De eenheid van de Griekse regeringscoalitie staat onder grote druk en de kans is aanwezig dat het land op nieuwe verkiezingen afstevent. Als het politieke geheugen slechts zou reiken tot een jaar geleden, zou het voor iedereen duidelijk zijn dat de verkiezingen in mei en juni 2012 funest hebben uitgepakt voor de geplande begrotingsaanpassingen, tot nog meer schulden voor de reeds lege schatkist hebben geleid en een nog diepere recessie en grotere werkloosheid hebben veroorzaakt.

Op politiek niveau zorgden deze twee stembusgangen ervoor dat de linkse Syriza de belangrijkste oppositiepartij werd, dat de Gouden Dageraad zich als de meest energieke partij in het bestaande parlement wist te profileren, dat Pasok bijna van de politieke kaart werd weggevaagd en dat er binnen de partij Nieuwe Democratie een groeiende spanning voelbaar werd.

Niet erg geliefd

Pasok en zijn huidige leider, Evangelos Venizelos, zijn niet erg geliefd. Fotis Kouvelis, de aanvoerder van Democratisch Links, is net zo irritant als een leider van een discussieclub. Links, dat al een tijdje geen regeringsmacht meer heeft uitgeoefend – op enkele zeer korte periodes na – heeft een nogal theoretische kijk op de politiek.

Niettemin zijn dat momenteel de enige politici op wie premier Antonis Samaras kan rekenen. En hij mag hun waardigheid niet aantasten en ze geen lastige dilemma's voorleggen, ongeacht of het om een ernstig of onbeduidend probleem gaat en hoe graag ze ook over bepaalde kwesties van mening verschillen.

De crisis heeft nadrukkelijk de primitieve houding van de Griekse politieke leiders aan het licht gebracht. De politici van de Noord-Europese landen maken zich meestal sterk voor een stabiel systeem en passen het voortdurend aan nieuwe ontwikkelingen aan. In de ogen van de Griekse politieke leider draait alles om overleven en zelfbevestiging. Hij is allergisch voor anderen. Hij is een provinciaaltje op het Europese toneel.

Streng staatsapparaat ontbreekt

Het is heel goed mogelijk dat Nieuwe Democratie bij de volgende verkiezingen als winnaar uit de bus komt, maar noch Pasok noch Democratisch Links zal opnieuw met Samaras willen samenwerken, waardoor het land in een impasse zal geraken. Zelfs als een regering zou worden geformeerd, zou er een andere premier aan het roer komen te staan. Het risico is dus groot dat het conservatieve kamp nog meer verdeeld zal raken.

Maar al zou Nieuwe Democratie – met dank aan de Griekse verkiezingswet – een absolute meerderheid in het parlement halen, dan nog zou ze onmogelijk het land kunnen besturen. Omdat een streng staatsapparaat ontbreekt en de corruptie welig tiert, zou ze tegen alle oppositiepartijen moeten opboksen.

Of we het nu leuk vinden of niet, het tweepartijensysteem is verleden tijd. Op de Gouden Dageraad stemmen is een politieke daad. Haar kiezers willen het politieke systeem vernietigen. Het Walhalla staat in brand, zoals in de Götterdämmerung van Wagner. Alleen speelt dit zich niet af in de veilige setting van het toneel maar in de maatschappij. Het is maar de vraag of we een traan om de dood van politieke dwergen moeten laten in een tijd dat het land in vlammen dreigt op te gaan.