Druk van onderaf en politieke wil van bovenaf zijn misschien de oplossing van de Bosnische gordiaanse knoop. De burgerprotestbeweging die zich recentelijk in Bosnië en Herzegovina heeft ontwikkeld, in combinatie met de positieve ontwikkeling van de situatie in de regio, zou beslissende veranderingen teweeg kunnen brengen in het meest complexe land van voormalig Joegoslavië [Bosnië-Herzegovina is georganiseerd op basis van etnische verschillen en bestaat uit de Bosniak-Kroatische Federatie en de Servische Republiek in Bosnië].

Begin juni gingen enkele honderden inwoners van Sarajevo de straat op om uiting te geven aan hun ongenoegen over een bizar gevolg van de akkoorden van Dayton [de akkoorden uit 1995 waarmee er een einde kwam aan de oorlog maar die de etnische verdeling van Bosnië-Herzegovina liet voortbestaan]. Het geval van een zieke baby was de druppel die de emmer deed overlopen. De kleine Belmina Ibrisevic mocht niet in Duitsland behandeld worden omdat de politici uit het land geen overeenstemming konden bereiken over haar burgerservicenummer. En zonder dat nummer kon er voor haar geen paspoort worden gemaakt [uiteindelijk overleed de baby op 16 juni in Sarajevo].

Noodprocedure voor ziek kind

Sinds 12 februari wordt er voor geen enkele baby meer een burgerservicenummer aangemaakt. Uit protest verzamelden de burgers zich voor het parlement van de centrale regering, dat er die dag zitting hield, en omsingelden het gebouw. Op die manier dwongen zij hun leiders om met een noodprocedure toch nog een paspoort voor het zieke kind aan te maken. Sindsdien wordt er in Sarajevo gesproken over de ‘Babylution’ (de babyrevolutie). Sinds 11 juni blokkeren tienduizenden mensen nog steeds het verkeer in Sarajevo om een definitieve oplossing te eisen voor het probleem met de burgerservicenummers, en, meer in het algemeen, om ervoor te zorgen dat het land Europeser wordt.

Er lijkt een burgerbeweging te ontstaan

In Banja Luka [de hoofdstad van de Servische Republiek in Bosnië], zijn het de studenten die ondanks het demonstratieverbod de straat op zijn gegaan om hun rechten te verdedigen. Ook in Mostar hebben studenten gedemonstreerd. In dit land dat etnisch zo verdeeld is, lijkt er een burgerbeweging te ontstaan.

Tegelijkertijd vinden er in de buurlanden rond Bosnië-Herzegovina historische veranderingen plaats: Kroatië staat op het punt toe te treden tot de Europese Unie [op 1 juli wordt het land een EU-lidstaat], terwijl de leiders van Servië afzien van het plan voor een Groot-Servië. De nationalistische machthebbers in Belgrado hebben een enorme stap vooruit gemaakt door het historische akkoord over de normalisering van de betrekkingen met Kosovo te tekenen.

De Servische president Tomislav Nikolić, in de jaren negentig de rechterhand van Vojslav Seselj (de nationalistisch leider van de Servische Radicale Partij die momenteel berecht wordt door het Internationaal Joegoslaviëtribunaal in Den Haag) is tegenwoordig bezig Servië naar Europa te leiden. Dit is ongetwijfeld de belangrijkste politieke verandering van de afgelopen twintig jaar in voormalig Joegoslavië, en een hoopvol teken voor Bosnië-Herzegovina.

Anti-Bosnisch beleid van Servische Republiek

Als het paspoort voor Belmina Ibrisević [de baby van 3 maanden die in het buitenland geopereerd moest worden maar Bosnië niet uit mocht omdat ze geen paspoort kreeg] de Bosniërs het idee geeft dat het mogelijk is dingen te veranderen, en als de druk vanuit de maatschappij wordt voortgezet, zouden de politici van het land misschien inzien dat ze beter tot overeenstemming kunnen komen in plaats van het land nog verder uit elkaar te doen vallen. Maar de belangrijkste partijen van de Serven en Kroaten, de Unie van onafhankelijke sociaaldemocraten (SNDSD) en de Kroatische democratische gemeenschap van Bosnië-Herzegovina (HDZ-BiH) hebben tot dusver niet nagelaten de nationale instellingen door hun standplaats in Sarajevo te weigeren “vanwege de onveilige situatie door de demonstraties”.

Maar als Nikolić erin zou slagen Milorad Dodik [de premier van de Servische Republiek in Bosnië] ervan te overtuigen dat de weg naar Europa alleen bewandeld kan worden onder de gezamenlijke vlag van Bosnië-Herzegovina – na Kosovo zou dat de voorwaarde voor Europese integratie moeten zijn die er aan Servië wordt opgelegd – dan zou het anti-Bosnische beleid van de Servische Republiek in Bosnië een halt kunnen worden toegeroepen.

Zagreb mag druk niet verlichten

Ook Kroatië moet zich serieus toeleggen op deze poging Dodik te overtuigen. Des te meer nu de leiders van HDZ-BiH, met het kopiëren van het gedrag van de Bosnisch-Servische afgevaardigden, hebben aangekondigd dat zij ook niet langer in Sarajevo blijven zitten. Zagreb mag de druk op HDZ-BiH niet verlichten. Als nieuwe lidstaat van de Europese Unie, moet Kroatië laten zien hoe Europa verder vooruit kan komen in plaats van domweg toe te kijken hoe zijn buren haar de voet dwarszetten.