De Nagyová-affaire heeft begrijpelijkerwijs een golf van emoties teweeg gebracht. Maar al benader je deze zaak op een nuchtere manier, voor zover dat mogelijk is, met ieder stukje nieuwe informatie (en misschien wel desinformatie) dat er opduikt ontstaan er steeds weer nieuwe vragen. Sinds de zaak aan het licht kwam, hebben velen al op een reeks vreemde gebeurtenissen gewezen.

Mediatumult draait om bijzaken

Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk, dat de politie-inval al een week ervoor bekend was, zodat zelfs de media erover konden berichten? Zo konden lobbyisten Janoušek en Rittig stilletjes naar het buitenland vertrekken, ondanks dat Roman Janoušek een tenlastelegging voor poging tot moord boven het hoofd hangt [vorig jaar overreed hij onder invloed van alcohol een vrouw], voordat zij officieel verdacht werden van het afluisteren van de vrouwen van overheidsambtenaren. Het belangrijkste deel van het onderzoek, naar de ‘peetvaders’, heeft momenteel geen prioriteit, noch voor de politiek, noch voor de media. Het hele mediatumult draait in feite om twee ‘bijzaken’: de kwestie rond Peter Tluchoř c.s. [de groep dissidente parlementariërs van de regeringscoalitie die in ruil voor lucratieve baantjes bij overheidsbedrijven hun functie hebben opgegeven] en de affaire rond Jana Nagyová.

De heersende interpretatie over het verloop van de gebeurtenissen is als volgt: het klinkt paradoxaal, maar dankzij het regeringsbeleid van Petr Nečas hebben de politie en de openbare aanklagers meer onafhankelijkheid verkregen dan ooit, ten opzichte van de politiek. Het lijkt erop dat ze daarnaar zijn gaan handelen, met het idee de augiasstallen van de Tsjechische politiek te reinigen. Als dat inderdaad het geval is, wordt een andere paradox duidelijk: politieambtenaren en openbare aanklagers hebben van politici afgekeken hoe ze de media moeten bespelen door emoties te laten oplaaien en zich te richten op cruciale machtscentra.

Vetrek Nečas zal leiden tot val regering

Nečas was duidelijk het hoofddoel. Als hij slechts een minister zou zijn en er iets vergelijkbaars was gebeurd (als zijn staatssecretaris bijvoorbeeld gearresteerd zou zijn) dan zou hij eenvoudigweg ontslag hebben genomen. In het belang van regeringsstabiliteit zouden partijcollega’s en coalitiepartners Nečas hebben gedwongen af te treden; een andere partijfunctionaris zou hem vervangen en mettertijd zou hij gecompenseerd worden in de vorm van het voorzitterschap van de raad van bestuur van een staatsbedrijf of een ambassadeurspost in Bratislava. Maar waar het waarschijnlijk op zal neerkomen, is dat het vertrek van Petr Nečas zal leiden tot de val van de regering. De premier kan niet eenvoudigweg vervangen worden met de woorden “Dat was dat jongens, laten we overgaan tot de orde van de dag”.

Toen Petr Nečas hoofd van de Democratische Burgerpartij en de regering werd, stond hij bekend als ‘de man met de schone handen’, en werd er verwacht dat hij zelfs de rol van ‘schoonmaker’ [van de regering] op zich zou nemen. Dat is hem duidelijk niet goed gelukt.

Smerig zakendoen is nu een misdaad

Het feit dat Tluchoř en de zijnen flink betaald werden (dan wel niet in de vorm van een koffer vol bankbiljetten) voor hun steun aan de regering, was van begin af aan duidelijk. Daarvoor hebben we de ÚDOZ [de eenheid van de Tsjechische politie die de georganiseerde misdaad bestrijdt] niet nodig. Nieuw is echter het feit dat de onderhandelingen [tussen de premier en de Tluchoř-groep], die eerder beschouwd werden als smerig zakendoen, maar toch een vorm van zakendoen, nu gezien worden als corruptie, en daarmee als een misdaad.

Maar hoewel het gedrag van iemand die gedwongen of ‘aangezet’ wordt om een misdaad te plegen in ruil voor geld, beschouwd kan worden als corruptie, is het voor een parlementslid niet onwettig om zijn mandaat op te geven. En aangezien het benoemen van personen in de raden van bestuur van staatsbedrijven binnen het mandaat van de regering (de bevoegde minister) valt, wat wil zeggen dat er voor het vullen van de vacature geen sollicitatieprocedure hoeft plaats te vinden, dan kan ‘de transfer’ van volksvertegenwoordigers Tluchoř, Fuksa en Šnajdr vanuit het parlement naar raden van bestuur wel gezien worden als iets uiterst weerzinwekkends, obsceen enzovoort, maar niet als een misdaad. Als dat nu zou veranderen, op basis van de interpretatie van het parket en de rechtbanken, dan zouden de resultaten wel eens rampzalig kunnen uitpakken.

We moeten niet te snel victorie kraaien

Het feit dat het hoogste echelon militaire inlichtingendienst zichzelf aanbood aan de kabinetschef van de premier om de premiersvrouw te bespioneren, is ongetwijfeld schandalig, en zijn politieke verantwoordelijkheid voor het gedrag van medewerkers die hij zelf selecteerde, zou een duidelijke aanleiding voor de premier moeten zijn om af te treden. Zelfs in het geval, natuurlijk, dat de inspanningen van Jana Naghová, zoals haar advocaat beweert, bedoeld waren om Radka Nečasová te beschermen tegen Jehova’s getuigen. Maar wat is nu de werkelijke oorzaak van dit schandaal? Kregen onpartijdige en onafhankelijke onderzoekers er werkelijk op de een of andere manier lucht van dat er iets speelde? Als dat zo zou zijn, zouden er iedere week tientallen vergelijkbare zaken aan het licht moeten komen.

Na zijn aantreden als premier werd Petr Nečas beschuldigd van een gebrek aan daadkracht, en zelfs zwakte. Na een poosje kwam hij langzaam op stoom, en hield zelfs zijn rug recht in situaties waarin iedereen zijn val voorspelde. Tegelijkertijd wist iedereen dat hij zijn op zijn post kon blijven zitten dankzij zijn onzichtbare rechterhand Nagyová die min of meer binnen de grenzen van de wet allianties sloot met maffiose organisaties. Daarom moet iemand die in de loop van de afgelopen twee jaar de premier wilde laten vallen, geweten hebben dat het voldoende was de rechterhand van de premier in de spotlights te zetten. En dat is wat er nu gebeurt.

Het blijft zo'n vreemde samenloop van omstandigheden, dat we voorzichtig moeten zijn bij het vellen van een oordeel en dat we niet te snel victorie moeten kraaien in de strijd tegen corruptie.