Naar aanleiding van de onthullingen over de explosieve groei in de massale observatie van telefoon-, e-mail- en internetverkeer door de Verenigde Staten, verzekeren Amerikaanse en Britse politici dat we ons geen zorgen hoeven te maken over de vraag of dit “conform de wet” gebeurt. Deze elektronische wijze van vergaren wordt namelijk "zeer nauwkeurig omschreven", benadrukte Barack Obama. Volgens een verklaring van David Cameron was het gedrag van de Britse geheime dienst volstrekt “gepast en geschikt”.

Dankzij klokkenluider Edward Snowden weten we nu immers dat de Amerikaanse National Security Agency (NSA) 200 miljard inlichtingen per maand verzamelt, digitale gegevens van meer dan 200 miljoen Amerikanen opslorpt en een reusachtige hoeveelheid e-mails, zoekopdrachten en live chats van de grootste internetproviders ter wereld vergaart.Dit gebeurt allemaal met behulp van het Prism-programma.

Uiteraard heeft de NSA een aantal resultaten van deze spionage over Britse burgers gedeeld met de collega's van de Britse General Communications Headquarters GCHQ, en daarmee de Britse autoriteiten de vervelende noodzaak bespaard om een bevel om te mogen afluisteren te regelen. Maar dat gebeurde nog altijd met toestemming, zijn eigen toestemming kennelijk, zo meldde de Britse minister van Buitenlandse Zaken aan het parlement. Dus daar hoefden we ook niet bang voor te zijn.

Buitensporige en allesomvattende observaties

Dergelijke buitensporige en allesomvattende observaties drijven natuurlijk de spot met het recht op privacy – vastgelegd in het vierde amendement van de Amerikaanse grondwet. Dat recht staat centraal in de discussie sinds de Britse krant The Guardian is begonnen met het publiceren van de vertrouwelijke informatie. Hoe goed een burger zich ook aan de wet houdt, toch zijn er talrijke en goed gedocumenteerde risico’s van gemanipuleerde “metadata” van telefoon of internet, waarmee iemand ten onrechte wordt gebrandmerkt. En hoewel inlichtingendiensten van oudsher al brieven onderscheppen, is Prism een programma waarbij alle brieven worden geopend, gekopieerd en opgeslagen, voor het geval ze in een later stadium als belastend bewijs kunnen worden opgevoerd.

In deze kwestie gaat het echter even zeer om macht als om privacy. Observaties en inlichtingen zijn controle-instrumenten, zowel in eigen land als in het buitenland. Het verhaal van het misbruik daarvan door zowel Amerikaanse als Britse regeringen bestaat uit vele delen. Zo werden niet alleen buitenlandse regeringen, van Iran tot Chili, ondermijnd en omvergeworpen, maar werden er ook in eigen land aanvallen uitgevoerd op burgerrechten, zowel tijdens de Koude Oorlog als na 11 september 2001.

De NSA en de GCHQ, wier samenwerking centraal staat in de “bijzondere relatie” tussen de VS en Groot-Brittannië, spelen daarbij al decennialang een hoofdrol. Hun wereldwijde afluisterpraktijken zijn de hoeksteen van het bondgenootschap van de “vijf ogen”, de alliantie van Engelssprekende landen (inclusief Australië, Canada en Nieuw-Zeeland), die de door de VS gedomineerde wereldwijde macht van het Westen steunt. Beide diensten werden opgericht om de rest van de wereld te bespioneren, maar bleken uiteindelijk ook hun eigen bevolking in het vizier te hebben.

Centrale rol particuliere bedrijven

Er is echter sprake van twee nieuwe elementen. Ten eerste alleen al de schaal en omvang van de speurtocht van de NSA, waarbij de dingen die vroeger mogelijk waren in het niet vallen. Ten tweede de centrale rol die particuliere bedrijven spelen in de groeiende wereldwijde 'surveillance state'.

Bedrijven zijn al jaren twee handen op één buik met de geheime staat. Ze werken tot op de dag van vandaag samen met geheime diensten om vakbondsleden op de zwarte lijst te plaatsen en financierden tijdens de Koude Oorlog clandestiene arbeidersbewegingen. De verandering zit hem in het feit dat de communicatie nu in handen van de bedrijven is. En de bedrijven wier servers worden leeggehaald door het Prism-programma, Amerikaanse internetgiganten van naam zijn, variërend van Google tot YouTube.

