De Bulgaarse Celia, 22 jaar, is opgegroeid in Erlangen en heeft theaterwetenschap en culturele media gestudeerd. Katharina, 20 jaar, komt uit Slowakije en heeft de ambitie om als diplomaat de wereld over te reizen. Anna woont in de Tsjechië, is 28 jaar en is aan het promoveren aan de Universiteit van Brno. Deze jonge vrouwen zijn het nieuwe gezicht van Europa.

Wat hebben deze meiden met elkaar gemeen, 20 jaar na de val van de Muur en het communisme? Doet hun geboorteplaats er nog toe in deze tijden van mondialisering en een grenzeloos Europa? “De omstandigheden waardoor ik, toevallig, ben geboren in een communistisch land, hebben geen grote invloed op mij. Mijn ouders vertellen me soms over die tijd, maar ik ken alleen maar het kapitalistische systeem”, legt Katharina uit. Hoe onverschillig ze ook mag zijn, het beeld van haar land dat heerst in het buitenland, choqueert haar: “Als ik de internationale pers lees, en dan vooral Amerikaanse artikelen over Slowakije, dan gaat het altijd over een post-communistisch land. Dit stempel is op ons gedrukt en zullen we altijd met ons meedragen.”

Cecilia, rustiger maar vastberaden, is nog radicaler in haar benadering van het communistische verleden van haar land: “De mensen moet definitief stoppen met in het verleden leven.” De socialistische voorstelling van de Staat is volgens haar een “utopie”, hoewel ze de bedoelingen waarop de doctrine is gebaseerd begrijpt: ”Ik denk niet dat je iedereen over één kam kunt scheren. Er zullen er altijd mensen tussen zitten die ambitieuzer zijn, iedereen moet zijn leven kunnen opbouwen zoals hij of zij dat wil.” Anna is er wat haarzelf betreft van overtuigd dat haar verleden bij haar niet meer sporen heeft achtergelaten dan wanneer ze in een ander land was geboren: “Bijna elk land heeft een geschiedenis die zijn inwoners negatief kan beïnvloeden.” Mijn beroep weerspiegelt wat ik echt ben.

Deze jonge vrouwen putten hun kracht uit hun zicht op een carrière en de mogelijkheden die ze worden geboden. Hartstochtelijk en geestdriftig vertelt de normaalgesproken zo rustige Anna ons dat ze haar ambities op een natuurlijke wijze heeft ontdekt: “Soms heb ik het gevoel dat ik mijn beroep niet heb uitgekozen, maar dat mijn beroep mij heeft gekozen.”. Na een studie filmwetenschap, een flinke dosis doorzettingsvermogen en nieuwsgierigheid is Anna nu, op 28-jarige leeftijd, aan het promoveren aan het Masaryk Instituut (Universiteit van Brno). Ze publiceert in verschillende talen essay’s over stomme films en over de geschiedenis van de ontwikkeling van cinematografische technologie. Ondanks obstakels, vruchtbare en minder vruchtbare beslissingen, heeft ze de goede weg gekozen: “Mijn beroep weerspiegelt wat ik echt ben.”

Voor Cecilia was weggaan uit Bulgarije een middel om zich te vrij te maken. “Voor mij was het heel belangrijk om onafhankelijk te worden en om niet meer bij mijn ouders te hoeven wonen.” Ze beschouwt werk niet alleen als een manier om geld te verdienen maar ook als middel om te leren “wat er om ons heen gebeurt, wat onze rechten en voorrechten zijn. Alleen zó kun je dingen veranderen.” De toewijding van deze vrouwen en de opvattingen die ze hebben over hun loopbaan is te verklaren door de relatief grote hoeveelheid vrouwen op de arbeidsmarkt in postcommunistische landen, zegt Dr. Christina Klenner, professor die betrokken is bij het gender-onderzoek aan de Hans Böcker Stichting. Volgens de cijfers van 2005 is het aandeel vrouwen op de totale beroepsbevolking wel teruggelopen sinds de overgang naar een markteconomie, maar de gemiddelde hoeveelheid vrouwen die werken in Centraal en Oost-Europa blijft boven het gemiddelde van de 15 andere Europese lidstaten.

Geen van de geciteerde vrouwen identificeert zich met het feminisme: hun manier van leven en werken spreekt voor zich: “Ik voel me goed als vrouw, en ik ben gelukkig met wat ik ben”, becommentarieert Katharina. Anna bevestigt dit: “Ik zie mezelf als een eerlijk mens. Ik heb me nooit afgevraagd of ik dingen anders zou hebben gedaan als ik geen vrouw was. Zo ben ik opgevoed.” De ongelijkheid tussen mannen en vrouwen openbaart zich slechts op één vlak: de arbeidsmarkt. Katharina windt zich hierover op: “Wanneer mannen voor hetzelfde werk beter worden betaald dan vrouwen, vind ik dat onverdraaglijk. Alsof mannen een bonus krijgen voor hun penis.”

Een onderzoek dat is opgezet door de Friedrich-Wilhelm Universiteit in 2005, met het thema “Comprehension of the role of gender in Western and Eastern Europe” laat zien dat de vrouwen in Oost-Europa het gevoel hebben dat er in hun land geen gelijkheid is tussen mannen en vrouwen, vooral niet op de arbeidsmarkt. Echte gelijkheid zou zich voor hen uiten in de toegang tot dezelfde rechten.

De flexibiliteit en de mobiliteit waarmee Cecilia, Katharina en Anna Europa in beweging brengen kan ook een rem zijn op de ontwikkeling van hun land van herkomst. “Veel inwoners van Oost-Europa zouden graag terugkeren naar hun land van herkomst,” legt Anna uit, "als ze de mogelijkheid hadden om daar te kunnen leven, werken en overleven.” Katharina voelt zich niet alleen Europees maar zelfs een wereldburger. “Ik houd er niet van als mensen te veel gehecht zijn aan hun wortels. Dat kan alleen maar leiden tot etnische en nationale conflicten.” Cecilia vat prachtig de grote kloof samen tussen wat haar eigen land en Europa haar te bieden hebben: “De eenheid is misschien de toegevoegde waarde die maakt dat ik tussen twee culturen sta.

Christiane Lötsch