De onderhandelingen tussen de EU en de VS over het instellen van een vrijhandelszone die in alle openheid begin dit jaar van start gingen, worden door sommigen enthousiast toegejuicht, maar door anderen met de nodige scepsis bekeken. Volgens Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, zal het beoogde verdrag "steun bieden bij het creëren van hoogwaardige banen en een stimulans vormen voor economische groei aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, zonder dat dit de belastingbetaler extra geld gaat kosten. Met dit verdrag komt de grootste vrijhandelszone ter wereld tot stand en worden de trans-Atlantische betrekkingen versterkt." De meerderheid van de EU-ministers van Economische Zaken zijn voorstander van de overeenkomst, zodat het verdrag zeer waarschijnlijk wordt ondertekend. Maar als het wordt ondertekend, zou cultuur weleens het eerste en grootste slachtoffer kunnen worden.

Films worden weer gewone producten

In 1988 voerde de Europese Commissie uniforme regelgeving in, ook wel bekend als de “culturele uitzondering”, waarbij films en audiovisuele producties anders worden behandeld dan andere commerciële producten. Dit betekent onder andere dat lidstaten ze op verschillende manieren kunnen subsidiëren, aangezien "promotie van cultuur een van de voornaamste beleidsdoelen van de EU is". Maar als het vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS in werking treedt, zullen zowel films als muziek weer in de categorie van gewone commerciële producten vallen. Welke gevolgen heeft dat?

Ten eerste de sluiting van nationale filminstituten die zorgen voor de financiering van het merendeel van de Europese filmproducties (in Polen is dit het Poolse Filminstituut, oftewel PISF). Het gaat hierbij om openbare instellingen die juist zijn opgericht ter bescherming van de cultuur. Toch is het verdwijnen van de instituten zelf nog niet eens het grootste probleem. Het is veel erger als de financiering wegvalt die zij beschikbaar stellen voor het promoten van cultuur door gelden te innen van filmdistributeurs en televisiezenders. Zonder deze financiering zouden films van Poolse regisseurs als Smarzowski, Jakimowski, Krauze of Holland, en Europese filmmakers zoals Haneke, de gebroeders Dardenne of Mungiu, niet kunnen worden gemaakt.

60% van de films is al een Hollywoodproductie

Daarnaast worden de zogenoemde Europese quota bedreigd, een regeling waarbij televisiezenders in de EU minimaal 50 procent van de zendtijd met Europese programma's moeten vullen. Het huidige financieringssysteem voor de publieke omroep, inclusief een universele televisielicentie, is onder het beoogde verdrag dan niet langer mogelijk. Evenmin is er nog ruimte voor publieke steun voor kleinere filmhuizen waar Europese (en door Europa gesteunde) filmproducties worden vertoond, of voor Europese songwriters. Onder de huidige mediawet in Polen moeten radiozenders minimaal 33 procent van de zendtijd vullen met Poolse programma's. Zodra het vrijhandelsverdrag in werking treedt, wordt deze eis van nul en generlei waarde.

Culturele goederen en diensten zijn geen marginale kwestie tijdens de onderhandelingen over de vrijhandelszone tussen de EU en de VS, ook al lijkt dat misschien anders. Washington doet al langer een beroep op de EU om haar culturele markt te liberaliseren, maar de EU is nog altijd niet overtuigd. “Tegenwoordig is al meer dan 60 procent van de films die in bioscopen in Polen of Frankrijk worden vertoond een Hollywoodproductie”, meldde Jacek Fuksiewicz van het Poolse Filminstituut. “Wat gaat er gebeuren als we de publieke steun voor Europese films intrekken?"

7.000 filmmakers hebben open brief ondertekend

“Amerikanen denken als verkopers. In de Verenigde Staten is het maken van films een bedrijfstak waarin jaarlijks meer geld wordt verdiend dan in enig ander land sinds de jaren 20 van de vorige eeuw. Maar zo kijken wij in Europa niet naar cultuur”, voegde Dariusz Jabłoński, voorzitter van de Poolse filmacademie, daar aan toe.

Meer dan 7.000 filmmakers, van wie krap 200 uit Polen, hebben hun handtekening gezet onder een open brief, waarmee ze de culturele uitzondering steunen. Daar staan namen bij van beroemde regisseurs als Michael Haneke, Pedro Almodóvar, Ken Loach, Cristian Mungiu, de gebroeders Dardenne, Andrzej Wajda, Agnieszka Holland, Krzysztof Zanussi en Jerzy Skolimowski. “Europa zou kunnen afstappen van het recht om zijn eigen cultuur te beschermen, terwijl hiervoor geen enkele rechtvaardiging te vinden is, maar alles er juist tegen spreekt", schrijven zij. Tijdens het filmfestival van Cannes werd hun actie gesteund door Steven Spielberg en Harvey Weinstein, oprichter van Miramax en onafhankelijk producent uit New York City.

Europese Commissie voert onderhandelingen

Hoewel deze lobby het Europees Parlement ervan heeft overtuigd om steun te betuigen aan de culturele uitzondering, is het aan de Europese Commissie om de onderhandelingen te voeren. Karel De Gucht, eurocommissaris voor Handel, beloofde op 17 mei plechtig dat het beoogde verdrag geen nadelige gevolgen zal hebben voor de publieke steun aan culturele en audiovisuele producties in de EU, maar daar lijkt niet iedereen van overtuigd. "Dit zijn gewoon loze opmerkingen zonder enig wettelijk effect", zegt Agnieszka Odorowicz, directeur van het Poolse Filminstituut. "Het lijkt erop dat het door de Europese Commissie gewenste onderhandelingsmandaat te algemeen en te breed is. Eigenlijk vraagt de Commissie om een absoluut mandaat en dat zou een risico kunnen vormen voor Polen. Ik wil nog benadrukken dat de Poolse filmindustrie niet profiteert van enig belastingvoordeel (in tegenstelling tot de VS), dat ze 23% btw betaalt (ook dat is in de VS anders) en dat het budget voor een film als 'Avatar' alleen al gelijk staat aan negen jaar volledige publieke steun voor de Poolse filmproductie".

Enkele dagen geleden vond er in Straatsburg een ontmoeting plaats tussen een groep Europese filmmakers, onder wie Costa-Gavras, Mungiu en Jabłoński, en Jose Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie. Op vrijdag 14 juni wordt over dit alles een besluit genomen, als de regeringen van de EU-lidstaten bepalen wat het onderhandelingsmandaat van de Commissie wordt.