Uit de gelekte NSA-documenten blijkt dat de bedrijven samenwerken, hoewel zij dat zelf ontkennen. Toch is inmiddels wel overduidelijk aangetoond dat het idee alleen al dat deze belastingontduikende monsters een nieuwe vorm van libertair democratisch succes zouden zijn, achterhaald marketinggezwets is.

Naast de technologie is ook de strijd tegen terreur een drijvende kracht achter de ongebreidelde expansie van deze nieuwe combinatie van industrie en veiligheid. Net als de nietszeggende kapstok ter bescherming van de “nationale veiligheid” wordt terrorisme er met de haren bijgesleept om iedere vorm van ondemocratische innovatie te rechtvaardigen. En aangezien niemand wenst te worden opgeblazen in een bus of een trein, verschaffen spionerende organisaties die vroeger werden gewantrouwd zich hiermee een flinterdun laagje geloofwaardigheid.

In werkelijkheid wordt terrorisme door zowel de NSA als de GCHQ en al hun collega- spionnenteams niet alleen bestreden, maar net zo goed gevoed. Zij leveren immers de inlichtingen die de basis vormen voor aanvallen met drones, waarbij duizenden burgers in Pakistan, Afghanistan, Jemen en Somalië om het leven zijn gekomen. Een Pakistaanse man gaat nu in hoger beroep tegen de GCHQ, omdat deze organisatie naar verluidt de "inlichtingen” heeft verstrekt voor een CIA-aanval met een drone waarbij zijn vader werd gedood.

Schijnclaims van aansprakelijkheid

Dezelfde Amerikaanse en Britse geheime diensten die zijn betrokken bij wijdverbreide martelingen, ontvoeringen en andere misdaden in de afgelopen tien jaar, maar bijvoorbeeld ook bij de schandalige manipulatie van gegevens over massavernietigingswapens in Irak, beweren nu dat ze ons willen beschermen tegen een aantal gevolgen daarvan.

In eigen land werden de GCHQ en de NSA ingezet om spionageactiviteiten en smerige streken tegen de Britse mijnstaking in de jaren tachtig te leiden, terwijl de Amerikaanse Senaatscommissie Church in de jaren zeventig onthulde dat er systematisch misbruik was gemaakt van het recht mensen af te luisteren in de VS bij burgerrechtactivisten en tegenstanders van oorlogvoering (inclusief moorden in het buitenland). Senator Frank Church waarschuwde destijds zelf al dat de slagkracht van de NSA “zich op elk moment tegen het Amerikaanse volk zou kunnen keren”.

En dat is precies wat er nu is gebeurd, aanvankelijk in de eerste jaren van de regering-Bush maar inmiddels ook onder Obama. Afgaande op de ervaringen zou ernstig misbruik sterker gaan toenemen als één van beide staten opnieuw wordt geconfronteerd met aanzienlijke politieke of industriële uitdagingen.

Er is inmiddels herhaaldelijk aangetoond dat beweringen dat geheime diensten nu onderworpen zijn aan werkelijke aansprakelijkheid in plaats van aan ministeriële stempels, geheime zittingen en commissies van vertrouwelingen, klinkklare nonsens zijn. Maar politieke elites hebben zo hun eigen prioriteiten. In plaats van af te zien van deze massale observaties lopen Britse ministers juist warm en stellen nieuwe wetten op om de controle uit te breiden.

Wereldwijde macht en dominantie

De geheime diensten van de Verenigde Staten en hun bondgenoten zijn instrumenten voor het verkrijgen van zowel binnenlandse als wereldwijde macht en dominantie. Dat gaat veel verder dan het terrorismevraagstuk. Zoals in de vertrouwelijke informatie werd onthuld, komt de economische grootmacht Duitsland als voornaamste doel voor spionagepraktijken van de NSA in Europa naar voren. Dit leidde tot enig voorzichtig protest van Duitse politici.

Opvallend genoeg zijn democratische instellingen er niet in geslaagd geheime diensten en militaire operaties van de Verenigde Staten en andere westerse landen ter verantwoording te roepen. Het werd dus aan een reeks klokkenluiders, van Cathy Massiter en Katharine Gun tot Bradley Manning en Edward Snowden, overgelaten om dat gat op te vullen. Nu is het onze beurt om ervoor te zorgen dat hun moed niet voor niets is geweest.