorming

Europa zou paradoxaal genoeg veel kunnen leren van de geschiedenis van de natievorming. De Europese landen konden zich pas als politieke eenheden manifesteren, toen zij de binnenlandse oppositie konden integreren en hanteerbaar konden maken. Waarschijnlijk moet er dus in Europa een gemeenschappelijke grondwet komen – zodat je in Europa tegelijkertijd tegen, maar ook vóór Europa oppositie kan voeren. De Europese 'regering' moet kunnen worden weggestemd, zonder dat daarmee in één keer het hele concept van Europa overboord wordt gezet.