Enige tijd geleden heb ik een artikel geschreven waarin ik uiteenzette hoe mooi ik een mens vind die leest. Een mens die leest, cultiveert discreet zijn voorliefde voor zaken die er niet zijn. En een mens met een dergelijke voorliefde kan geen schoft zijn.

Een mens die protesteert, is eveneens mooi, om dezelfde redenen. Vandaag komen beiden bij elkaar, op intieme maar krachtige wijze. Wanneer een mens die leest, de straat opgaat om te protesteren, herken je hem meteen. En zijn protest wordt veel lumineuzer, vol betekenis. Dat zien we nu in de straten van Sofia en elders. Het zijn de demonstraties van de kinderen, zowel in letterlijke als in overdrachtelijke zin. Het zijn de kinderen en kleinkinderen van degenen die in februari de straat opgingen om tegen de verhoging van de elektriciteitsprijs in het geweer te komen.

Kinderen van juni zijn veeleisender

Maar juni is niet februari. De kinderen van juni zijn beduidend veeleisender. Vandaag draait het niet langer om geld en onbetaalde rekeningen. In februari reageerde de politieke elite bijzonder snel (de conservatieve regering van Bojko Borisov trad af na twee weken van soms gewelddadige demonstraties). Wanneer het om geld gaat, liggen de zaken eenvoudiger: men doet een paar beloften, men verstrekt wat overheidssteun en men legt de schuld bij het grote buitenlandse kapitaal dat de elektriciteitsbedrijven controleert.

Vandaag draait het om iets heel anders. En de verwarring is compleet. De demonstranten zeggen dat ze niet willen dat het land nog langer door een handjevol onzichtbare figuren wordt geregeerd. De elites begrijpen dat niet, omdat zij juist uit de hand van deze onzichtbare figuren eten. Voor hen komt politiek neer op intriges achter de schermen die door dit kleine clubje worden bekokstoofd.

Bovendien horen we tegenwoordig niets meer van de dienstdoende politicologen die zelfvoldaan hun licht over de situatie laten schijnen. In februari legden zij op tv de demonstranten nog allerlei woorden in de mond, maar nu doen zij er het zwijgen toe. Daarom begonnen deze arme mensen die hun rekeningen niet konden betalen en die vernederd en veracht waren, destijds stommiteiten te roepen als "IJslands model", "Iers model", "nationalisatie", en ga zo door.

Geen beroepsrevolutionairen

Degenen die nu elke dag na zeven uur 's avonds de straat opgaan, hebben een baan. En ze betalen gewoon hun gas- en elektriciteitsrekening. Ze zijn met velen – en van allerhande pluimage: ouders, onderwijzers, journalisten, schrijvers, wielrenners, toneelspelers, ingenieurs, studenten en lezers. Het zijn geen beroepsrevolutionairen, laat staan vandalen. Dat zij de straat opgaan, betekent dat ze allemaal diep beledigd zijn.

Wat het meest verbaast, is dat de huidige politieke elite nog steeds niet beseft waarom al deze mensen de straat opgaan. De druppel was de benoeming van het zeer omstreden parlementslid Delian Peevski tot hoofd van de nationale veiligheidsdienst (DANS, houdt zich bezig met contraspionage). [Zijn nominatie is uiteindelijk teruggetrokken op 19 juni, red.]

"Wij hebben onderschat wat voor negatief beeld de publieke opinie van deze man had", zei premier Plamen Oresharski ('partijloze' kandidaat van de socialistische partij (BSP); zijn regering wordt gesteund door de parlementariërs van de moslimpartij (DPS) en de ultranationalisten van Ataka). "Wij hebben onderschat hoeveel weerstand zijn benoeming oproept", deed Sergej Stanisjev, de leider van de BSP, nog een duit in het zakje.

Kleine clubje onzichtbare figuren

Voor hen is de kandidaat zelf niet het probleem, maar zijn – klaarblijkelijk onterecht negatieve – imago. Dat is de taal van het kleine clubje onzichtbare figuren dat aan de touwtjes trekt. "Wij hebben de omvang van het protest onderschat, wij dachten dat er zo'n honderd mensen bij het parlement zouden komen demonstreren, maar het heeft heel anders uitgepakt."

Als de financieel experts boeken zouden lezen, zouden onze crises een ander karakter hebben gehad. Dan hadden de experts op zijn minst een bepaalde gevoeligheid kunnen ontwikkelen. Maar boeken en gevoelens zijn niet hun sterkste kant.

Net als de vorige regering heeft ook de huidige coalitie niet begrepen dat de economische crisis slechts het zichtbare deel vormt van een andere veel diepere en tevens veel persoonlijkere crisis – een zingevingscrisis, een gebrek aan toekomst.

Deskundigheid na de moraal

Deskundigen zijn prima, maar deskundigheid moet altijd na de moraal komen. En de economie na de ethiek. Een deskundige zonder moraal is slechts een instrument in de handen van degenen die zijn diensten hebben gekocht, een instrument in dienst van een klein groepje machthebbers – ongeacht de signatuur ervan.

Deze eerste dagen van protest zijn het allermooist en het meest onverwacht. Wij moeten ervoor waken dat deze demonstraties door nationalisten en vandalen worden gekaapt, gemanipuleerd en bezoedeld.

Ik hoop oprecht dat we in staat zullen zijn het karakter van het huidige protest vast te houden. Een protest waarbij ouders hun kinderen op de schouders dragen, een protest met glimlachende gezichten en stille woede. Een protest dat je het gevoel geeft bij een gemeenschap te horen die normen en waarden hoog in het vaandel heeft. Want een mens die protesteert, is werkelijk een mooi mens. En een verstandig mens.