Het gebeurde in de Rua das Portas de Santo Antão [straat in het centrum van Lissabon, red.]. Er kwam een man op me af, die mij vroeg of ik misschien wist waar hij werk kon vinden. Hij vertelde me dat hij uit Arouca [plaats ten oosten van Porto, red.] kwam, waar hij hovenierswerk deed.

Hij maakte een wanhopige indruk op me. Het enige dat ik hem kon aanraden, was om op bouwplaatsen te gaan vragen of er werk voor hem was. En ik moest onwillekeurig denken dat hij in de omgeving van Arouca meer kans zou maken dan hier in Lissabon. In de tijd van mijn grootmoeder trokken mensen naar de hoofdstad in de hoop zich aan hun lot van eeuwige armoede te onttrekken. Wie nu naar Lissabon trekt, doet dat vooral uit wanhoop, zoals ik dat ook bij deze man waarnam.

Voor de gek houden

De werkloosheidsstatistieken zijn rampzalig. Politici geloven op de een of andere manier – met meer of minder overtuiging – dat zij iets kunnen doen tegen de werkloosheid. Dat ze die zelfs snel omlaag kunnen brengen. Maar ze houden zichzelf en ons voor de gek.

Hoe aangrijpend al die verhalen van mannen en vrouwen uit Arouca, Lissabon en andere plaatsen ook mogen zijn, de waarheid is dat de hoge werkloosheid nog lange tijd zal aanhouden. En niet alleen in Portugal. Twee jaar geleden voorzag niemand dat de werkloosheid in Portugal tot zo´n hoog niveau zou stijgen. Maar wat men zich vooral niet kon voorstellen was een werkloosheidspercentage van bijna 18 procent zonder dat dit tot grote protesten zou leiden.

Als je de kranten van 2009, 2010 en 2011 doorbladert, is het niet moeilijk om sombere voorspellingen te vinden over oproer dat zou uitbreken als de werkloosheid tot 10, 12 of 15 procent zou stijgen. Inmiddels zijn deze percentages zelfs overschreden en is er niets van deze voorspellingen uitgekomen. Wat is er gebeurd?

Meer banen verloren dan verwacht

Om te beginnen heeft de ontwikkeling van de werkloosheid de verwachtingen overtroffen, doordat deze niet verliep zoals de ´coëfficiënten´ van macro-economen voorspelden. Door de recessie gingen er meer banen verloren dan verwacht, omdat er meer banen gevaar liepen dan men zich had voorgesteld. Vooral in de handel en de horeca, aangezien dit de sectoren waren waarin wij het liefst een bedrijf startten.

Daardoor heeft Portugal per duizend inwoners vier keer meer restaurants en cafés dan het Europese gemiddelde. Bovendien besteedden de Portugezen – gerekend naar percentage van het inkomen – tweemaal zoveel aan maaltijden buiten de deur als Duitsers. De veranderde eetgewoonten die we in deze tijden van crisis waarnemen, zijn fataal gebleken voor deze economische sector.

Hetzelfde fenomeen deed zich ook voor in andere arbeidsintensieve sectoren, zoals in de bouw. Het probleem is dat als de economische activiteit aantrekt – áls dat al gebeurt – het niet te verwachten valt – en ook niet wenselijk is – dat de cafeetjes opnieuw als paddenstoelen uit de grond zullen schieten. Ook een opleving van de bouw is niet erg waarschijnlijk. Dit betekent dat het niet eenvoudig zal zijn de huidige werkloosheid op te lossen. Integendeel.

Grootste industriële investering

In april van dit jaar heeft Galp [Portugese oliemaatschappij, red.] zijn gerenoveerde raffinaderij in Sines in gebruik genomen. Het ging hier om de grootste industriële investering uit de Portugese geschiedenis: 1,4 miljard euro. De raffinaderij zal een enorme impact hebben op onze betalingsbalans, aangezien wij nu diesel zullen gaan exporteren. Dat is allemaal prachtig.

Behalve wat de impact op de werkgelegenheid betreft: er komen slechts honderd banen bij. Dat is dus niets, of bijna niets. Dit voorbeeld zegt veel over de dilemma´s van de moderne economieën.

Enorme investeringen, waaronder investeringen in de zware industrie, kunnen grote gevolgen hebben voor het concurrentievermogen en de betalingsbalans, maar leveren slechts heel weinig banen op. Soms leiden ze zelfs tot een daling van het aantal werknemers. Wat voor Galp geldt, geldt voor het merendeel van de industriële sector, zowel in Portugal als in de rest van Europa.

Minder banen creëren

Daarom moeten wij ons enigszins terughoudend opstellen tegenover de beloften over ´herindustrialisatie´, waar onze bestuurders en hun Europese collega´s momenteel de mond vol van hebben: dat kan gunstig zijn voor het bbp, maar weinig invloed hebben op de werkgelegenheid, en een van de grote problemen in Europa is nu juist de werkloosheid. Denk alleen maar aan de zes miljoen arbeidsplaatsen die de afgelopen vier jaar in heel Europa zijn geschrapt, zoals de Internationale Arbeidsorganisatie onlangs in een rapport meldde.

Maar de problemen beperken zich niet tot de industrie en de automatisering van processen. Ze doen zich ook voor in andere sectoren, zoals de dienstensector. Daar heeft innovatie tot meer efficiency geleid, met als resultaat dat dezelfde dingen – of zelfs meer dingen – bijna altijd met minder mensen worden gedaan.

Ook de meest innoverende sectoren van onze economieën, zoals de sectoren die gelieerd zijn aan nieuwe technologieën en biowetenschappen, kunnen zeer winstgevend zijn en een grote omzet genereren, maar ze creëren minder banen dan vergelijkbare investeringen in traditionelere sectoren – sectoren die al verzadigd zijn.

Chronische werkloosheid

Er zijn in Europa nog andere factoren die het scheppen van meer werkgelegenheid in de weg staan. De eerste is het gebrek aan innovatie. Op dit gebied lopen wij erg achter vergeleken met de Verenigde Staten. De tweede factor wordt gevormd door de betrekkelijk hoge arbeidskosten en de weinig flexibele arbeidsmarkt. Om eenzelfde product te maken heeft een Amerikaanse fabriek meer arbeiders, terwijl een Europese fabriek meer robots gebruikt. Deze laatste lijkt moderner, maar heeft te kampen met de ons bekende werkgelegenheidsproblemen.

De derde factor is een ongunstige demografische ontwikkeling. Deze zorgt voor grote financiële druk, doordat de kosten op het gebied van sociale bescherming sterk stijgen. Tegelijkertijd betekent dit minder vers bloed en minder slagvaardige en innoverende mensen die tot de arbeidsmarkt toetreden. Het zal niet eenvoudig zijn om verandering te brengen in deze situatie.

Het is algemeen bekend dat als een groei van meer dan 2 procent uitblijft, er per saldo geen nieuwe banen bijkomen. Een dergelijke groei is echter steeds meer een utopie – in Portugal, in Spanje, in Frankrijk en wellicht zelfs in Duitsland. Dit betekent dat het erg moeilijk voor ons wordt om de werkloosheid op te lossen. Het meest waarschijnlijke is dan ook dat wij nu een tijdperk van chronische werkloosheid binnengaan. Behalve als wij bereid zijn ons sociale contract ingrijpend te veranderen.

Vernieuwende oplossingen

We hoeven alleen maar aan het volgende dilemma te denken: bijna overal in Europa heeft de hogere levensverwachting en de onhoudbaarheid van de pensioenstelsels de regeringen ertoe aangezet om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen. Er lijkt geen andere uitweg te zijn, gezien de traditionele scheiding tussen kinderjaren en jeugd, en werkende leeftijd en ouderdom. Als de ouderen echter langer actief blijven op een stagnerende arbeidsmarkt, dan maken ze geen arbeidsplaatsen vrij voor de jongeren. En dat vertaalt zich in een recordwerkloosheid onder jongeren.

Maar aangezien onze economieën een grote populatie gepensioneerden niet kunnen betalen, lijkt de situatie muurvast te zitten. Behalve als je denkt aan vernieuwende oplossingen, zoals het instellen van overgangsperiodes tussen de actieve leeftijd en het pensioen, die gekenmerkt worden door deeltijdbanen met een lager loon.

We moeten dus nieuwe manieren verzinnen om een goed te verdelen dat waarschijnlijk zeldzamer is dan we dachten – betaald werk – en anders leren aankijken tegen vrije tijd, vrijetijdsbesteding en leefpatronen die minder worden bepaald door een onbegrensde toegang tot consumptiegoederen.